De Eiwitmonitor 2025 laat zien dat het aandeel plantaardige eiwitten in het Nederlandse dieet blijft steken rond 39 procent. De verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitten verandert daarmee nauwelijks. Maar dat betekent niet dat de eiwittransitie hopeloos is, zegt Marleen Onwezen. “We zien wel andere veranderingen. Consumenten accepteren plantaardige eiwitten steeds meer als ‘gewoon’.”

In 2025 was de verhouding tussen de consumptie van dierlijke en plantaardige eiwitten 61 procent dierlijk en 39 procent plantaardig, zo blijkt uit de Eiwitmonitor. Dat is vrijwel gelijk aan 2024 en ook vergelijkbaar met 2023. De doelstelling van de overheid om in 2030 uit te komen op een gelijke verhouding lijkt dus voorlopig niet dichterbij te komen. “De transitie naar meer plantaardig eiwit schiet niet op,” zegt onderzoeker Marleen Onwezen van Wageningen Social & Economic Research. “Dat baart me zorgen, want de productie en consumptie van vlees heeft grote impact op ons klimaat, onze natuur en ons welzijn. Er moet veel meer gebeuren om plantaardige eiwitten op gelijk niveau met dierlijke eiwitten te krijgen. Anders halen we de doelstelling niet.”

Vlees, zuivel en brood blijven de basis in onze voedselomgeving

De Eiwitmonitor volgt jaarlijks hoe Nederlanders eten en welke producten beschikbaar zijn in supermarkten. Daarbij wordt gekeken naar zowel consumptie als naar de redenen waarom mensen bepaalde keuzes maken, zoals gewoonten, prijs en wat zij normaal vinden. Onwezen zegt: “Wat je merkt, is dat onze voedselomgeving en eetcultuur sterk is ingericht op vlees en zuivel. Denk aan de aanbiedingen in de supermarkt, de advertenties in het bushokje en de keuzevariatie in restaurants. Daarmee krijgen consumenten het signaal: dierlijke eiwitten zijn normaal en plantaardige eiwitten een niche.”

“Bij plantaardige eiwitten denken mensen vaak aan vlees- en zuivelvervangers. Maar er is veel meer keus: peulvruchten, noten, tofu, tempeh en seitan bijvoorbeeld. En brood is natuurlijk ook een goede bron van plantaardige eiwitten.” Het zou helpen als de voedselomgeving plantaardige producten meer aandacht geeft met meer variatie, meer promotie, en lagere prijzen, aldus Onwezen. Zo kunnen ze beter concurreren met dierlijke producten.

Houding tegenover plantaardig verandert

Hoewel het eetpatroon als geheel nauwelijks verschuift, verandert de houding van consumenten wél. Uit de enquête onder 3950 Nederlanders blijkt dat de intentie om plantaardige eiwitrijke producten te eten is toegenomen ten opzichte van 2024. Tegelijkertijd neemt de intentie om producten zoals kaas, melk en eieren te consumeren licht af.

Ook sociale normen verschuiven. Meer mensen hebben het gevoel dat plantaardig eten normaler wordt in hun omgeving. Daarnaast geven consumenten vaker aan dat zij denken dat het makkelijker wordt om plantaardige keuzes te maken en dat de prijs minder vaak een belemmering vormt. Het zijn voorzichtige trends, maar deze laten wel zien dat de transitie naar meer acceptatie en een plantaardige standaard doorzet.

Supermarktaanbod blijft vooral dierlijk

In het online supermarktaanbod is deze verandering nog maar beperkt zichtbaar. Slechts 35 procent van de eiwitrijke producten is plantaardig. Binnen de geselecteerde productgroepen is de keuze in dierlijke eiwitproducten zelfs zeven keer zo groot. Bovendien zijn dierlijke producten vaker de goedkoopste optie en staan ze het vaakst in de aanbieding. In 2025 had 76 procent van alle aanbiedingen betrekking op dierlijke eiwitten, tegenover 56 procent in 2024.

Tegelijkertijd zijn er wel kleine verschuivingen zichtbaar. Het verschil in variatie tussen dierlijke en plantaardige producten is kleiner geworden dan in eerdere jaren. Ook is de gemiddelde prijs van plantaardige eiwitproducten inmiddels lager dan die van dierlijke producten. Plantaardige opties zijn echter nog niet vaak de allergoedkoopste keuze.

Consumptie, houding en aanbod lopen uit de pas

“De Eiwitmonitor laat daarmee zien dat consumptie, houding en aanbod zich niet in hetzelfde tempo ontwikkelen. Terwijl het eetpatroon stabiel blijft, verandert de manier waarop Nederlanders tegen plantaardige eiwitten aankijken langzaam, en beweegt het aanbod slechts beperkt mee,” zegt Onwezen. “De eiwittransitie vraagt niet alleen om het vergroten van het plantaardige aanbod, maar ook om structurele veranderingen in beleid, gewoonten, sociale normen, kookvaardigheden en de prijs en beschikbaarheid van producten,” zegt Onwezen. “Het is aan het nieuwe kabinet om daar meer vaart achter te zetten.”