Uit recent onderzoek blijkt dat 35% van de medewerkers in grote Nederlandse organisaties vindt dat hun organisatie zich duurzamer presenteert dan zij in werkelijkheid is. Hoewel 40% van de medewerkers aangeeft trots te zijn op de duurzaamheidsinspanningen van hun organisatie, twijfelt een aanzienlijk deel tegelijkertijd of deze inspanningen voldoende zijn. Daarnaast toont het onderzoek een intrinsieke motivatie onder medewerkers om bij te dragen aan verduurzaming. Bijna 70% wil actief meewerken aan het verduurzamen van de eigen organisatie. In de praktijk ontbreekt het hen echter vaak aan positie, mandaat of vertrouwen om deze bijdrage daadwerkelijk te leveren. Onder zogenoemde ‘groene medewerkers’ (medewerkers met een sterke betrokkenheid bij duurzaamheid) loopt deze bereidheid zelfs op tot 92%.

In het onderzoek is zowel de mening van de ‘doorsnee Nederlander’ als die van ‘groene medewerkers’ uit de achterban van de Medewerkers voor onze Toekomst (MvoT) meegenomen – met respectievelijk 583 en 963 respondenten. MvoT heeft het onderzoek uit laten voeren door het Delftse onderzoeksbureau Populytics om een kwantitatieve onderbouwing te ontwikkelen in aanvulling op de anekdotes die de organisatie hoort vanuit medewerkers, en daarmee de ‘stille meerderheid’ en stem te kunnen geven.

“Als medewerkers met een groot netwerk horen wij veel verhalen van binnenuit. Met dit onderzoek willen we de ervaringen, observaties en wensen kwantificeren. Bedrijven hebben een enorme invloed, maar medewerkers worden amper gehoord. Wij willen dit geluid op een constructieve manier laten horen, zodat we gezamenlijk vooruit kunnen. Er is sprake van een groot ongebruikt potentieel om de verduurzaming te versnellen. De wil onder medewerkers is er duidelijk wel, maar in de praktijk zien we dat bestuurders onder druk van geopolitiek en aandeelhouderswaarde hier te lage prioriteit aan geven.” – Arjan Keizer, voorzitter van MvoT.

Barrières

Voor bijna 60% van de medewerkers speelt duurzaamheid een belangrijke rol bij privékeuzes. Onder groene medewerkers loopt dit aandeel op tot 90%. In de werkomgeving ervaren medewerkers echter beperkte ruimte om deze ambities in de praktijk te brengen. Zij stuiten op verschillende barrières. Een hoge werkdruk en het ontbreken van duidelijke prioriteit voor verduurzaming maken het lastig om tijd en aandacht vrij te maken. Daarnaast biedt de werkcultuur vaak onvoldoende ruimte om zorgen over klimaatverandering te bespreken, waardoor medewerkers moeilijke gesprekken en mogelijke conflicten liever vermijden. Ook twijfelen medewerkers aan de impact van hun individuele inzet en vrezen zij dat zij als activistisch worden gezien wanneer zij zich uitspreken over duurzaamheid.

Toenemende zorgen

De helft van medewerkers maakt zich meer zorgen over klimaatverandering dan vijf jaar geleden. Doordat de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden, voelen zij meer urgentie, terwijl oplossingen verder uit beeld lijken te raken. De urgentie wordt versterkt door geopolitieke ontwikkelingen en het terugschalen van de duurzaamheidsambities van organisaties. De medewerkers geven aan dat de ambities worden afgezwakt en in de duurzaamheidsrapportages regelmatig de positive activiteiten groot en de aandachtspunten juist klein worden gepresenteerd, waardoor het voor investeerders, klanten en intern betrokkenen moeilijk is om echt zicht te krijgen op het duurzaamheidsbeleid.

“We zien al jaren in alle onderzoeken over klimaatbeleid dat een grote groep Nederlanders zich zorgen maakt en wil dat er gedaan wordt. Wat opvallend is aan dit onderzoek is dat mensen aangeven zich meer zorgen te maken over klimaatverandering dan 5 jaar geleden” – Shannon Spruit, onderzoeksbureau Populytics.

Bijdragen

Medewerkers geven aan te willen bijdragen aan duurzaamheid op verschillende manieren. Zij willen samen met collega’s draagvlak creëren voor duurzame besluiten en investeringen. Daarnaast willen zij interne gesprekken voeren over duurzaamheid en klimaatverandering en vragen stellen aan leidinggevenden over de organisatiestrategie. Ook willen medewerkers deelnemen aan ‘interne groene communities’ en bijdragen aan het verduurzamen van het pensioenfonds. Verder willen zij in hun werkpraktijk bewustere keuzes maken, zoals duurzamer eten en drinken en duurzamer reizen van, naar en voor het werk. Tevens is 13% van de medewerkers bereid hiervoor 500 euro bruto per maand in te leveren; bij groene medewerkers is dat zelfs 18%. Dit sluit aan bij ervaringen van deelnemers aan de beweging die geregeld overstappen van een ‘grijze’ naar een ‘groene’ organisatie en daarbij een lager salaris accepteren.

Relevantie

Volgens MvoT zijn deze bevindingen direct relevant voor het bedrijfsleven. De resultaten laten zien dat veel medewerkers gemotiveerd zijn om bij te dragen aan verduurzaming op de werkvloer, maar daarbij ook duidelijke belemmeringen ervaren. Voor bestuurders, communicatieafdelingen en HR-professionals ligt hier een concrete opgave: hoe kun je medewerkers actief betrekken, duurzaamheidsdoelstellingen structureel verankeren en ruimte bieden voor het gesprek, om als organisaties duurzaamheidsambities te versnellen én talent te behouden? Het uitblijven van dergelijke inzet vergroot voor een derde van de medewerkers juist de motivatie om elders te gaan werken. Bij groene medewerkers is dit zelfs bijna de helft: 47% .

Achtergrond

Medewerkers voor onze Toekomst is eind september opgericht door professionals uit het bedrijfsleven. Zij zijn (ex-)medewerkers van Shell, ABN AMRO, ING, TNO en een grote verzekeraar. De beweging richt zich op de ‘stille meerderheid’ – in het bedrijfsleven en publieke sector – die wel meer urgentie voor duurzaamheid willen, maar niet idealistisch zijn. Een groep die wil dat organisaties zich maximaal inzetten binnen de realiteit van geopolitiek en aandeelhoudersbelangen, en deze grenzen ook helpt schuiven. Door duurzaamheid te normaliseren wil de beweging het sociaal kantelpunt versnellen. De beweging heeft doelen gesteld voor zowel medewerkers als organisaties en heeft sinds de lancering >1,650 volgers en ~350 deelnemers, vanuit bijna alle grote organisaties variërend van de AEX bedrijven tot ministeries, en van consultants tot gemeenten. Daarnaast heeft de beweging steun ontvangen van prominenten als Paul Polman (voormalig CEO Unilever), Jeroen Smit (schrijver) en Jan Rotmans (transitie professor). Ook is er goed contact met andere organisaties, om elkaar te versterken in de samenwerking, in plaats van het wiel opnieuw uit te vinden. De formele entiteit is Stichting voor onze Toekomst (KvK 98246313) en een ANBI-aanvraag wordt voorbereid.

Populytics is op 9 december 2020 opgericht als spin-off van de TU Delft, en brengt wetenschappelijke methoden in de praktijk. Dat doen ze ondermeer voor de rijksoverheid, provincies, gemeenten en bedrijven, om daarmee beleidsmakers te helpen bij complexe keuzes door inwoners en stakeholders actief te betrekken. Sinds de oprichting hebben meer dan 300.000 mensen Nederlandse overheden geadviseerd over complexe beleidsvraagstukken via de online raadplegingen van Populytics. Bijvoorbeeld via de recente online raadpleging voor het Nationaal Burgerberaad Klimaat waar meer dan 30.000 mensen aan deelnamen. Populytics werkt aan thema’s zoals energietransitie, klimaatbeleid, mobiliteit, waterbeheer en brede welvaart. Het eigen online platform Wevaluate maakt participatie schaalbaar, inclusief en representatief, van honderden tot duizenden deelnemers.

 

Discussieer mee op LinkedIn:

Bron: Medewerkers voor onze Toekomst