Sturen op werkelijke energieprestaties in plaats van op theoretische besparingen in de utiliteitsbouw. Dat is de boodschap in het manifest van Gideon dat gisteren is overhandigd aan Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie. DGBC heeft meegeschreven aan het manifest en onderschrijft de boodschap samen met alle 80 marktpartijen die het Paris Proof Commitment hebben ondertekend. In totaal ondertekenden tot nu toe circa 140 partijen het manifest. 

De reden voor de overhandiging is dat het kabinet de (aangescherpte) Europese doelen op het gebied van energiebesparing momenteel uitwerkt. Om deze doelen en uiteindelijk de Parijse klimaatdoelstellingen te halen, zijn extra maatregelen nodig.

Sturen op werkelijk energiegebruik is zo’n manier om de uitstoot van bestaande gebouwen te reduceren. Het theoretische energiegebruik uit het energielabel wijkt vaak veel af van het werkelijke gebruik. Gemiddeld scheelt dit naar schatting tot zo’n 30 procent. Daarom is het sturen op werkelijk energiegebruik een betere manier om besparingen te meten en te monitoren.

Het wordt door inzicht voor bedrijven eenvoudiger om energie te besparen en leidt tot minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Bovendien is handhaving eenvoudiger en effectiever. En kan het een impuls geven voor de ontwikkeling van smart building technologie, waarmee blijvend wordt ingezet op verbeterde monitoring

Paris Proof-normen

In andere landen geldt al een dergelijk systeem. Voor Nederland heeft DGBC de Paris Proof-normen vastgesteld. Een kantoor dat voldoet aan de doelstellingen van Parijs mag maximaal 150 kWh/m2 in 2025 gebruiken en in 2030 100 kWh/m2. Met als einddoel 70 kWh/m2 in 2040, oftewel: Paris Proof. Voor winkels of industrie gelden andere normen.

Werkelijke Energie intensiteit indicator

De Paris Proof normen zijn daarnaast opgenomen in een niet-commerciële standaard, namelijk de WEii (Werkelijke Energie intensiteit indicator), opgezet door DGBC en TVVL. Deze tool maakt op een uniforme wijze inzichtelijk wat een gebouw per vierkante meter per jaar aan energie gebruikt. Gebouweigenaren en -gebruikers krijgen daardoor direct inzicht in de werkelijke energieprestaties van hun pand in relatie tot gelijkwaardige panden in hun sector, in plaats van een theoretisch inzicht. Daarnaast ontstaat direct een beeld van hoe ver ze verwijderd zijn van de Parijse klimaatdoelstellingen of zelfs een energieneutraal gebouw.

Speerpunt

Werkelijk energiegebruik is al langere tijd een van de speerpunten van DGBC. Met het programma Paris Proof wordt hier handen en voeten aan gegeven door te sturen op inzicht en vermindering van het werkelijk gebruik. Hieruit is ook het Paris Proof Commitment ontstaan. Met het ondertekenen van dit document verbinden partijen zich aan de ambitieuze doelstelling om tegen 2040 het energiegebruik in de gebouwde omgeving met twee derde te verlagen en de daarbij horende CO₂-emissies terug te brengen. 

Extra op het vizier

Martin Mooij, programmamanager bij DGBC: “Mooi dat steeds meer partijen het enorme besparingspotentieel inzien door te sturen op het werkelijk energiegebruik. DGBC heeft samen met TVVL hier het voortouw in genomen met het opstellen van de WEii-methode en handelingsperspectief geboden met het EnergieKompas. Al meer dan 80 verschillende marktpartijen tekenden het Paris Proof Commitment en zijn vanuit hun rol zelf aan de slag gegaan.” 

Tijdens de overhandiging gaf de minister aan hiermee aan de slag te willen. Het sturen op werkelijke energieprestaties in utiliteitsgebouwen staat nu extra op het vizier van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken.