Nederland werkt aan de verduurzaming en versterking van het energiesysteem, met oog voor economisch verdienvermogen en weerbaarheid. In dat kader wordt groene waterstof gezien als een van de opties voor sectoren waar directe elektrificatie beperkt toepasbaar is. Om de ontwikkeling en opschaling van elektrolysetechnologie te versnellen, is tijdens de World Hydrogen Summit de Community of Practice for Electrolysis (COPE) gelanceerd: een nieuw platform van GroenvermogenNL en TNO dat bedrijven, onderzoekers en testfaciliteiten samenbrengt om waterstoftechnologie sneller en slimmer te testen en op te schalen.
Groene waterstof wordt geproduceerd met duurzame elektriciteit en geldt als een belangrijke bouwsteen voor een klimaat neutrale industrie. Vooral in sectoren zoals chemie, staal en raffinage kan waterstof fossiele grondstoffen vervangen. Daarnaast kan het helpen bij netcongestie, door overtollige duurzame stroom om te zetten in waterstof en later opnieuw te gebruiken.
Om groene waterstof te produceren zijn elektrolysers nodig: installaties die water en elektriciteit omzetten in waterstof en zuurstof. Die technologie ontwikkelt zich snel, maar de stap van laboratorium naar grootschalige toepassing blijft complex en kostbaar. Het ontbreekt vooral aan goede testmogelijkheden en gezamenlijke standaarden.
Community of Practice Electrolysis
De Community of Practice Electrolysis (COPE) moet daarin verandering brengen. Het platform helpt bedrijven en onderzoekers de juiste testfaciliteiten te vinden en stimuleert samenwerking rond levensduuronderzoek en testmethodes. Ook wil COPE bestaande testlocaties beter met elkaar verbinden, zodat beschikbare infrastructuur slimmer benut kan worden.
Waterstoffabrieken
“Groene waterstof opschalen vraagt om samenwerking in testen over de hele keten heen,” zegt Thijs de Groot, Professor Electrochemical Engineering aan de TU Eindhoven. Volgens hem is de sector nog volop in ontwikkeling. “Eigenlijk zijn alle waterstoffabrieken die nu worden gebouwd nog demonstratieprojecten. Wat daar gebeurt, is in feite testen op grote schaal.”
Volgens De Groot kunnen bedrijven en onderzoekers sneller leren door kennis en praktijkervaringen beter te delen. “Bijna elk grootschalig elektrolyseproject duurt langer dan vooraf werd ingeschat. Als we onvoldoende kennis en data delen, lopen we het risico steeds opnieuw dezelfde fouten te maken.”
Vooral onderzoek naar levensduur, betrouwbaarheid en degradatie van elektrolysers verdient volgens hem meer aandacht. “Universiteiten kunnen zulke langdurige praktijktesten niet zelf uitvoeren zoals bedrijven dat met hun installaties wel kunnen. Zonder die praktijkdata weten we simpelweg niet goed waarom elektrolysers kapot gaan en hoe snel dat gebeurt.”
Ook op het gebied van testmethodes is volgens hem nog veel winst te behalen. “Er is nog geen goede standaard en iedereen is nog zoekend.” COPE wil daarom ook bijdragen aan meer harmonisatie van testprotocollen en betere samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en bestaande initiatieven zoals HyPRO.
Inventarisatie testfaciliteiten
De komende periode richt COPE zich onder meer op het ontwikkelen van gezamenlijke testprotocollen, het in kaart brengen van beschikbare testcapaciteit en het verbeteren van afspraken over data-uitwisseling en samenwerking. Een eerste inventarisatie van bestaande testfaciliteiten is inmiddels gepubliceerd in een paper.
Sterk testecosysteem
Volgens GroenvermogenNL en TNO is samenwerking essentieel om groene waterstof sneller betaalbaar en schaalbaar te maken. “Opschaling vraagt om meer dan alleen technologie,” zegt Ed Buddenbaum van GroenvermogenNL. “Het vraagt om een sterk ecosysteem waarin bedrijven kunnen testen, leren en samenwerken.”
Tara van Abkoude van TNO vult aan: “Geen enkele partij kan deze markt alleen ontwikkelen. Met COPE creëren we een platform waar partijen niet alleen kennis delen, maar ook samen implementeren en uitvoeren.”



