De politiek staat voor cruciale keuzes die nodig zijn om de energie-intensieve industrie toekomstbestendig te maken. Zonder een structurele transformatie van de industrie, specifiek beleid en betere betrokkenheid van de maatschappij is er voor de energie-intensieve industrie onvoldoende ruimte. Dit concludeert de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) in het advies “Kiezen of verliezen, naar een industrie die past in een toekomstbestendig Nederland”

Met het huidige beleid haalt Nederland de klimaatdoelen niet, komt de leefomgeving van veel Nederlanders in het geding, komt er geen verdienmodel voor duurzame productie van de grond en innoveert de industrie te weinig. Daarnaast neemt het concurrentievermogen van de energie-intensieve industrie af en staat door vervuiling de acceptatie van de samenleving onder druk.

Maar het kan anders. Met een aantal scherpe politieke keuzes is een toekomstbestendige industrie nog steeds binnen bereik. Dit vraagt de moed om te kiezen voor industrietakken die bijdragen aan de brede welvaart van een klimaatneutraal Nederland en aan het verdienvermogen, terwijl we strategisch relevant blijven binnen Europa. Die keuzes zijn niet alleen technisch of economisch, maar ook sociaal en ecologisch. De belangen van de samenleving moeten worden gehoord en meegewogen, bijvoorbeeld op gebied van gezondheid of veiligheid. Duurzame industrie die bij de toekomst van Nederland past, verdient bovendien de volle steun van de overheid bij verduurzaming, vraagcreatie en infrastructuur.

CO2-uitstoot daalt nauwelijks

Nederland heeft een omvangrijke energie-intensieve industrie die een aantal cruciale producten maakt, voornamelijk voor de Nederlandse en Europese markt. Producten lopen uiteen van kunstmest tot plastics en van vliegtuigbrandstoffen tot staal. Deze industrie is sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen en momenteel verantwoordelijk voor bijna een kwart van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van de energie-intensieve industrie is de afgelopen 15 jaar nauwelijks afgenomen. Tegelijkertijd kampen grote delen van de industrie met een teruglopend concurrentievermogen, deels als gevolg van sterk toegenomen productie uit China en de VS. De noodzaak voor de industrietransitie wordt steeds groter, ook met het oog op onze Klimaatwet en het doel in het Europese emissiehandelssysteem om in 2040 netto geen CO2 meer uit te stoten. Ook Nederlandse burgers vinden dat de industrie meer moet doen om klimaatverandering tegen te gaan, blijkt uit onderzoek.

Kansen verzilveren via beleid

De volledige Nederlandse industrie in haar huidige vorm en omvang klimaatneutraal maken is geen optie. Er is schaarste in fysieke ruimte, publieke middelen, arbeid, elektriciteit en milieuruimte. Kiezen voor industrietakken met toekomstperspectief en ze met gericht beleid steunen betekent ook stoppen met specifieke steun voor de industrie zonder toekomstperspectief. Om kansen te verzilveren is beleid nodig dat stuurt richting een nieuwe industrie, daartoe ondersteuning biedt aan bestaande en nieuwe bedrijven en zorg draagt voor vraagcreatie en de juiste infrastructuur. De WKR adviseert om hiervoor een pakket aan concrete maatregelen in te voeren: klimaatkosten zoveel mogelijk doorberekenen in prijzen, vasthouden aan het reductiepad in het Europese emissiehandelssysteem, normeren voor duurzame producten, en met een fonds kansrijke duurzame nieuwe industrie opbouwen. De overheid moet daarbij rekening houden met een realistische inschatting van vestigingsfactoren, die veranderen door onder meer de transitie naar een klimaatneutrale en klimaatbestendige samenleving. 

De transitie van de industrie is óók een maatschappelijke transitie

Deze keuzes zullen grote impact hebben op de Nederlandse economie en samenleving. De keuzes zijn dan ook niet alleen technisch of economisch van aard, maar ook sociaal en ecologisch. De belangen van de samenleving als geheel moeten worden meegewogen, zoals op gebied van gezondheid, werkgelegenheid en strategische autonomie. Het is cruciaal dat een brede groep betrokken wordt bij de strategische besluitvorming over de industrie. In plaats van besluitvorming waarbij industrie en overheid nauw samenwerken en anderen bij belangrijke beslissingen in de praktijk buitensluiten, moeten maatschappelijke belangen meegenomen worden en mensen zich gehoord voelen. Het transformeren van de industrie vraagt om erkenning van alle belangen en gevolgen, eerlijkheid over de onzekerheden en, bovenal, politieke moed.

Bron: Wetenschappelijke Klimaatraad