De energietransitie kent een paradox. Om de CO₂-uitstoot terug te dringen, moeten bedrijven elektrificeren. Elektrische vrachtwagens, warmtepompen en geautomatiseerde distributiecentra vragen allemaal om meer stroom. Tegelijkertijd kan het elektriciteitsnet in landen als Nederland de groeiende vraag nauwelijks bijbenen. Hierdoor lopen bedrijven die willen verduurzamen of uitbreiden steeds vaker tegen de grenzen van de beschikbare netcapaciteit aan.

Dat stelt ons voor een dilemma. Wachten tot het stroomnet is uitgebreid, is geen realistische optie. Maar onze klimaatambities op pauze zetten evenmin. We moeten daarom op zoek naar oplossingen die bedrijven vandaag al van betrouwbare energie voorzien en tegelijkertijd bijdragen aan de overang naar een duurzamer energiesysteem. 

Slimmer omgaan met de beschikbare elektriciteit 

Voor logistieke bedrijven wordt toegang tot elektriciteit steeds belangrijker. Bereikbaarheid en de beschikbaarheid van personeel blijven belangrijke factoren bij de keuze voor een locatie, maar ook netcapaciteit speelt inmiddels een doorslaggevende rol. Uitbreiding van het elektriciteitsnet blijft noodzakelijk, maar kost jaren. In de tussentijd moeten we slimmer omgaan met de capaciteit die er al is. 

Zonnepanelen op onze distributiecentra wekken lokaal elektriciteit op, terwijl batterijen en slimme energiemanagementsystemen helpen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Samen kunnen deze oplossingen pieken in de stroomvraag verminderen, de bestaande netcapaciteit beter benutten en het aandeel duurzame energie vergroten.

Maar er zijn grenzen. De opbrengst van zonnepanelen verschilt gedurende de dag en per seizoen, zeker in landen als Nederland. Batterijen kunnen kortere periodes overbruggen waarin de vraag naar elektriciteit groter is dan er wordt opgewekt. Maar op locaties waar netcongestie een groot probleem is, zijn duurzame opwekking, batterijopslag en de beschikbare netaansluiting niet altijd voldoende om een betrouwbare stroomvoorziening te garanderen. 

Tegelijkertijd moet de logistieke sector kunnen blijven functioneren, zodat goederenstromen niet stilvallen en klanten hun leveringen op tijd ontvangen. In sommige gevallen is daarom tijdelijk aanvullende stroomopwekking nodig, zolang de netcapaciteit beperkt blijft. Dat is een tussenoplossing, geen einddoel. Idealiter wordt deze aanvullende opwek alleen ingezet wanneer dat nodig is om de levenszekerheid te waarborgen, en niet om continu in de basisvraag naar elektriciteit te voorzien. 

Dat we vandaag soms compromissen moeten sluiten, betekent niet dat we die blijvend moeten accepteren. Netcongestie moet ons juist aansporen om slimmer om te gaan met het opwekken, opslaan, delen en gebruiken van energie. Dat vraagt om samenwerking tussen bedrijven, energieleveranciers, netbeheerders, vastgoedeigenaren en beleidsmakers. Samen kan worden ingezet op slim energiemanagement, nieuwe toepassingen voor batterijopslag en het delen van lokaal opgewekte elektriciteit en netcapaciteit tussen nabijgelegen bedrijven.  

Almere laat zien wat vandaag al mogelijk is 

Bij Prologis hebben we deze aanpak in de praktijk gebracht bij ons distributiecentrum in Almere. Het gebouw van 23.000 vierkante meter had slechts 55 kilowatt netcapaciteit beschikbaar. Veel te weinig voor een modern distributiecentrum.  

In plaats van te wachten op een grotere netaansluiting, die naar verwachting niet vóór 2035 beschikbaar is, ontwikkelden we een microgrid waarin duurzame energie voorrang krijgt. Daarmee is ongeveer 400 kilowatt aan vermogen beschikbaar voor de dagelijkse bedrijfsvoering.

Het systeem combineert zonnepanelen op het dak met een batterij en slim energiemanagement. Lokaal opgewekte zonnestroom krijgt voorrang, maar de batterij wordt niet alleen gebruikt om zonne-energie op te slaan. Ook elektriciteit uit het net kan worden opgeslagen wanneer die beschikbaar, maar niet direct nodig is. 

Wanneer de zonnepanelen, batterij en beschikbare netaansluiting samen onvoldoende stroom leveren, kan een generator op groen gas bijspringen. Als deze generator draait, kan elektriciteit die niet direct nodig is eveneens in de batterij worden opgeslagen. Het gebouw kan die stroom vervolgens gebruiken, waardoor de generator weer kan worden uitgeschakeld in plaats an continu te blijven draaien. Daarnaast is er een aparte noodvoorziening die op HVO100 draait. 

Het resultaat is een systeem dat continu verschillende energiebronnen op elkaar afstemt op basis van beschikbaarheid en vraag, waarbij duurzame elektriciteit zoveel mogelijk voorrang krijgt. Samen zijn deze technieken ontworpen om een leveringszekerheid van 99,9 procent te bieden.

Almere laat zien dat netcongestie niet hoeft te betekenen dat we moeten kiezen tussen economische ontwikkeling en de energietransitie. Door duurzame opwek voorrang te geven, elektriciteit op te slaan wanneer die beschikbaar is, verschillende energiebronnen slim aan te sturen en aanvullende opwek alleen in te zetten wanneer dat nodig is, kunnen we de uitstoot blijven terugdringen én bedrijven de betrouwbaarheid bieden die ze nodig hebben. 

De energietransitie draait om meer dan alleen het vervangen van fossiele brandstoffen door duurzame elektriciteit. We hebben een energiesysteem nodig waarin bedrijven kunnen blijven ondernemen en investeren.

Dat vraagt om het zoveel mogelijk benutten van duurzame elektriciteit, slimmer gebruik van de bestaande netcapaciteit en het accepteren van tijdelijke aanvullende stroomvoorzieningen wanneer de leveringszekerheid daarom vraagt. Tegelijkertijd moeten we blijven innoveren, zodat deze tijdelijke compromissen in de toekomst steeds minder nodig zijn.

Melchert Duijve, VP Energy Solutions Europe, Prologis