Onderhandelaars van het Europees Parlement en de EU-lidstaten hebben een akkoord bereikt over de namen die plantaardige producten nog mogen gebruiken. Daarbij blijft ‘veggieburger’ toegestaan, maar dreigen andere bekende termen zoals ‘steak’, ‘bacon’ en verwijzingen naar diersoorten of vleesdelen verboden te worden.

Met andere woorden: sommige namen mogen blijven, terwijl namen die consumenten al jaren zonder problemen begrijpen, plots moeten verdwijnen. Dat is vooral verwarrend. Want zulke woorden maken voor consumenten juist snel duidelijk wat voor product ze kopen, hoe ze het kunnen gebruiken en waar het een alternatief voor is.

Campaigner bij foodwatch Tahnee Didderen: “Dit compromis laat vooral zien hoe ver de Europese politiek van de werkelijkheid is afgedreven. Er wordt een hoop energie gestoken in het verbieden van woorden die consumenten allang begrijpen, terwijl daar in de praktijk nauwelijks een probleem achter zit. Dit is geen serieuze consumentenbescherming, maar een politiek opgeblazen schijndebat waar vooral lobbybelangen van profiteren”.

Dat de benaming ‘veggieburger’ in de Europese Unie behouden mag blijven, is goed nieuws en het gevolg van flinke maatschappelijke druk. Maar het bredere compromis over vleesgerelateerde benamingen voor plantaardige en hybride producten blijft vooral een voorbeeld van onnodige en verwarrende regelgeving.

De discussie maakt deel uit van bredere Europese wetgeving die de positie van landbouwers in de voedselketen moet versterken. Maar in plaats van zich te beperken tot eerlijke marktregels en contracten, gaat de EU zich met dit compromis ook bemoeien met de taal op verpakkingen van plantaardige en hybride producten.

Tahnee Didderen: “Wat hier voorligt, lost geen echt probleem op. Consumenten begrijpen deze productnamen al jaren prima. De EU heeft haar prioriteiten niet op orde. Ze bemoeit zich met woorden op verpakkingen die consumenten al jaren prima begrijpen, terwijl vrijwel niemand, behalve de industrie-lobby, om zo’n verbod vraagt. Het maakt producten moeilijker herkenbaar, zadelt producenten op met extra kosten en gooit barrières op voor innovatie. Dit is geen consumentenbescherming, dit is een beschamende knieval voor een politiek en lobbygedreven campagne tegen plantaardige alternatieven.”

Volgens voorstanders van strengere regels is dat nodig om misleiding te voorkomen. Maar daar is weinig bewijs voor. Uit een representatieve opiniepeiling in Duitsland, uitgevoerd in opdracht van foodwatch, blijkt dat 84% van de ondervraagden niet vindt dat benamingen zoals vegetarische burgers of sojaschnitzels zo misleidend zijn dat strengere wettelijke regels nodig zijn. Ook in Nederland is er weinig steun voor een verbod. Uit onderzoek van Radar (AVROTROS)  blijkt dat 69% tegen een verbod is op dierlijke namen voor vega(n) producten. Bovendien weet 96% van de ondervraagden dat een ‘vegaworst’ een vegetarische worst is, dus een worst zonder vlees.

Het idee dat consumenten massaal in de war zouden raken door benamingen als veggieburger, vegan bacon of plantaardige kip houdt dan ook geen stand. Zulke termen zorgen in de praktijk niet voor verwarring, maar juist voor duidelijkheid. Ze helpen consumenten om in één oogopslag te begrijpen wat ze kopen. Producenten dwingen om voor zulke producten nieuwe, onbekende namen te verzinnen, maakt die keuze in de winkel niet eenvoudiger, maar juist lastiger.

Deze aanpak raakt niet alleen volledig plantaardige producten. Ook hybride producten – producten waarin vlees deels wordt vervangen door plantaardige eiwitten – dreigen in de problemen te komen. Net die producten kunnen helpen om consumenten op een laagdrempelige manier minder vlees te laten eten, zonder dat ze hun eetpatroon volledig moeten veranderen.

De gevolgen van deze Europese keuze zijn dan ook groot. Producenten dreigen extra kosten te krijgen voor herverpakking en rebranding. Innovatieve producten krijgen te maken met nieuwe juridische onzekerheid. En consumenten verliezen precies de duidelijke taal die hen vandaag helpt om snel en bewust keuzes te maken. De EU maakt die innovatie dus niet makkelijker, maar moeilijker.

Regelgeving moet consumenten helpen, duidelijkheid scheppen en innovatie ondersteunen. Dit compromis doet het tegenovergestelde. Het maakt de markt ingewikkelder, remt duurzame productontwikkeling af en legt onnodige druk op bedrijven die net inspelen op veranderende consumentenvoorkeuren.

De formele goedkeuring door het Europees Parlement en de lidstaten moet nog volgen. Foodatch gaat dan ook campagne voeren om in de volgende stappen duidelijk te maken dat deze aanpak niet in het belang is van consumenten, innovatieve producenten of de omslag naar een duurzamer voedselsysteem.