Kunststof verpakkingsafval: om haar ambities waar te maken, moet de EU recycling stimuleren

Volgens een analyse van de Europese Rekenkamer (ERK) bestaat er een significant risico dat de EU haar streefdoelen inzake de recycling van kunststofverpakkingen voor 2025 en 2030 niet zal halen. De actualisering van het rechtskader voor de recycling van kunststoffen in 2018 weerspiegelt de grotere ambities van de EU en zou kunnen bijdragen tot een vergroting van de recyclingcapaciteit. De omvang van de uitdaging waarmee de lidstaten worden geconfronteerd, mag echter niet worden onderschat. Door nieuwe en nauwkeurigere regels voor de verslaglegging over recycling en een aanscherping van de regels voor de uitvoer van kunststofafval zal het gerapporteerde recyclingpercentage van de EU dalen. Er moet dus gecoördineerd worden opgetreden om ervoor te zorgen dat de EU in slechts vijf tot tien jaar haar streefdoel zal hebben bereikt, aldus de controleurs.

Verpakkingen, zoals yoghurtpotjes of waterflessen, maken alleen al ongeveer 40 % uit van de gebruikte kunststoffen en meer dan 60 % van het kunststofafval dat in de EU wordt gegenereerd. Het recyclingpercentage van dit soort verpakkingen is ook het laagste in de EU (iets meer dan 42 %). Om dit groeiende afvalprobleem aan te pakken, heeft de Europese Commissie in 2018 de strategie voor kunststoffen vastgesteld, die onder meer voorzag in een actualisering van de richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval (verpakkingsrichtlijn) uit 1994 en een verdubbeling van het bestaande recyclingstreefdoel tot 50 % in 2025 en zelfs 55 % in 2030. Het bereiken van deze streefdoelen zou een belangrijke stap zijn in de richting van de verwezenlijking van de EU-doelstellingen op het gebied van de circulaire economie.

Om haar nieuwe recyclingstreefdoelen voor kunststofverpakkingen te halen, moet de EU de huidige situatie, waarbij we meer verbranden dan recyclen, omkeren. Dit is een enorme uitdaging”, aldus Samo Jereb, het lid van de Europese Rekenkamer dat verantwoordelijk is voor de analyse. “Door de COVID-19-pandemie is om hygiënische redenen het gebruik van kunststoffen voor eenmalig gebruik weer toegenomen. Hieruit blijkt dat kunststoffen een belangrijk materiaal in onze economieën zullen blijven, maar ook dat zij een steeds grotere bedreiging voor het milieu zullen vormen.

De afgelopen jaren heeft de EU ernaar gestreefd om tekortkomingen in haar kader voor verpakkingsafval aan te pakken. De Commissie is voornemens de regels voor het ontwerp van verpakkingen (“essentiële eisen”), die momenteel in de praktijk niet handhaafbaar worden geacht, te herzien. Dit zou ertoe kunnen leiden dat bij het ontwerp van verpakkingen beter rekening wordt gehouden met de recyclebaarheid ervan en hergebruik kan worden gestimuleerd, merken de controleurs op. Daarnaast zijn er nieuwe EU-regels die zijn bedoeld om regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te harmoniseren en te versterken, zodat deze niet alleen het gebruik van lichtere verpakkingen bevorderen, zoals momenteel het geval is, maar ook de recyclebaarheid (bijvoorbeeld door middel van een systeem voor de differentiatie
van de vergoedingen of zelfs statiegeldregelingen). Deze wijzigingen zijn nodig om de nieuwe recyclingstreefdoelen te helpen verwezenlijken.

Bij de actualisering van de verpakkingsrichtlijn zijn strengere criteria voor de berekening van recyclingpercentages ingevoerd. De huidige cijfers zijn verre van nauwkeurig of vergelijkbaar tussen de lidstaten. De nieuwe berekeningsmethoden moeten een betrouwbaarder beeld geven van het werkelijke aandeel kunststofverpakkingen dat wordt gerecycled. Geschat wordt dat dit zou kunnen leiden tot een significante daling van de gerapporteerde recyclingpercentages, van het huidige percentage van 42 % tot nauwelijks 30 %.

Gezien het nieuwe “Verdrag van Bazel”, waarbij de voorwaarden voor de overbrenging van kunststofafval naar het buitenland worden aangescherpt en dat binnenkort moet worden toegepast, is de uitdaging om de recyclingcapaciteit in de EU op te voeren des te groter. Voor het beheer van hun kunststof verpakkingsafval en het behalen van hun recyclingstreefdoelen zijn de lidstaten sterk afhankelijk van niet-EU-landen. Bijna een derde van het door de EU gerapporteerde recyclingpercentage van kunststofverpakkingen wordt bereikt door overbrenging voor recycling naar niet-EU-landen. Vanaf januari 2021 zullen de meeste overbrengingen van kunststofafval echter worden verboden. In combinatie met het gebrek aan capaciteit om dit afval binnen de EU te verwerken, vormt dit nog een risico voor het bereiken van de nieuwe streefdoelen, waarschuwen de controleurs. Het kan ook leiden tot een toename van de illegale overbrengingen en afvalcriminaliteit, waartegen het EU-kader niet is opgewassen.

Het streven van de EU om haar recycling van kunststofverpakkingen te verbeteren, weerspiegelt de omvang van de milieu-uitdaging van kunststoffen. Met haar nieuwe aanpak heeft de EU de mogelijkheid om een pioniersvoordeel te behalen en haar positie als wereldleider op het gebied van recycling van kunststofverpakkingen te versterken. Gezien de uitdagingen die moeten worden overwonnen en lacunes die moeten worden gedicht, halen de EU-lidstaten de nieuwe streefdoelen echter misschien niet. De controleurs benadrukken dat ingrijpend gecoördineerd optreden nodig is om de hoeveelheid gerecycled kunststof verpakkingsafval in de EU tegen 2030
bijna te verdubbelen.

Share Button