Borrelpraat. Achteraf schijnt Simac-directeur Eric van Schagen zelf te zijn geschrokken van de hardheid waarmee hij de ‘mooie praatjes’ over maatschappelijk verantwoord ondernemen opzij schoof. Een ondernemer die moet knokken om zijn bedrijf overeind te houden heeft wel iets anders ander zijn hoofd, zo luidde zijn boodschap.
De topman van het Veldhovense ict-bedrijf kreeg bijval van Neways-oprichter Gerard Meulensteen. Samen zaten zij vorig jaar in een forum ter gelegenheid van de uitreiking van de regionale Beste Ondernemers Visie-trofee in het Evoluon. Misschien had de toespraak van een hoge ambtenaar wat al te gemakkelijk geklonken in de oren van beide ondernemers, die worstelden met de gevolgen van de neergaande conjunctuur.
De BOV-trofee ging vorig jaar naar Kuijpers Installaties in Helmond, een bedrijf dat zijn werknemers stimuleert om actief te zijn in verenigingsleven en onderwijs en dat de Stichting Tegenzinloosgeweld steunt. Zaken die volgens Van Schagen te maken hebben met ‘een zekere luxe’. Hij ging daarmee voorbij aan een cruciale vraag: wordt niet juist onder moeilijke omstandigheden duidelijk of echt sprake is van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Opmerkelijk

Dat was opmerkelijk. Van Schagen en Meulensteen staan bekend als ondernemers die maatschappelijk actief zijn. Bovendien had Meulensteen net zijn gezondheidsproblemen terzijde geschoven en in de buidel getast om de failliete Neways-dochter Ramaer in Helmond te redden. En is de bereidheid van de familie Van Schagen om geld te blijven pompen in Simac ook geen staaltje van MVO? Het was typisch zo’n gelegenheid waar duidelijk werd dat MVO weliswaar een actueel thema is, maar dat over inhoud en invulling daarvan geen overeenstemming bestaat. Paul Prijt, directeur/eigenaar van drie meubelzaken en predikant, deed nog een duit in het zakje met de stelling dat wat al te gemakkelijk gekoketteerd wordt met MVO.
Illustratief is het onderzoek, dat de Universiteit van Tilburg uitvoerde in opdracht van de Brabant-Zeeuwse Werkgeversvereniging, het FNV en MKB Nederland. Het resultaat daarvan werd vorige maand gepresenteerd onder de titel ‘Wat betekent maatschappelijk ondernemen concreet?’ ‘Maatschappelijk ondernemen is geen luxe’, staat in het rapport. ‘Bedrijven vinden het belangrijk wat consumenten en de samenleving van hen vinden. Ze willen de buitenwereld laten zien dat ze zich als verantwoordelijk burger gedragen en een goede werkgever zijn. Dus niet alleen omdat dat vanuit wet- en regelgeving moet, maar ook omdat het hoort.’

Drie P’s

Dat maatschappelijk verantwoord, duurzaam of ethisch ondernemen draait om drie P’s – people, planet en profit of mensen, milieu en winst – klinkt intussen bijna als een cliché. In gedragscodes van grote bedrijven als ASML, DSM en Shell staat dat ze zuinig zijn op het milieu en mensenrechten respecteren. Het gaat daarbij om zaken als de ontwikkeling van duurzame producten, die weinig grondstoffen en energie vergen en een sociaal beleid, dat werknemers de kans geeft zich te ontwikkelen. Kinderarbeid en omkoping zijn uit den boze, ook bij de zakenpartners.
Eigenlijk gaat het gewoon om fatsoenlijk zaken doen, maar dat is kennelijk geen vanzelfsprekendheid. De bewijzen daarvan zijn legio: de onderonsjes in de bouwbordelen, de schaamteloze verrijking van veel topmanagers, het gesjoemel met de boekhouding door Enron, WorldCom, Lernout & Hauspie en KPN Qwest en de verkoop van gebakken lucht door Nina Brink van World Online. Het zijn onfrisse praktijken die het vertrouwen in het bedrijfsleven geen goed hebben gedaan.
Veel bedrijven hebben daarom de behoefte om te laten zien dat zij wel ethisch handelen. Wijs geworden door affaires rond mensenrechten in Nigeria en het afzinken van de Brent Spar speelt Shell hierin een voortrekkersrol. De oliemaatschappij publiceert jaarlijks het Shell Report, waarin zij onder meer verslag doet van milieu-activiteiten en gevallen van omkoping. Duurzaam ondernemen wordt door Shell tegenwoordig zelfs gebruikt als reclame-instrument.
In de tijd van de apartheid verdedigde Philips zijn aanwezigheid in Zuid-Afrika met de verklaring dat het zich hield aan de wetten van de landen waarin het actief was. Unilever overleefde foute regimes in Afrika met het argument dat het zijn werknemers niet in de steek wilde laten. Onder druk van de publieke opinie – klanten, werknemers, beleggers (pensioenfondsen), partners en media – en verzekeringsmaatschappijen, die niet graag onaangenaam verrast worden door claims, komen ondernemingen daarmee niet meer weg. In het door de regering overgenomen SER-advies ‘De winst van waarden’ (eind 2000) wordt benadrukt dat ondernemingen transparant moeten zijn en open moeten communiceren over MVO.
Uit het UvT-onderzoek onder 111 Brabantse en Zeeuwse ondernemingen blijkt dat vrijwel elk bedrijf in de praktijk zijn eigen definitie heeft van MVO en zijn eigen accenten legt. Zo ontving de Geldropse lakspuiterij De Uitkomst vorige week de eerste regionale MVO-award als beloning voor de integratie van werknemers met een verstandelijke of lichamelijke handicap. Andere bedrijven besteden meer aandacht aan veiligheid op de werkvloer of het tegengaan van pesterijen of ongewenste intimiteiten. Volvo plant ter compensatie van milieuschade voor elke verkochte auto een boom in het Sleutelbos in Mierlo.
Veel bedrijven werken aan hun sociale gezicht door zich in te zetten voor maatschappelijke aangelegenheden die nauwelijk of geen relatie hebben met hun kernactiviteiten. ASML bijvoorbeeld heeft een stichting die in de landen waar het actief is initiatieven steunt ter verbetering van leefomstandigheden van met name kinderen en (technisch) onderwijs. Bij de Rabobank, ook een voorloper op het gebied van MVO, beschikken de lokale banken over een potje om plaatselijke activiteiten te sponsoren.
Betrokkenheid bij de samenleving is goed voor de reputatie van een bedrijf. Naarmate die betrokkenheid verder weg komt te staan van de bedrijfsactiviteiten en meer in de richting gaat van liefdadigheid, dringt zich de vraag op in hoeverre nog sprake is van ondernemen. Zeker als daarbij de indruk ontstaat dat het vooral een speeltje is van de directie.

Honger

Zo laat TPG aan iedereen die het wil horen weten dat het miljoenen euro’s wil steken in de bestrijding van de honger in de wereld. Het postbedrijf scoort in een onderzoek van adviesbureau Berenschot naar transparantie over MVO echter lager dan bijvoorbeeld ABN Amro, DSM, Heineken en Philips. Nog navranter is dat Microsoft-topman Bill Gates de filantroop uithangt, terwijl justitie zich buigt over de vraag of hij een deel van zijn miljardenfortuim te danken heeft aan misbruik van een monopoliepositie.
Hoe geloofwaardig is de maatschappelijke betrokkenheid van bedrijven, die rücksichtslos reorganiseren of zich in allerlei bochten wringen om zo weinig mogelijk belasting te betalen? Zakendoen zonder smeergeld te betalen is in veel Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen heel lastig. Wat doet een ondernemer als hij in Indonesië een miljoenenorder heeft binnengesleept en de ambtenaar die de zaak nog moet goedkeuren geld wil zien? Het blad Management Team legde dit verre van denkbeeldige dilemma voor aan 87 jonge managers. Meer dan de helft zou het geld onder de tafel doorschuiven en nergens meer over praten.