Steeds meer bedrijven stellen science-based CO₂-reductiedoelen om bij te dragen aan de klimaatdoelen van Parijs, maar het daadwerkelijk behalen van deze doelen blijft een grote uitdaging die inzet en transitie vereist. Deze bedrijven kunnen claimen op weg te zijn naar ‘net-zero’. Het SBTi berekende in hun ‘SBTi Trend Tracker’ (augustus 2025) dat deze 10.000 verantwoordelijk zijn voor 25% van alle wereldwijde bedrijfsomzet. Als deze bedrijven de door hen gestelde doelen daadwerkelijk behalen en hierin hun volledige supply chain noodzakelijkerwijs meenemen, dan is dit een geweldige stap naar de benodigde decarbonisatie van ons economische systeem.
Het woordje ‘als’ in bovenstaande zin geeft echter aan dat er een voorbehoud is. De recente geschiedenis wat betreft het waarmaken van gestelde reductiedoelen belooft helaas niet veel goeds voor de toekomst. Het Planbureau voor de Leefomgeving becijferde recent dat de kans minder dan 5% is dat Nederland de gestelde reductiedoelen voor 2030 zal halen.
De transitie naar een duurzamere economie zonder fossiele brandstoffen blijft een grote uitdaging die er met papieren beloftes niet zomaar komt. Doorslaggevende vragen hierbij zijn: “Hoe zorgen bedrijven ervoor dat ze gestelde doelen wel gaan behalen? Hoe zorg je als bedrijf dat je onderdeel bent van de oplossing en je organisatie omvormt tot een toekomstbestendige organisatie?”
Doelen stellen
De eerste stap is weldegelijk het stellen van doelen en het uitspreken van de ambitie. Maar dit is echt nog maar het begin. Veel organisaties berekenen hun uitstoot en stellen doelen, maar vallen dan stil. De stap om echte reductie neer te gaan zetten, vraagt meer dan het doorlichten van de organisatie. Reductie neerzetten vraagt een transitie en een transitie vraagt extra inspanning, het veranderen van gewoontes en standaarden en het overwinnen van weerstand. Hoe pak je deze transitie aan?
Visie en management
Vanuit onze ervaring met het samenwerken met bedrijven aan hun verduurzaming zien we dat er heel veel komt kijken bij een transitie naar duurzaamheid. Er is innovatie nodig, communicatie, financiële input maar vooral samenwerking in de keten. Eigenlijk is er geen enkel bedrijfsaspect dat niet wordt geraakt door de transitie naar een duurzamere bedrijfsvoering.
Er is echter een cruciaal onderdeel van verduurzaming dat de basis legt voor alle verdere stappen in de transitie. En dit is visie en leiderschap. Iedere organisatie heeft een managementstructuur en een bepaalde hiërarchie. De bestaande managementstructuur is ervoor verantwoordelijk hoe succesvol de huidige werkzaamheden gebeuren. Verandering verwachten zonder de managementstructuur in te zetten en/of te herzien is wensdenken. De bestaande hiërarchische lijnen moeten worden gebruikt, of veranderd, om een transitie naar duurzaamheid te faciliteren. Dit betekent dat de directie, de eigenaren of het managementteam de visie moeten tonen om de verandering in te zetten. Consistent management vanuit het topmanagement is belangrijk om het draagvlak te creëren benodigd voor een ingrijpende transitie.
De handen vuil maken
Als de juiste voorwaarden zijn geschapen:
- er is een duidelijk visie vanuit de top,
- er is draagvlak,
- medewerkers worden beloond voor duurzamer werken,
- en er kunnen afgewogen keuzes gemaakt worden waarbij duurzaamheid een van de keuze pijlers is, net zo belangrijk als prijs, kwaliteit, etc.
Dan begint de zware klus van verandering
Het doorrekenen van reductiekansen, het opstellen van return of investment berekeningen, het inschatten van onzekerheden, het modelleren van mogelijke businessmodellen. Dit is niet per se anders dan wat organisaties vaak al doen, er komt echter het element van milieu-impact berekeningen bij. Dit vraagt om specifieke kennis en expertise.
Hoe CO₂- uitstoot of bredere milieu impact via een levenscyclusanalyse berekend moet worden vraagt andere kennis en skills dan het berekenen van investeringsrendementen. Deze kennis samenbrengen is fundamenteel om de organisatie de juiste richting op te bewegen. Tegenstrijdige belangen hierin zijn onvermijdelijk. Dit aangaan en hier stap voor stap een weg in vinden en nieuwe standaarden in ontwikkelen, is het creëren van een nieuwe organisatiecultuur waarbij duurzaamheid een vaste plek krijgt in het maken van keuzes. Dit is hard werken, dit is de handen vuil maken, dit is bureaucratie. Extra capaciteit en middelen zijn noodzakelijk om deze werkzaamheden uit te voeren.
Een succesvolle transitie heeft veel voeten in de aarde. Het opent echter ook nieuwe kansen, nieuwe samenwerkingen, en waar we het uiteindelijk natuurlijk voor doen is een leefbare planeet met een economisch systeem dat voor iedereen werkt, in plaats van voor een beperkte groep ten koste van toekomstige generaties.
Conclusie
- Belang van gestelde doelen: Ruim 10.000 bedrijven hebben hun reductiedoelen laten valideren via het Science Based Target initiatief, wat hen helpt hun verantwoordelijkheid te nemen richting net-zero en samen goed is voor 25% van de wereldwijde bedrijfsomzet.
- Uitdagingen in realisatie: Ondanks ambitieuze doelen is de kans klein dat bijvoorbeeld Nederland haar reductiedoelen voor 2030 haalt, wat aantoont dat papieren beloftes niet voldoende zijn voor de transitie naar een fossielvrije economie.
- Visie en leiderschap: Succesvolle verduurzaming vereist een duidelijke visie en consistent leiderschap vanuit het topmanagement om draagvlak te creëren en de managementstructuur te benutten of aan te passen voor de transitie.
- Praktische uitvoering en cultuurverandering: Na het creëren van de juiste voorwaarden volgt de intensieve klus van het doorrekenen van reductiekansen, integratie van milieu-impact in besluitvorming en het ontwikkelen van een organisatiecultuur waarin duurzaamheid een vaste keuzeparameter is, wat extra capaciteit en inspanning vraagt.
Roeland Vervloet, senioradviseur bij Groenbalans


