Nieuwe aanbestedings‑ en inkooprichtlijnen binnen het Betonakkoord markeren een belangrijke stap in de verduurzaming van de bouwsector. Hierdoor kunnen concrete eisen voor hergebruik en hoogwaardige verwerking van beton en staal systematisch opgenomen worden in aanbestedingen. Voor het eerst wordt een aanpak waarin circulair slopen, hoogwaardige verwerking én hergebruik voor aanbestedingen met elkaar verbonden binnen de keten. Daarbij geldt een hiërarchie in toepassingen, gebaseerd op vijf niveaus van waardecreatie van Renewi. Zo verschuift circulariteit van ambitie naar realiteit.
Circulariteit begint al bij de sloop. Circulair slopen betekent dat de materialen die vrijkomen, zo worden verwijderd en gescheiden dat ze opnieuw hoogwaardig kunnen worden toegepast. Door deze gerecyclede materialen vervolgens uit te vragen in nieuwe projecten, wordt de cirkel daadwerkelijk gesloten.
De richtlijnen zijn ontwikkeld binnen een breed samenwerkingsverband van publieke en private opdrachtgevers en zijn voor het eerst vastgelegd binnen het Betonakkoord. Ze bieden opdrachtgevers een concreet kader om circulariteit structureel mee te nemen in aanbestedingen en zo de markt in beweging te brengen.
Renewi‑aanpak als referentie
In de nieuwe richtlijnen is een duidelijke hiërarchie zichtbaar, gebaseerd op de vijf niveaus van waardecreatie zoals die door waste-to-product bedrijf Renewi zijn ontwikkeld en toegepast. Niveau 1 is het laagste niveau: het gebruik van betonpuin als fundering voor een weg. In Nederland wordt een groot deel van het betonpuin nog altijd op deze manier laagwaardig toegepast. Dit wordt beschouwd als downcycling.
Niveau 5 is de meest hoogwaardige, volledig circulaire vorm van betonrecycling waarbij het grind, zand en reactieve vulstof weer geschikt worden gemaakt voor beton. Deze vijf niveaus van betonrecycling wordt nu door het Betonakkoord gebruikt als praktisch houvast voor opdrachtgevers.
Prof. dr. Jacqueline Cramer, voorzitter van het Betonakkoord: “We hebben in de aanbestedingsrichtlijnen bewust gekozen voor een hiërarchie in toepassingen, gebaseerd op vijf niveaus van waardecreatie zoals die door Renewi is ontwikkeld. Zo maken we concreet wat we bedoelen met circulariteit en geven we opdrachtgevers en marktpartijen duidelijke richting.”
Van pilots naar schaal
De nieuwe richtlijnen bouwen voort op praktijkervaringen uit eerdere projecten. Een belangrijk voorbeeld is het A9‑project van Rijkswaterstaat, waarin samen met onder meer Renewi is gewerkt aan het hoogwaardig terugbrengen van vrijkomende betonpuin in Rijkswaterstaat-projecten.
Het A9‑project laat zien dat circulaire oplossingen technisch en logistiek haalbaar zijn, maar ook dat opschaling afhankelijk is van een consistente vraag vanuit opdrachtgevers.
Jan‑Pedro Vis, Director Materials bij Renewi: “Dit is een mooie doorbraak. Als opdrachtgevers nu expliciet sturen op de hoogste vormen van hergebruik en recycling ontstaat een structurele vraag naar hoogwaardige toepassingen. Dat is precies wat nodig is om circulariteit in de bouw op te schalen.”
Consistente vraag als versneller
Met de introductie van uniforme richtlijnen ontstaat voor het eerst een breed toepasbaar kader waarmee opdrachtgevers hun vraag kunnen opnemen in aanbestedingen en zo de markt in beweging brengen. Deze aanpak krijgt naar verwachting de komende jaren bredere navolging en helpt de ambitie te realiseren om in 2035 minimaal 82 procent van het Nederlandse afval te recyclen, waarvan 15 procent hoogwaardig.
De bouw is wereldwijd verantwoordelijk voor 34% van het grondstoffengebruik. Deze grondstoffen zijn niet oneindig voorradig. Tegelijkertijd zorgen geopolitieke ontwikkelingen voor druk op prijzen en groeit het belang van een meer onafhankelijke grondstoffenvoorziening. Een circulaire economie, waarin materialen structureel worden hergebruikt en gerecycled, biedt hiervoor een concreet en schaalbaar alternatief.
Bron: Renewi

