De kosten voor het volledig ontmantelen van offshore windparken blijken hoger te zijn dan de door de overheid vastgestelde bankgarantie in eerdere offshore kavelbesluiten. Nieuwe simulatiestudies van TNO tonen aan dat de huidige bankgarantie (2016) te laag is. Dit inzicht kan van belang zijn voor het actualiseren van financiële kaders rondom toekomstige windparken. Het rapport biedt handvatten voor innovatie bij ontmantelingsoperaties.
Werkelijke kosten in kaart gebracht
Bij de bouw van nieuwe windparken binnen de Nederlandse Exclusieve Economische Zone vraagt de overheid projectontwikkelaars een bankgarantie als zekerheidstelling voor de latere ontmanteling van het windpark. Deze garantie is bedoeld om te voorkomen dat de samenleving met kosten blijft zitten als bijvoorbeeld de vergunninghouder failliet gaat.
De windparkontwikkelaar blijft de kosten voor het volledig verwijderen van het windpark dragen. In de huidige kavelbesluiten wordt uitgegaan van een bankgarantie van €120.000 per megawatt (MW).
Deze bankgarantie wordt wel vanaf het moment dat het park elektriciteit levert jaarlijks geïndexeerd met 2 procent ten laste van de vergunninghouder. TNO heeft een nieuwe berekening gemaakt. “Uit onze berekeningen blijkt dat de volledige ontmanteling van een modern windpark ongeveer €172.500 per MW kost*”, zegt Harald van der Mijle Meijer onderzoeker windenergie bij TNO.
“Wanneer alleen een deel wordt verwijderd – bijvoorbeeld dat de monopiles tot zes meter onder de zeebodem worden doorgezaagd – zijn de kosten ongeveer €110.600 per MW. Deze nieuwe inschatting kan beleidsmakers helpen om bestaand beleid te evalueren.” – Harald van der Mijle Meijer, Onderzoeker windenergie bij TNO
Bescherming tegen bodemerosie is grootste kostenpost
Een conclusie uit het onderzoek is dat het verwijderen van de zogenoemde scour protection (bodemerosiebescherming) verantwoordelijk is voor bijna 40 procent van de totale ontmantelingskosten. Harald van der Mijle Meijer: “Het weghalen van de erosiebescherming is logistiek uiterst complex, tijdrovend, sterk afhankelijk van weersomstandigheden en vraagt om gespecialiseerd materieel.”
Ook blijkt uit de studie dat schaalgrootte loont: grotere turbines verlagen de kosten per MW. De afstand tot de haven is eveneens een belangrijke factor; een verdubbeling van 105 naar 210 kilometer zorgt voor ruim 12 procent kostenstijging.
Simulatiestudie met 480 varianten
TNO voerde het onderzoek uit in opdracht van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, en gebruikte hiervoor het simulatiemodel UWiSE. Per scenario zijn 480 varianten doorgerekend op basis van 40 historische weerjaren en 12 mogelijke startmaanden. Daarnaast zijn aannames gevalideerd in een workshop met vertegenwoordigers uit de sector – waaronder ontwikkelaars, aannemers, leveranciers, RVO en Rijkswaterstaat.
Aanbevelingen: flexibiliteit en maatwerk noodzakelijk
TNO adviseert om ontwikkelaars tijdens de looptijd van een project de mogelijkheid te geven te kunnen aantonen dat bijvoorbeeld lagere bankgaranties passend zijn. Ook wijst het rapport op de wenselijkheid van maatwerk voor locaties met afwijkende kenmerken zoals bodem- of weerscondities. Ontmantelingstechnieken die goed werken in zandige ondergrond zijn mogelijk minder effectief in gebieden met dikke kleilagen.
Grote innovatiekansen voor Nederland
“Juist de meest kostbare activiteiten van ontmanteling bieden de grootste kansen voor innovatie” zegt Van der Mijle Mijer. “Denk aan efficiëntere methoden voor het verwijderen van scour protection, snellere technieken voor het uit de bodem verwijderen of doorsnijden van monopiles, geoptimaliseerde offshore logistiek en betere integratie van ontmanteling met recycling.”
Vanaf 2040 ontstaat wereldwijd een enorme markt voor ontmanteling. Door tijdig te investeren in deze technologische en organisatorische vernieuwingen kan Nederland, volgens TNO, internationaal een leidende rol spelen op het gebied van duurzame ontmanteling.



