Een pilot met hoogwaardige betonrecycling van Rijkswaterstaat en ketenpartners, waaronder waste-to-productbedrijf Renewi, laat de potentie zien van het circulair maken van beton. En dat het succes niet alleen afhangt van technologie, maar ook van goede ketensamenwerking.
Via een geavanceerd scheidings- en recyclingproces verwerkte Renewi 40.000 ton betonpuin tot betongranulaat en betonzand. Het betonpuin was afkomstig van twee viaducten die worden vervangen vanwege de verbreding en verdieping van de A9 tussen Badhoevedorp en Holendrecht. Het betongranulaat en betonzand zijn als grondstoffen gebruikt bij de productie van nieuw beton met dezelfde kwaliteitseisen als traditioneel beton. Bijzonder is dat het gerecyclede beton op de plek van de gesloopte bruggen weer een tweede leven heeft gekregen in de vorm van steunpunten en funderingen voor nieuwe bruggen. Daarnaast is het hoge vervangingspercentage van zand, bijna vijftig procent, bij deze pilot uniek. Kortom, met recht een circulaire toepassing.
“We hebben hier met elkaar bewezen dat het kan en hopen dat dit de nieuwe standaard gaat worden”, zegt Jan-Pedro Vis, directeur Materialen bij Renewi. Andere opdrachtgevers zouden wat hem betreft het voorbeeld van Rijkswaterstaat moeten volgen en recycling van beton gewoon als eis stellen aan de bouwketen. Woningcorporaties zouden dat bijvoorbeeld kunnen doen als zij hun verouderde voorraad gaan vervangen wanneer renoveren geen optie meer is. Vis: “Daarbij komt heel veel beton vrij. Als die volkshuisvesters net als Rijkswaterstaat zeggen dat er circulair gesloopt en herbouwd moet worden, dan ontstaat er echt een vliegwiel voor de industrie.” Maar ook gemeenten, provincies en projectontwikkelaars kunnen circulair gebruik eisen. “Als je ziet wat er vandaag al kan en we met dit project laten zien, geeft dat heel veel hoop voor verdere doorontwikkeling.”
“De uitdaging is om van gerecycled beton een constante grondstof te maken”, zegt Jeannette van den Bos, senior adviseur beton bij Rijkswaterstaat. Ze wijst erop dat er veel verschillende gradaties zijn in beton, van grover tot fijner, en dat je het proces goed in de vingers moet hebben om de betoncentrale de gewenste grondstof te kunnen leveren. De pilot met betonpuin uit de A9 is onderdeel van de proeftuin betonrecyclaat, waarin Rijkswaterstaat samen met partners onderzoekt hoe gerecyclede grondstoffen kunnen worden toegepast in nieuw beton.
Hoewel Rijkswaterstaat nu al eisen stelt aan het verduurzamen van beton en de percentages gerecycled beton geregeld naar boven bijstelt, is het volgens Van den Bos niet zo eenvoudig om al te hard van stapel te lopen. Het is een geleidelijke ontwikkeling. “Een aandachtspunt is de kwaliteit van de gerecyclede grondstoffen. Je wilt wel zeker weten dat de kwaliteit goed is en gelijkwaardig aan het primaire materiaal, zeker in de constructies die wij als Rijkswaterstaat bouwen. En ook vanuit de circulariteitsgedachte. Het is weer de grondstof van de toekomst.”
Rijkswaterstaat wil uiteindelijk toe naar volledig circulair beton. Van den Bos: “Dat kunnen we niet alleen, maar moeten we samen doen.” Dit soort pilots maken dat makkelijker. Wat verder nog kan helpen op weg naar dat doel is de groeiende noodzaak om secundaire grondstoffen te gebruiken, constateert Vis. “Er is steeds minder primair materiaal beschikbaar in Nederland.” De mogelijkheid om in ons land zand en grind te winnen neemt immers af. Tegelijkertijd zal de hoeveelheid betonpuin toenemen door onderhoud van Rijkswaterstaat en door herstructurering van naoorlogse wijken. En het Betonakkoord zet daarnaast sterk in op circulariteit. Vis: “Het blijft ingewikkeld, maar alle sterren staan goed als het gaat om circulariteit.”
Bron: Renewi
