De energietransitie strandt niet door onwil van Nederlanders, maar door een systeem waarin duurzame keuzes nog te ingewikkeld, onzeker en duur zijn. Dat blijkt uit de nieuwe thema-uitgave Energietransitie van de Monitor Duurzaam Leven van Milieu Centraal, het kenniscentrum voor duurzaam leven. Ruim de helft van de Nederlanders staat open voor duurzamere keuzes die de energietransitie versnellen, maar minder dan een derde brengt dat ook daadwerkelijk in de praktijk. Veel Nederlanders blijven gehecht aan hun fossiele auto, terwijl woningverduurzaming, met name isolatie, juist veel draagvlak kent. Volgens Milieu Centraal ligt daarmee het grootste onbenutte potentieel achter de voordeur. Wanneer huishoudens meer duidelijkheid, ondersteuning en inzicht in te nemen acties krijgen, kunnen juist hier snel grote stappen worden gezet.
Bovendien blijkt draagvlak niet statisch: het kan snel keren door grote veranderingen in de omgeving van de burger die voelbaar zijn in de portemonnee, en door beeldvorming in media, geopolitiek en de aankondiging van beleidsmaatregelen. Een aanvullende flitspeiling (28 april)** als tussentoets bij de Monitor bevestigt dat: onder invloed van de energiecrisis, de aangekondigde terugkeer van EV-subsidie en de Utrechtse aansluitstop steeg de openheid voor een elektrische auto in een jaar van 44% naar circa 65%, en voor een volledig elektrische warmtepomp van 49% naar bijna 70%.
Opgave verschuift: van overtuigen naar mogelijk maken
Uit de Monitor blijkt dat gemiddeld 51% van de Nederlanders openstaat voor duurzame keuzes, terwijl slechts 29% deze keuzes ook daadwerkelijk doorvoert. Hoewel er een krappe meerderheid gemiddeld bereid is om duurzamere keuzes te maken, laat een recente flitspeiling (28 april) zien hoe sterk de bereidheid kan meebewegen met maatschappelijke en geopolitieke ontwikkelingen. Zo is de openheid voor grote investeringen die bijdragen aan de energietransitie, zoals elektrisch rijden of een warmtepomp, in korte tijd fors toegenomen. De energietransitie vraagt om nieuwe kennis en vaardigheden, een andere keuzeomgeving en nieuwe normen, en dat maakt voor veel mensen nu nog de drempel hoog om daadwerkelijk die bereidheid om te zetten in actie.
Milieu Centraal stelt daarmee dat de kernopgave verschuift van het vergroten van draagvlak naar het mogelijk maken van duurzaam gedrag. Ika van de Pas, directeur-bestuurder van Milieu Centraal: “De echte versnelling van de energietransitie zit niet alleen in technologie, maar vooral in wat mensen in hun dagelijks leven kúnnen doen. Het vraagt niet om meer motivatie, maar om randvoorwaarden zoals voorspelbaar beleid, lagere financiële risico’s, duidelijke keuzes en actieve ondersteuning. Pas wanneer duurzame keuzes logisch en vanzelfsprekend worden, kunnen huishoudens hun rol in de energietransitie echt waarmaken.”
Dat goede randvoorwaarden effect hebben, blijkt uit regionale verschillen. In Drenthe is de openheid voor vergaande verduurzaming van de woning merkbaar hoger, mede dankzij extra subsidies. Dit onderstreept dat financiële ondersteuning werkt: verbeteren van de woning wordt niet alleen haalbaarder, maar subsidiemaatregelen kunnen dus ook normstellend werken, wat het draagvlak zichtbaar vergroot.
Wonen: veel bereidheid, maar mensen blijven steken in losse maatregelen
Binnen het domein Wonen is het draagvlak groot, maar uitvoering beperkt. Zeven op de tien woningeigenaren staat open voor wonen in een (zeer) goed geïsoleerde woning. Ongeveer 60% heeft al minimaal één maatregel genomen, zoals vloer- of glasisolatie. Toch heeft vrijwel niemand (slechts 5%) zijn woning (van vóór 2018) zodanig verduurzaamd dat deze klaar is voor een aardgasvrije toekomst.
Die volgende stap vraagt om een systeem dat verduurzaming duidelijk, makkelijk en betaalbaar maakt. Zolang dat ontbreekt, blijven huishoudens steken in losse maatregelen. Dat is een gemiste kans, benadrukt Milieu Centraal. Een goed geïsoleerde woning vormt de basis van de energietransitie: zij verlaagt het energieverbruik structureel en maakt vervolgstappen makkelijker. Ook laat de flitspeiling zien dat bijna 70% van de respondenten positief tegenover de aanschaf van een volledig elektrische warmtepomp staat, ten opzichte van 49% in mei 2025.
Mobiliteit: grootste impact, meeste twijfel
De energietransitie stokt het meest binnen mobiliteit. Dit domein heeft de grootste klimaatimpact, maar kent het laagste draagvlak en de minste uitvoering. Dit komt door de gehechtheid aan de fossiele auto. Voor duurzamer reizen is wel in meerderheid draagvlak. Hoewel het aantal elektrische auto’s toeneemt, laat de Monitor zien dat zorgen over kosten en het afbouwen van fiscale voordelen de bereidheid om elektrisch te rijden onder druk zetten. Wel laat de flitspeiling zien dat die bereidheid onder invloed van actuele ontwikkelingen ook weer kan stijgen (65% nu t.o.v. 44% vorig jaar). Tegelijkertijd spelen zorgen over overbelasting van het stroomnet een steeds grotere rol.
Zorgen over netcongestie groeien, terwijl verduurzaming vaak wél kan
De toenemende zorgen over netcongestie vormen een rode draad door alle domeinen heen. Waar in mei 2025 52% van de Nederlanders zich zorgen maakte over de belasting van het stroomnet bij de aanschaf van een warmtepomp, is dat aandeel inmiddels gestegen naar 65%. Ook het gelijktijdig gebruik van elektrische apparaten baart steeds meer mensen zorgen.
Volgens Milieu Centraal ligt hier een belangrijke communicatieve opgave: duidelijk maken wat wél kan binnen de bestaande netcapaciteit en hoe mensen daar verstandig mee om kunnen gaan. Judith Roumen, gedragsonderzoeker bij Milieu Centraal en medeauteur van de Monitor: “We zien dat netcongestie voor veel mensen een concreter en zorgelijk begrip is geworden. Tegelijkertijd is verduurzamen in huis, zoals met een hybride warmtepomp, vaak nog prima mogelijk zonder dat de aansluiting verzwaard hoeft te worden. Op de meeste plekken is verzwaring bovendien nog gewoon mogelijk. Het is daarom belangrijk dat mensen weten wat wél kan en hoe zij slimme keuzes kunnen maken, ook als het stroomnet onder druk staat. Onzekerheid hierover zorgt er mogelijk voor dat huishoudens verduurzamingsplannen uitstellen, terwijl dat in veel gevallen niet nodig is.”
Bron: Milieu Centraal
