Transparency: ‘mondiale corruptiecrisis’

(Gepubliceerd in Het Financieele Dagblad van 28 juni 2001). De mate van corruptie is wereldwijd hoger dan ooit. Dit concludeert Transparency International, de toonaangevende anticorruptieorganisatie, die gisteren de jaarlijkse ranglijst van corrupte landen publiek heeft gemaakt. 'Er komt geen eind aan het misbruik van macht door degenen in publieke dienst', zegt Peter Eigen, voorzitter van Transparency International dat in Berlijn is gevestigd. 'Er is een wereldwijde corruptiecrisis', aldus Eigen.

Op de corruptie perceptie index (cpi) staat Nederland met een achtste plaats net als voorgaande jaren in de toptien van minst corrupte landen. Van de rijke industrielanden staat Italië, na Estland en voor Namibië, te boek als meest corrupt.

De Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk zijn enkele plaatsen gezakt op de ranglijst tot de zestiende plaats, twintigste en eenentwintigste positie. ‘Dat Duitsland is gezakt is gezien het schandaal rond de partijfinanciering van de vorige regeringspartij CDU wel begrijpelijk’, oordeelt Eduard Kimman, voorzitter van TI-Nederland en hoogleraar bedrijfsethiek . ‘Maar dat de VS op de zestiende plaats staan, bevreemd mij. De Amerikaanse praktijk van partijfinanciering riekt nog veel meer naar het omkopen van beambten.’

TI merkt op dat de relatief goede score van de rijke industrielanden niet het hele verhaal vertelt. In de index zijn geheime betalingen ter financiering van politieke verkiezingscampagnes niet weergegeven. Betrokkenheid van banken bij witwassen of omkoping door multinationals is evenmin verwerkt.

De cpi, die voor het eerst in 1995 werd opgemaakt, is afgeleid van peilingen onder analisten, wetenschappers en ondernemers. TI benadrukt dat het gaat om de perceptie van ondervraagden en daarom niet noodzakelijk de werkelijkheid weergeeft. Zo neemt Nigeria nog altijd de op een na slechtste positie in terwijl ‘de regering juist grote stappen heeft gezet om gelden terug te winnen die waren geplunderd door de voormalige dictator Sani Abacha’, aldus vice-voorzitter van TI, Tunku Abdul Aziz.

De index registreert een hoge mate van corruptie in transitielanden, met name de republieken die deel uitmaakten van de voormalige Sovjet-Unie. Kazachstan, Oezbekistan, Rusland, Oekraïne en Azerbeidzjan doen het bijzonder slecht.

TI zegt begin volgend jaar een nieuwe ranglijst van de betalers van steekpenning te publiceren. De meest recente ‘bribe-payers index’ dateert van 1999 en rangschikt twintig landen. Zweedse ondernemers zijn volgens deze lijst het minst bereid om smeergeld te betalen of aan te bieden. Opvallend genoeg prijkt er op de zwarte lijst van de Wereldbank juist een groot aantal Zweedse bedrijven omdat die zich schuldig hebben gemaakt aan corrupte praktijken. Deze ondernemingen komen niet meer in aanmerking voor de aanbesteding van Wereldbank-projecten.

Share Button