Bestuurskamers verliezen de regie over kunstmatige intelligentie uit angst om de boot te missen. Twee derde van de bestuurders weet dat hun AI-gebruik rammelt.
Artificial Intelligence, je kunt de krant niet open slaan, of een bestuurskamer binnenlopen, of het gaat er wel over. Het biedt veel kansen voor bedrijven om efficiënter te werk te gaan en kosten te verlagen. De vraag is of bestuurders voldoende besef hebben welke risico’s ze nemen. Bij uitvraag van het Utrechtse duurzaamheidsadviesbureau goodberries onder bestuurders en commissarissen in opleiding blijkt dat meer dan tweederde (70%) aangeeft dat het AI gebruik in de organisatie onvoldoende verantwoord gebeurt.
Toen CEO Dario Amodei van AI-ontwikkelaar Anthropic onlangs opriep om de ontwikkeling van nieuwe modellen te vertragen, kreeg hij direct bijval van boegbeelden als Sam Altman (OpenAI) en Elon Musk. Hun zorgen gaan over grotere risico’s dan het AI-gebruik in een gemiddeld bedrijf. Het gehaast meedoen van Nederlandse bestuurders is daarom niet minder naïef.
Veel bestuurders denken dat er een tegenstelling is tussen snelheid en zorgvuldigheid. Wie snel wil gaan, zoals een Formule-E auto, kan dat alleen als de remmen echt goed werken. De focus bij bestuurders ligt nu vaak op het gaspedaal.
Ondertussen zien we binnen organisaties handige medewerkers via de nieuwste tools (klant)gesprekken opnemen voor een mooi gespreksverslag, fancy decks bouwen en via privé computers een nieuw visualiseringstool met privacy gevoelige informatie vullen. Hiermee worden consumententools gevoed met informatie, waarvan niemand de risico’s overziet. De gemeente Eindhoven heeft in 2025 op deze manier duizenden bestanden met persoonsgegevens geüpload naar openbare AI-websites, zoals de gratis versie van ChatGPT. De vraag zou door directeuren gesteld moeten worden: welke tools draaien er formeel en informeel bij ons op de werkvloer? Wat levert het op en welke risico’s nemen wij?
Echte versnelling begint met begrip wat verantwoord AI gebruik inhoudt.
Het raakt allereerst soevereiniteit. Waar wordt de data verwerkt en opgeslagen, en valt de leverancier onder de Amerikaanse CLOUD Act? Is er bovendien gekeken naar wat er gebeurt als een buitenlandse aanbieder uit de lucht gaat, of als de voorwaarden ineens worden aangepast? De vraag die bestuurders zich kunnen stellen: Hoe afhankelijk zijn wij en ligt er een draaiboek voor incidenten klaar, met de mogelijkheid te switchen?
Daarnaast vraagt AI-inzet om water- en energiebeheer. Voor een eenvoudige samenvatting een zwaar model laten draaien, kost onnodig stroom en koelwater in datacenters. Slimme organisaties richten hun architectuur daarom zo in dat medewerkers per taak automatisch een passend, licht model gebruiken. Dat is goedkoper (want reken maar dat we in de toekomst steeds meer de “echte kosten” van een verzoek betalen) en duurzamer. De eerste duurzaamheid labels voor datacenters worden verwacht in augustus 2027. Kiezen we bewust per taak?
Tot slot: AI is geen neutrale adviseur. Vrijwel alle dominante modellen zijn ontwikkeld in Silicon Valley en getraind met Amerikaanse cultuurwaarden en bias. Onderzoek van socioloog Martijn Lampert van bureau Glocalities laat zien dat taalmodellen sterk uiteenlopende pedagogische en ethische adviezen geven.
Dus wie neemt de niet-technische verantwoordelijkheid voor AI gebruik in een organisatie? Dit is niet alleen de vraag voor de CTO of de IT afdeling, maar een strategische vraag voor het gehele bestuur van een organisatie.
Het kan wél. Dat is de slogan van Jetten, maar dat geldt ook voor AI gebruik. Het inrichten van een veilige omgeving waarin medewerkers van AI kunnen leren en met AI kunnen experimenteren. Dat vraagt enerzijds om educatie voor de organisatie en anderzijds een goede inrichting van de infrastructuur. Denk bij infrastructuur aan modellen die draaien op Europese servers, met contracten waarin de input niet wordt gebruikt om de modellen te trainen. Maar ook om een automatische selectie van modellen, waarbij lichte modellen worden gebruikt voor eenvoudige vragen en zware voor vraagstukken die een flinke rekenkracht nodig hebben.
Als medewerkers weten wat wél mag en over goedgekeurde tools beschikken waar bewuste keuzes in zijn gemaakt en bewust zijn van hallucinaties, verdwijnt de schaduw-AI.
Bestuurders die nu orde op zaken stellen, zullen daar de komende jaren profijt van hebben. Dat begint met de eigen kennis naar het juiste niveau te brengen, zodat zij over een jaar vanuit kennis en feiten positief kunnen antwoorden op de vraag of de organisatie verantwoord AI gebruik toepast.
Janneke van Raak, Managing Partner/co-founder van Goodberries en Stefan van Gijsel, Algemeen Directeur / co-founder van Echovise


