Duurzaamheid lijkt bij sommige bedrijven in de ijskast te worden gezet onder druk van concurrentievermogen en geopolitieke spanningen. Volgens Werner Schouten is dat een riskante beweging. Op het Springtij Forum staat centraal hoe duurzaamheid versneld kan worden en hoe het tegelijk de economische weerbaarheid en positie van Europa versterkt.

Van duurzaamheid naar weerbaarheid en concurrentiekracht

Duurzaamheid lijkt bij sommige bedrijven in de ijskast te worden gezet. Onder druk van geopolitieke spanningen, afnemend concurrentievermogen en beleidsontwikkelingen worden ambities heroverwogen of vertraagd. Zo werd de markt begin dit jaar opgeschud door de Omnibus-richtlijn, die de reikwijdte van de CSRD aanzienlijk beperkte. Tegelijkertijd staat ook Europees beleid, zoals het EU Emissions Trading System (EU ETS), onder druk.

Volgens Werner Schouten, directeur van de Impact Economy Foundation, is dat een zorgwekkende beweging. “Soms doen bedrijven alsof er een pauzeknop bestaat voor duurzaamheid. Maar die is er niet.”

Wat er speelt, is volgens hem onderdeel van een bredere verschuiving. “De wereldorde zoals we die kenden, staat onder druk,” zegt hij. “En dat zet twee dingen centraal: weerbaarheid en competitiviteit.” Europa kijkt nadrukkelijker naar afhankelijkheden – van energie, grondstoffen en technologie – en voelt tegelijkertijd dat het terrein verliest ten opzichte van de VS en China.

Die druk is zichtbaar in sectoren als chemie en automotive, waar productie verschuift en bedrijven het zwaar hebben. De reflex die ontstaat, is volgens Schouten risicovol. “We zijn een soort VS-lookalike-competitie aan het doen.” Standaarden worden versoepeld en ambities schuiven op richting de korte termijn.

De grenzen van de huidige aanpak

Tegelijkertijd gaat de praktijk van de transitie gewoon door en daar wordt zichtbaar waar het knelt. Veel bedrijven zitten midden in de uitvoering van hun doelen en lopen tegen grenzen aan. Netcongestie belemmert elektrificatie, marktvraag blijft achter en vooral in de keten wordt duidelijk hoe complex de opgave is. “Het laaghangende fruit is wel geplukt,” zegt Schouten. “En in de keten moeten bedrijven nu dingen doen die niet vanzelf binnen het verdienmodel passen.”

Daar zit volgens hem de kern. Duurzaamheid kan niet los worden gezien van economische logica. De volgende stap is het winstgevend maken van impact. “Hoe zorgen we dat de meest duurzame, regeneratieve en circulaire bedrijven ook de meest winstgevende worden?”

Die vraag wordt scherper door internationale concurrentie. China heeft een stevige positie opgebouwd in cleantech en haalt daar een aanzienlijk deel van zijn economie uit. Europa verloor eerder terrein in zonnepanelen en ziet dat nu opnieuw gebeuren bij elektrische mobiliteit.

Volgens Schouten gaat het dan ook niet meer over richting. “Het is geen vraag of we de transitie aangaan, maar hoe snel.” Vertragen brengt risico’s met zich mee die verder gaan dan alleen economische schade. Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies zorgen voor instabiliteit die direct doorwerkt in prijzen, leveringszekerheid en bedrijfsvoering.

“Het idee dat je even kunt stoppen en later weer kunt aanhaken, klopt gewoon niet,” zegt hij. “Dan word je ingehaald én krijg je de rekening er bovenop.”

Springtij Forum: van paniekvoetbal naar richting en snelheid

De opgave waar Europa voor staat, is volgens Schouten fundamenteel. Duurzaamheid en competitiviteit moeten met elkaar verbonden worden. “Europa zal duurzaam en competitief zijn, of het zal niet zijn. We kunnen Europa een groene supermacht maken door ons leiderschap in duurzaamheid en clean tech juist offensief in te zetten op het geopolitieke speelveld.”

Op het Springtij Forum staat precies die vraag centraal: hoe bouwen we een economie die werkt voor impact – voor klimaat, biodiversiteit en gezondheid – en tegelijkertijd economisch sterk is?

Dat vraagt om het doorbreken van wat Schouten ‘paniekvoetbal’ noemt. Korte termijn ingrepen, zoals het versoepelen van regels of het in stand houden van bestaande industrie, bieden geen structurele oplossing. In plaats daarvan pleit hij voor het actief bouwen van nieuwe markten.

“Hoe kunnen duurzame autobedrijven in Europa floreren? Hoe zorgen we dat duurzame chemie hier blijft? Dat doen we niet door water bij de duurzame wijn te doen, maar door een speelveld te creëren waarin we de concurrentie aangaan op basis van de hoogste duurzaamheid in plaats van de laagste prijs.” Dat zijn de vragen die volgens hemcentraal moeten staan.

Daar hoort ook uitvoeringskracht bij. De huidige praktijk, waarin duurzame projecten jarenlang wachten op vergunningen, past niet bij de urgentie van de opgave. “Tijdens de energiecrisis hebben we binnen maanden een LNG-terminal gebouwd. Dan zie je dat het wél kan.”

Wat nodig is, is snelheid en richting. Duurzaamheid moet geen aparte agenda zijn, maar de basis van economische keuzes. Want het idee dat ‘rechtdoor’ nog bestaat, is volgens Schouten een illusie.

En precies daar raakt het aan het thema van Springtij dit jaar: wat moet vraagt moed. De moed om niet terug te schakelen onder druk, maar koers te houden. De moed om snelheid te maken waar systemen vertragen. En vooral de moed om duurzaamheid te blijven zien als fundament voor een sterke, weerbare economie.

Springtij Forum. Hét strategische platform voor transitievraagstukken.

23 – 25 september op Terschelling. Reserveer je plek.

https://www.springtij.nu/springtij-forum-2026/

Bron: Springtij