De CSRD schrijft voor dat bepaalde ondernemingen in hun bestuursverslag over duurzaamheid rapporteren en dat zij op deze rapportages een assurance-onderzoek laten uitvoeren. Uitgangspunt daarbij is dat een accountant het assurance-onderzoek uitvoert. De CSRD voorziet echter in een lidstaatoptie om het assurance-onderzoek door een niet-accountant, een zogenaamde onafhankelijke assurancedienstverlener (Independent Assurance Service Provider, IASP), te laten uitvoeren. Het kabinet komt na onderzoek tot de conclusie dat er in de huidige omstandigheden geen noodzaak meer is tot invoering van de ‘lidstaatoptie’.
Accountants kunnen de duurzaamheidsassurance goed uitvoeren en doen dit ook al. Daar komt bij dat de kosten en uitvoeringslasten die samenhangen met het invoeren van de IASP-lidstaatoptie, voor het kabinet niet opwegen tegen de verwachte baten, zoals meer capaciteit voor de duurzaamheidsassurance. Daar komt bij dat met het coalitieakkoord het kabinet erop inzet om regeldruk en uitvoeringslasten juist terug te dringen. Het kabinet kiest er daarom voor om het huidige stelsel, waarbij uitsluitend accountants duurzaamheidsassurance mogen uitvoeren, te handhaven. Het kabinet is van mening dat door middel van samenwerking tussen accountants en CBI’s, eveneens de kwaliteit en capaciteit voor de duurzaamheidsassurance verbeterd kan worden, zonder dat daarvoor een omvangrijk stelsel van kwaliteitseisen, toezicht en tuchtrechtspraak nodig is. Het is dan aan de accountantskantoren om een dergelijke samenwerking aan te gaan. De tekenend accountant blijft daarbij eindverantwoordelijk voor de assurance.
Onderbouwing
Het kabinet stelt vast dat de situatie ingrijpend is gewijzigd ten opzichte van de situatie waar de onderzoekers bij de start van hun onderzoek van zijn uitgegaan. Het Omnibus I-pakket, dat inmiddels is vastgesteld, kent een veel beperktere reikwijdte. Door de gewijzigde CSRD hoeven vanaf 2027 alleen ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers en meer dan € 450 miljoen netto-jaaromzet nog te rapporteren over duurzaamheid. Het aantal rapportageplichtige ondernemingen neemt daardoor naar schatting met circa 85% af. De inschatting is dat in Nederland nog slechts ongeveer 220 ondernemingen een duurzaamheidsrapportering hoeven op te stellen; onder de oorspronkelijke CSRD bedroeg de schatting 3.000 tot 6.000 ondernemingen. Het aantal uit te voeren wettelijk verplichte assurance-onderzoeken van de duurzaamheidsrapportering neemt daardoor sterk af. De AFM bevestigt dit beeld. Daar komt bij dat invoering van de lidstaatoptie een omvangrijk langjarig traject zou betreffen, zowel voor de overheid als de betrokken instanties. Voor IASP’s moeten immers gelijkwaardige wettelijke eisen gaan gelden als voor accountants. Als in lijn met andere Europese landen ervoor wordt gekozen zoveel mogelijk aan te sluiten bij het stelsel voor accountants, betekent dit onder meer de oprichting van een wettelijke beroepsorganisatie, een wettelijk geregeld systeem van overheidstoezicht en een tuchtrechtelijke instantie. De invoering van een vergelijkbaar stelsel voor IASP’s brengt daarom behoorlijke kosten en regeldruk met zich mee, terwijl de baten – gelet op de sterk beperkte omvang van de assuranceverplichting – vermoedelijk beperkt zijn.
Het kabinet zal de ontwikkelingen rond de assurancemarkt in het kader van de CSRD blijven volgen en indien nodig het beleid in de toekomst heroverwegen.



