Eind 2025 telden de 66 onderzochte Belgische beursgenoteerde ondernemingen slechts drie vrouwelijke CEO’s. Tegelijk toont de Europese benchmark geen statistisch significant verschil in remuneratie tussen vrouwelijke en mannelijke CEO’s. De studie wijst daarnaast op een stijging van de mediane CEO-remuneratie over de afgelopen tien jaar, het toenemende belang van ESG-criteria in bonussen en een beperkte transparantie over de ondernemingen waarmee CEO-lonen worden vergeleken. Dat zijn de belangrijkste bevindingen uit het jaarlijkse onderzoek naar de remuneratie van CEO’s van beursgenoteerde ondernemingen door het Executive Remuneration Research Centre.

De Belgische dataset omvat alle ondernemingen uit de Bel 20, Bel Mid en Bel Small. Daarnaast bevat de studie een Europese benchmark op basis van de Stoxx Europe 600. Het onderzoek werd uitgevoerd door professor Xavier Baeten en Senior Researcher Marthe Van Hove op basis van de remuneratiegegevens over boekjaar 2025. De cijfers werden opgehaald uit de remuneratierapporten aan de hand van een Large Language Model ontwikkeld samen met Deloitte.

Slechts drie vrouwelijke CEO’s bij 66 Belgische beursgenoteerde bedrijven

België scoort zwak op het vlak van vrouwelijke vertegenwoordiging aan de top. Van de 66 Belgische beursgenoteerde bedrijven waarvoor het geslacht van de CEO werd onderzocht, hadden er eind 2025 slechts drie een vrouwelijke CEO. Dat komt overeen met 4,5%. In de Stoxx Europe 600 bedroeg het aandeel vrouwelijke CEO’s 9,6%, een sterke stijging ten opzichte van de 3,2% in 2016.

De Europese steekproef levert tegelijkertijd een belangrijke nuance op. Na controle voor onder meer ondernemingsgrootte, rendabiliteit en land van notering is er geen statistisch significant effect van het geslacht op het basissalaris, de korte- en langetermijn variabele remuneratie of de totale remuneratie. De studie vindt dus geen aanwijzingen dat vrouwelijke CEO’s significant minder verdienen dan hun mannelijke collega’s.

Mediane remuneratie stijgt in de Bel 20, maar daalt in de Bel Mid en Bel Small

De mediaan van de totale remuneratie, inclusief vast salaris, korte termijnbonus en langetermijnremuneratie, bedroeg in 2025 € 3.249.518 in de Bel 20 (€ 3.092.587 in 2024), € 1.109.705 in de Bel Mid (€ 1.293.480 in 2024) en € 735.338 in de Bel Small (€ 941.191 in 2024).

Over de periode 2016-2025 steeg de mediane totale CEO-remuneratie bruto met 47,9% in de Bel 20, 46,7% in de Bel Mid en 31,2% in de Bel Small. Ter vergelijking: de uurloonkost in België nam tussen 2016 en 2024 bruto toe met 24,9%.

“De medianen van de CEO-remuneratie blijken dus sterker te stijgen dan de algemene loonkost. Dat betekent echter niet dat de remuneratie van alle CEO’s in dezelfde mate is gestegen. Het gaat immers om de mediaan: het bedrag van de middelste onderneming wanneer we de bedrijven van klein naar groot rangschikken. Bovendien bestaat CEO-remuneratie ook uit een variabel gedeelte en ontvangen veel CEO’s aandelen. Die aandelen hebben het de afgelopen tien jaar goed gedaan.” – Xavier Baeten, Professor Reward & Sustainability aan Vlerick Business School

ESG-criteria winnen verder aan belang in de CEO-bonus

Vrijwel alle Belgische ondernemingen combineren financiële en niet-financiële criteria om de korte termijnbonus van de CEO te bepalen. In 2025 gebruikte 100% financiële criteria en 90% niet-financiële criteria. De financiële criteria kregen gemiddeld het grootste gewicht: 61%, tegenover 39% voor niet-financiële criteria (zoals werknemers- en klantentevredenheid).

ESG-criteria zijn verder doorgedrongen in de bonusbepaling. In 2025 nam 80% van de Belgische beursgenoteerde ondernemingen minstens één ESG-criterium op in de korte termijnbonus, tegenover 59% in 2023 en 53% in 2016. Vooral emissie- en klimaatcriteria kenden een sterke opmars: 25% van de Belgische ondernemingen gebruikte zo’n criterium, tegenover 8% drie jaar eerder. België blijft op dit punt wel achter op de Europese benchmark, waar 37% van de ondernemingen een klimaatcriterium in de korte termijnbonus opneemt.

Tot de meest voorkomende financiële criteria behoren boekhoudkundige maatstaven zoals winst, cashflow en EBITDA (81% van de ondernemingen) en omzetgerelateerde indicatoren (58%). Bij de niet-financiële criteria komen maatstaven rond de eigen werknemers het vaakst voor (39%), gevolgd door klimaatcriteria (25%) en criteria rond consumenten en eindgebruikers (19%).

Transparantie over benchmarking blijft beperkt

Bij de bepaling van CEO-salarissen vergelijken ondernemingen zich regelmatig met andere bedrijven. Deze referentiegroep wordt doorgaans de peer group genoemd. Toch maakt slechts 13 van de 66 onderzochte Belgische ondernemingen, of 19,7%, de namen van de gebruikte peers bekend. Bij ondernemingen die hun peer group publiceren, bedraagt het mediane aantal peers 15; de middelste helft werkt met 12 tot 20 vergelijkingsbedrijven.

“Informatie geven over de ondernemingen waarmee men zich vergelijkt, wordt beschouwd als een praktijk van good governance. Jammer genoeg is die transparantie nog niet sterk ingeburgerd bij Belgische beursgenoteerde bedrijven. Dat is een duidelijk aandachtspunt, omdat organisaties die aandeelhouders adviseren bij de stemming over het remuneratieverslag hier expliciet naar kijken.” – Marthe Van Hove, Senior Researcher aan Vlerick Business School

Over het onderzoek

De studie analyseert CEO-remuneratie over boekjaar 2025. De Belgische dataset bestrijkt alle ondernemingen in de Bel 20, Bel Mid en Bel Small, met analyses naargelang de beschikbaarheid van de relevante gerapporteerde gegevens. Voor de Europese vergelijking wordt gebruikgemaakt van de Stoxx Europe 600. De totale remuneratie omvat het vaste salaris, de korte termijnvariabele remuneratie en de toegekende langetermijnremuneratie.

Bron: Vlerick Business School