Een nieuwe beleidsnota van Clingendael Instituut laat zien dat Europa zijn afhankelijkheid van Russisch pijpleidinggas snel aan het vervangen is door een afhankelijkheid van vloeibaar aardgas (LNG) uit de VS. In 2025 stegen de Amerikaanse LNG-importen naar de Europese Economische Ruimte (EER) met 61% ten opzichte van 2024 en bijna verzesvoudigden ze ten opzichte van 2019. Amerikaanse LNG vertegenwoordigt nu meer dan 59% van de LNG-importen in de EU en ongeveer 38% van de totale gasimporten uit landen buiten de EER. Deze trend stelt Europa bloot aan geopolitieke druk, prijsvolatiliteit en het risico van gestrande activa, betogen de auteurs van de nota.

De beleidsnota, getiteld ‘Europe’s Selective Blindness on Gas: US LNG and the Limits of Supply Diversification’, is een gezamenlijk project van energiebeleidsexperts van het Clingendael Instituut (Den Haag), het Ecologic Institute (Berlijn) en het Norwegian Institute of International Affairs – NUPI (Oslo). Op basis van de meest recente gegevens over gasstromen tot en met 31 december 2025 onderzoekt dit beleidsrapport de aanpak van de EU ten aanzien van de diversificatie van de gasvoorziening.

In december keurde het Europees Parlement een nieuwe wet goed om de import van gas en olie uit Rusland geleidelijk af te bouwen. De auteurs verwelkomen de doelstellingen, maar waarschuwen dat de wet, die nu nog formeel door de Raad moet worden bekrachtigd, “diversificatie” herdefinieert als louter de eliminatie van Russische import. “Diversificatie kan niet betekenen dat één dominante leverancier wordt vervangen door een andere. Europa heeft een duidelijke definitie van diversificatie nodig en een strategie die de huidige geopolitieke realiteit weerspiegelt”, aldus Raffaele Piria, Senior Fellow bij het Ecologic Institute en initiatiefnemer van het onderzoek.

Het beleidsrapport verschijnt te midden van een ongekende controverse onder NAVO-landen, kort na de Amerikaanse interventie in Venezuela en met oplopende spanningen rond Groenland. “Historisch gezien werden interventies van de Amerikaanse overheid in de gasmarkt om druk uit te oefenen op Europa als ondenkbaar beschouwd. In de huidige geopolitieke context is die aanname twijfelachtig”, voegt Piria eraan toe.

Hoewel eerdere analyses al wezen op een toenemende Amerikaanse gasimport, schetst de beleidsnota een duidelijker en realistischer beeld door de huidige belangrijkste gasbron in Europa – Noorwegen – als een binnenlandse bron te beschouwen.

“Noorwegen is feitelijk een integraal onderdeel van de gemeenschappelijke energiemarkt, valt grotendeels onder dezelfde regelgeving en kan zijn gas vrijwel uitsluitend aan de EU of het VK verkopen”, legt Kacper Szulecki, onderzoeksprofessor bij NUPI, uit. Hij voegt eraan toe: “Daarom is het logisch om te spreken van een toenemende afhankelijkheid van de Europese Economische Ruimte van Amerikaans gas – de kwetsbaarheden van Europa zijn collectief en moeten beter worden begrepen door beleidsmakers en het publiek.”

“LNG biedt een groter diversificatiepotentieel dan pijpleidinggas”, zegt Hannah Lentschig, onderzoeker bij het Clingendael Instituut, “maar de LNG-afhankelijkheid van Europa vergroot onze blootstelling aan mondiale prijsschokken via de spotmarkten, met een sterke impact op de groothandelsprijzen voor gas en elektriciteit in Europa.” Ze voegt eraan toe: “LNG stoot ook meer uit dan pijpleidinggas. Dit is geen duurzame weg naar energiezekerheid.”

De auteurs pleiten niet alleen voor een duidelijke definitie van diversificatie, maar roepen EU-besluitvormers ook op om het onderdeel te maken van een bredere strategie voor energiezekerheid. “Echte energiezekerheid vereist een versnelde inzet van hernieuwbare energiebronnen en elektrificatie in eigen land om de import van gas en olie geleidelijk af te bouwen, en niet alleen een verschuiving van leveranciers van fossiele brandstoffen”, betoogt Louise van Schaik, hoofd van de afdeling EU & Global Affairs bij Clingendael. “Op de korte en middellange termijn zullen we nog steeds gas nodig hebben”, voegt ze eraan toe, “en daarom moeten EU-wetgevers streven naar daadwerkelijke diversificatie van leveranciers en transportroutes, en nationale diversificatieplannen moeten dit duidelijk weerspiegelen”.

Bron: Clingendael Instituut