Organisaties staan voor grote uitdagingen: klimaatdoelen, geopolitieke spanningen, veranderende markten en maatschappelijke verwachtingen. Dit vraagt om strategieën die niet alleen vandaag werken, maar ook in de toekomst. TNO ondersteunt organisaties met een praktisch raamwerk en een workshop waarin bestaande strategieën worden getoetst aan vier mogelijke toekomstscenario’s. Zo ontstaat inzicht in sterke punten, blinde vlekken en concrete stappen om verder te komen.

De vier scenario’s vormen een raamwerk dat volgt uit eerder TNO-onderzoek naar duurzaamheidsstrategieën die sociale en technologische vernieuwing combineren. Hiermee kunnen organisaties hun eigen strategie toetsen op transformatief vermogen en op robuustheid in deze onzekere geopolitieke tijd.

Om deze aanpak in de praktijk te brengen, organiseerde TNO de eerste workshops samen met ABN AMRO en Netwerkbedrijf Alliander. Daar bleek hoe waardevol het raamwerk is: deelnemers ontdekten niet alleen waar hun strategie al transformatieve elementen bevat, maar ook waar nog blinde vlekken zitten. “We zijn op meer vlakken actief dan we dachten,” was een veelgehoorde reactie.

De 4 maatschappelijke toekomstscenario’s

Ieder van de vier scenario’s geeft een maatschappelijk toekomstbeeld met een andere sturingsrichting bedoeld om binnen planetaire grenzen te blijven. De scenario’s zijn een interpretatie van de ideeën in de literatuur, die in de praktijk breed uitwaaieren en veel verschillende opvattingen en definities omvatten.

Green Growth

De markt stuurt, de overheid zet alleen de grenzen aan de markt door ‘true pricing’; milieukosten in de prijzen brengen. Technologische innovatie en gedragsverandering door prijsveranderingen lossen de milieuproblemen op, er wordt niet direct gestuurd op andere onderliggende normen en waarden.

Denk aan: groene technologieën en duurzame productie binnen het bestaande systeem.

Mission Economy

De overheid stuurt direct via ‘maatschappelijke missies’ en doelen, met focus op technologische innovatie. Inspiratie is het ‘man-on-the-moon’ programma in de Verenigde Staten in de jaren zestig.

Denk aan: klimaatakkoorden, ‘roadmaps’ voor door de overheid geselecteerde technologieën, verplichte verduurzaming en normstellingen, stricte evaluatie en handhaving door de overheid, overheidsinvesteringen in groene technologie.

Post Growth

Verandering van normen en waarden van mensen is nodig, de overheid stuurt hierop door campagnes, nudging en normstelling. Het halen van milieu- en sociale doelstellingen staat voorop, economische groei is alleen hierbinnen mogelijk. Sociale rechtvaardigheid binnen en tussen landen is belangrijk, structuurveranderingen van vervuilende sectoren ook.

Denk aan: progressieve belasting op materiële consumptie afhankelijk van milieuimpacts, welvaart anders meten, ketenverantwoordelijkheid bedrijven, andere verdienmodellen stimuleren, verbod op vliegreclames, campagnes om minder vlees te eten, basisinkomen voor iedereen, vermindering welvaartsverschillen met ontwikkelingslanden.

Great Mindshift

Verandering komt vooral van onderop, via lokale niche-innovaties, experimenten en pioniers uit de civil society.

Denk aan: burgerinitiatieven, coöperaties, deeleconomie en stimuleren van lokale (voedsel-) productie en zelfvoorzienendheid, decentraal bestuur. Leven in harmonie met de natuur en de lokale gemeenschap als belangrijke waarde.

Elkaar de spiegel voorhouden

Waar de teams dachten nog voorzichtig te zijn, ontdekten ze dat hun plannen soms al best transformatief zijn. “Zijn wij echt al actief op het gebied van post-groei?” was één van de reacties in een van de workshops. Tegelijkertijd wordt je ook met de neus op andere feiten gedrukt: lege plekken in het raamwerk lieten zien dat bepaalde scenario’s nog niet genoeg op het netvlies staan.

“Er wordt je een spiegel voorgehouden”, zegt Sander Oosterloo van Alliander hierover. “Door de workshop ga je kritisch kijken naar je eigen rol in de duurzaamheidstransitie.”

Veel organisaties, maar ook overheidsinstanties zullen het herkennen. Je wilt vooruitkijken, je strategie toekomstbestendig maken. Maar zodra je verder kijkt dan de vertrouwde marktlogica, wordt het complex. Hoe kunnen we toewerken naar een duurzame toekomst? Moeten we inzetten op technologische innovatie of op gedragsverandering? Op marktwerking of op overheidssturing?

Bij innovatieve maatschappelijke toekomstbeelden loopt de discussie vaak vast voordat je überhaupt kunt verkennen wat verschillende toekomsten voor je organisatie in de praktijk zouden kunnen betekenen.

Van debat naar denkrichtingen

TNO onderzocht het internationale debat over alternatieve economische concepten, zoals Green Growth, Doughnut Economy, Degrowth en Brede Welvaart. “In de beleidsimpactketens van al die concepten ontbreken essentiële schakels,” zegt Stephan. “De logische verbinding tussen wat je voorstelt en wat je er echt mee bereikt, die is er vaak niet.”

In plaats van één richting te kiezen, vertaalde TNO deze ideeën naar de vier kernscenario’s. “Geen ideologische standpunten, maar denkrichtingen die organisaties helpen hun duurzaamheidsstrategie te toetsen en te versterken,” legt Anouk uit.

“Onze neutrale positie is essentieel. Als onafhankelijk innovatie-organisatie maakt TNO keuzemogelijkheden en hun consequenties inzichtelijk. We helpen organisaties om buiten gebaande paden te denken en onbevooroordeeld te verkennen wat verschillende toekomsten betekenen. In de workshop ervaren deelnemers alle richtingen in de praktijk.” -Stephan Slingerland,  senior onderzoeker Energietransitie-studies bij TNO

Anouk: “We tonen wat er in elk scenario speelt en laten hen hun strategie daarop plotten. Zo ontstaat een helder beeld van waar ze nu staan en welke stappen mogelijk zijn – zonder dat wij een keuze voor hen maken.”

Plotten, verkennen, ontdekken

De opzet van de ontwikkelde methode is eenvoudig maar krachtig. We bereiden samen met de organisatie de sessie voor, Met deelnemers doen we het voorwerk en maken vervolgens een workshop op maat. We houden rekening met de huidige context van geopolitieke spanningen, economische belangen en maatschappelijke uitdagingen die invloed hebben op strategische keuzes.

Deelnemers starten met hun eigen situatie: waar staan we en wat willen we bereiken? Daarna krijgen ze uitleg over de vier toekomstscenario’s en plotten hun huidige strategie en initiatieven op deze scenario’s. Zo wordt zichtbaar welke scenario’s al worden bediend, waar overlap zit en welke kwadranten nog leeg zijn.

Een instrument voor concrete discussies

Sander Oosterloo (Alliander): “Je plot je eigen strategie op de scenario’s en denkt van daaruit verder wat dat kan betekenen. Dat maakt de discussie heel concreet en gestructureerd.” Het bijzondere effect: discussies die normaal polariseren, worden bespreekbaar. “De kwadranten maken de discussie concreet, maar neutraliseren hem ook een beetje. Je kunt overal discussies over voeren zonder dat het meteen ideologisch wordt”.

Voor Alliander sloot de methode goed aan. “TNO slaagde erin om ons met toegankelijke tools op een nieuwe manier naar onze opgave te laten kijken.” Na het plotten volgt een verdieping: wat betekenen die verschillende toekomsten concreet, welke kansen en bedreigingen zijn er. De sessie eindigt met actiepunten voor de organisatie en deelnemers.

Sonny Duijn coördineert bij ABN AMRO de biodiversiteitsactiviteiten en heeft eerder geadviseerd over het onderzoek van TNO. Volgens hem was de workshop een logische stap. “Het concreet maken van de geboden kennis is heel behulpzaam.”

“We hebben diverse interessante inzichten opgedaan, ook over hoe onze activiteiten bij de mogelijke toekomstscenario’s passen”, vertelt hij.

Een robuuste of veerkrachtige strategie

Een ander onderdeel van de workshop dat bij ABN AMRO aansloeg: het onderscheid tussen een robuuste en een veerkrachtige strategie. Een robuuste strategie werkt op de lange termijn in meerdere toekomstscenario’s. Een veerkrachtige strategie kun je snel aanpassen als de toekomst anders uitpakt. “Dat was een heel interessante basis om mee te nemen en nader bij stil te staan”, zegt Sonny.

Over de toekomstscenario’s van TNO werd door de deelnemers voor enkele sectoren gebrainstormd over wat dit bijvoorbeeld zou kunnen betekenen voor businessmodellen en voor ABN AMRO.

Los van wat het beste antwoord op deze vragen is, zijn het beantwoorden en bespreken van dergelijke vragen al erg van belang. “Het biedt handvatten en inspiratie om die perspectieven mee te nemen in de toekomst”, zegt Sonny.

Meer dan een middagje praten

De workshop biedt organisaties een manier om hun duurzaamheidsstrategie en ideeën voor verandering tegen het licht te houden. Om te ontdekken waar je strategie al staat, welke scenario’s je al bedient en waar kansen liggen voor jouw organisatie die je nog niet hebt gezien. Om je strategie te toetsen op robuustheid voor verschillende mogelijke toekomsten en op veerkracht voor eventuele schokken.

“Het is best veel om te verwerken in een middag”, zegt Sonny. “Maar je moet dit ook zien als zaadje dat geplant wordt en als manier om te reflecteren op je activiteiten.”

Sander vult aan: “De methode stimuleert om voorbij de gebruikelijke kaders te denken– en om echt te toetsen of je strategie bestand is tegen verschillende scenario’s.”

Workshops voor strategische denkers en beleidsmakers

Is deze workshop dan alleen voor bedrijven zoals ABN AMRO of Alliander? “We zien hier zeker ook potentie in voor overheden en beleidsmakers”, zegt Stephan. Dit kan op nationaal niveau, bij provincies of gemeentes. ’Steeds meer organisaties worstelen met dezelfde vraag: hoe kijk je verder dan de vertrouwde paden op het gebied van duurzaamheid en kom je uit een kokerblik, zonder meteen in ideologische discussies te verzanden en het zicht op waar je nu staat te verliezen?

Voor TNO waren de workshops met Alliander en ABN AMRO een kans om het concept in de praktijk te evalueren. “We hebben nu een sterk concept uitgewerkt en getest bij twee heel verschillende organisaties. Met de feedback scherpen we het proces aan, zodat we ook andere bedrijven en beleidsmakers kunnen helpen om hun duurzaamheidsstrategie te versterken.”