Kamervragen over ABN AMRO en verantwoord ondernemen

Bron
PvdA

Op 6 maart 2002 heeft Bert Koenders van PvdA de volgende vragen gesteld aan de staatssecretaris van Economische Zaken over ABN AMRO en verantwoord ondernemen n.a.v. het bericht dat deze bank een clusterbommenfabriek bezit.

1. Kent u het persbericht van 8 maart jl. over de financiering van ABN Amro van een fabriek van clusterbommen INSYS? Is het correct dat ABN Amro deelneemt in INSYS?

2. Hoe oordeelt in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen (verder: MVO) in het algemeen en het respecteren van mensenrechten in het bijzonder over de aanschaf van een onderneming die clusterbommen fabriceert, dit mede in het kader van negatieve houding die mensenrechtenorganisaties zoals Human Right Watch en Amnesty International innemen vooral als deze bommen worden gebruikt tegn burgerdoelen?

3. Betreft het hier een transactie die op basis van door de regering gewenst maatschappelijk verantwoord gedrag in aanmerking zou komen voor enige vorm van exportstimulering door de Nederlandse staat, dit mede in het kader van de ook door de Nederlandse regering gedeelde zorg over niet ontplofte submunitie van clusterwapens? Zo ja, waarom bestaan er dan richtlijnen met betrekking tot MVO en het verstrekken van exportstimulering? Zo nee, waarom niet?

4. Hoe verhoudt naar uw mening de aankoop van een fabriek voor clusterbommen zich tot de volgende stelling van ABN Amro -Respecting human rights and the environment is an integral part of responsible social behaviour and corporate citizenship [.] We are accountable for our actions and open about them”?

5. Hoe groot acht u de kans dat gezien bovenstaande Business Principles dat ABN Amro INSYS juist heeft gekocht met de intentie om de fabriek vanuit het oogpunt van MVO te sluiten? Hoe groot acht u de kans dat het ABN Amro Business Principle -to maximise long-term shareholder value” bij de genoemde aankoop van INSYS belangrijker is dan -respecting human rights”?

6. Kent u het boek -Beyond Voluntarism” over de tekortschietende zelfregulering van internationale ondernemingen met betrekking tot mensenrechten en het bericht in de Financial Times van 18 februari jl. daarover?

7. Hoe beoordeelt u het aan het genoemde boek ten grondslag liggende onderzoek en de uitkomsten van het onderzoek?

8. Deelt u de mening van de samenstellers van het genoemde boek dat de vrijwillige afspraken die moeten toezien op naleving van mensenrechten door ondernemingen tekort schieten? Zo ja, hoe kunnen dergelijke vrijwillige afspraken wel effectief worden gemaakt? Zo nee, waarom niet?

9. Hoe oordeelt u over wenselijkheid en noodzakelijkheid van wettelijke maatregelen die genomen (moeten) worden om bijvoorbeeld de handel in diamanten volgens maatschappelijk internationaal aanvaarde normen van maatschappelijk ondernemen te laten verlopen?

10. Hoe oordeelt u over de conclusie dat op het gebied van mensenrechten, als aanvulling op vrijwillige afspraken, wettelijke verplichtingen nodig kunnen zijn om het gedrag van internationale ondernemingen op dit terrein te reguleren?

11. Deelt u de mening van de auteurs dat ondernemingen die zich welwillend opstellen ten aanzien van het vrijwillig naleven van mensenrechten, niets te vrezen hebben van wettelijke maatregelen? Zo ja, hoe denkt u dan over het invoeren van dergelijke wettelijke maatregelen in Nederland? Zo nee, waarom niet?

Share Button