Beantwoording kamervragen over verzet van Europese multinationals tegen verbetering van de arbeidsomstandigheden in China

Staatssecratis Karien van Gennip heeft vlak voor haar aftreden nog de kanervragen beantwoord van dhr. Biskop over het verzet van Europese multinationals tegen verbetering vande arbeidsomstandigheden in China.

1
Kent u het bericht Ã??Staatsvakbond wordt zelfstandigerÃ???1
2
Kunt u bevestigen dat Amerikaanse en Europese bedrijven zich verzetten tegen een Chinese wet die er onder meer voor zorgt dat werknemers altijd op basis van een contract werken? Zijn er ook Nederlandse
multinationals die zich direct of indirect tegen deze beperkte verbetering van de arbeidsomstandigheden verzetten?
3
Deelt u de mening dat dit verwerpelijk is?
4
Deelt u de mening dat dit verzet in strijd is met de inhoud en de geest van de OESO-richtlijnen?
5
Deelt u de mening dat multinationals moreel verplicht zijn de OESO-richtlijnen na te leven?
6
Op welke wijze kunnen deze richtlijnen, de handhaving of de status ervan, aangepast worden zodat ze meer invloed krijgen op het handelen van multinationals in China en andere opkomende economieën?
7
Over welke andere middelen beschikt u om te zorgen dat multinationals ook in opkomende economieën maatschappelijk verantwoord ondernemen? Bent u bereid om deze middelen in te zetten?
8
Bent u tevens bereid om Nederlandse ondernemingen die geen rekening houden met de maatschappelijke en sociale gevolgen van hun handelen in opkomende economieën, uit te
sluiten van handelsmissies?
1 Trouw, 10 januari 2007.

Antwoord
Antwoord van staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken). (Ontvangen 20 februari 2007)
1
Ja.
2 t/m 4
Uit contacten met zowel de EU Kamer van Koophandel als betrokken Nederlandse ondernemingen begrijp ik dat multinationale ondernemingen op verzoek van de Chinese overheid commentaar hebben gegeven op de voorgestelde nieuwe arbeidswetgeving. De commentaren hebben zich met name gericht op twee elementen uit de wet. Er is gewezen op het feit dat sommige bepalingen in de wet dermate gedetailleerd zijn dat de flexibiliteit van de arbeidsmarkt wordt beperkt en andere bepalingen juist te vaag zijn om het gewenste niveau van rechtszekerheid te kunnen bieden en er is bezorgdheid geuit over ongelijke behandeling bij implementatie van de wet (scherpere controle van buitenlandse bedrijven).
Het is positief dat China zich in het proces van wetsontwikkeling openstelt voor input van maatschappelijke- en private organisaties en ik deel uw mening niet dat bovengenoemde reactie verwerpelijk zou zijn. Ware de kritiek gericht geweest tegen het verbeteren van de arbeidsomstandigheden als zodanig – hetgeen uit contacten met de EU Kamer van Koophandel en
betrokken Nederlandse bedrijven niet is gebleken – dan was mijn oordeel uiteraard anders geweest.
5
De Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen maken duidelijk wat de overheden van de lidstaten van de OESO (en van enkele andere landen) van het gedrag van ondernemingen verwachten. Ze bevatten beginselen en normen voor verantwoord ondernemen in overeenstemming
met de van toepassing zijnde wetten. Deze richtlijnen zijn wel vrijwillig, maar zeker niet vrijblijvend. Daarom kunnen ondernemingen worden aangesproken op de naleving, bijvoorbeeld via een procedure bij het Nationaal Contact Punt (NCP) voor de OESO-Richtlijnen.
6
Naar mijn mening is er geen reden om de richtlijnen alsmede de status daarvan aan te passen. Wel ben ik doende de opzet van het NCP, dat vragen behandelt over de toepassing van de richtlijnen in specifieke gevallen, aan te passen. Van deze aanpassing verwacht ik onder meer een snellere en betere afhandeling van dergelijke vragen. In mijn brief aan Uw Kamer van 4 december jl.1
heb ik een uiteenzetting gegeven van de voorgenomen hervorming van het NCP.
7
Het uitdragen van MVO-normen speelt een groeiende rol in de informatieverschaffing aan bedrijven
die zich oriënteren op internationaal ondernemen. Tijdens economische missies naar opkomende markten
zoals China en India, spreek ik bedrijven aan op het belang van maatschappelijk verantwoord
ondernemen. Ook laat ik middelen ontwikkelen (zoals Ã??toolkitsÃ??) om bedrijven te helpen met
MVO-problemen die ze ontmoeten op bepaalde opkomende markten. Sinds 2002 worden bovendien
MVO-vereisten gesteld in het financieel buitenland instrumentarium. Dat wil zeggen dat in alle instrumenten een inspanningsverklaring wordt gevraagd ten aanzien van de OESO-richtlijnen.
Daarnaast worden in een aantal regelingen aanvullende MVO-vereisten gesteld op het gebied
van 1) milieu 2) arbeidsnormen en 3) omkoping.
8
Uiteraard. Dit is echter tot heden nog niet voorgekomen.

Share Button