Holthausen Energy Points, onderdeel van de Groningse Holthausen Groep, produceert sinds begin 2026 gecertificeerde groene waterstof. Een gesprek met directeur Carl Holthausen over de waterstofketen, de rol van waterstof in een overvol stroomnet en de samenwerking met energieleverancier ENGIE.
Holthausen begon ooit als handelaar in industriële gassen. Hoe zijn jullie bij groene waterstof terechtgekomen?
De Holthausen Groep is een familiebedrijf dat al sinds 1945 actief is in industriële gassen. Dat is onze basis: we weten hoe je gassen veilig produceert, opslaat en distribueert. De afgelopen jaren zijn we ons steeds nadrukkelijker gaan richten op zero-emission oplossingen, en groene waterstof is daarin een logische volgende stap. Voor mij is de drijfveer achter die stap eigenlijk heel simpel: we willen geen onderdeel van het probleem zijn, maar van de oplossing. Met zo’n vijftig medewerkers zijn we geen grote speler, maar juist die schaal maakt dat we snel kunnen schakelen en dingen durven uit te proberen die grote partijen niet zo gemakkelijk doen.
Dit jaar behaalden jullie de RFNBO-certificering. Wat houdt dat in, en waarom is die stap belangrijk?
Sinds begin dit jaar produceren we gecertificeerde groene waterstof. Dat betekent dat onze waterstof aantoonbaar is gemaakt met 100 procent hernieuwbare elektriciteit, volgens de Europese RFNBO-eisen. RFNBO staat voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong. In de praktijk komt het erop neer dat je voor deze certificering tot op kwartierniveau moet kunnen aantonen dat er op het moment van productie daadwerkelijk wind- of zonne-energie beschikbaar was. Groene waterstof zelf maak je via elektrolyse: met stroom splits je water in waterstof en zuurstof. Gebruik je daarvoor hernieuwbare elektriciteit, dan heb je een groen alternatief voor olie en gas waarmee de sectoren industrie en vervoer hun CO2-uitstoot kunnen terugdringen. Met deze certificering zijn we de tweede partij in Nederland die gecertificeerde groene waterstof kan produceren en verhandelen. Dat we dat konden waarmaken, komt doordat we samen met onze energiepartner ENGIE van elke kilowattuur de groene herkomst aantoonbaar hebben vastgelegd.
Hoe krijg je zoiets in de praktijk voor elkaar?
Precies, en dat is nog een hele klus. Daarvoor hebben we samen met ENGIE een vijfjarige Corporate Power Purchase Agreement afgesloten, kortweg een CPPA. Ons stroomverbruik wordt daarbij op kwartierniveau gekoppeld aan de productie van een concreet windpark, Windpark Jaap Rodenburg 2 in Almere. De Garanties van Oorsprong die daarbij horen, laten zien waar de stroom precies vandaan komt, en dat maakt de RFNBO-certificering mogelijk. Wat ik sterk vond aan ENGIE, is dat ze niet alleen naar het standaardcontract keken. Ze dachten echt mee over wat wij nodig hadden om te kunnen groeien, en integreerden die CPPA in een breder leveringscontract dat met ons meebeweegt.
Jullie stemmen de productie af op het aanbod van groene stroom. Hoe werkt dat?
Voor ons draait het erom dat we produceren op de momenten dat er veel groene stroom is. Dat is niet alleen het duurzaamst, het is ook slim: als er veel aanbod is, is de stroom bovendien het gunstigst. We produceren daarom het liefst op momenten dat er veel groene stroom is en de prijzen laag zijn, soms zelfs negatief. Dan draaien onze elektrolysers vol. Loopt de prijs op, dan schakelen we terug. Onze installaties bestaan uit units van één megawatt per container, en die kunnen we in tien tot vijftien seconden van twintig procent naar vol vermogen brengen. Daardoor kunnen we heel precies meebewegen met het aanbod. We dachten eerst dat we onze elektrolysers vooral op het moment zelf op de prijzen zouden laten reageren, maar ENGIE kwam met een andere benadering: de inkoop en productiesturing juist een dag van tevoren organiseren, op basis van de day-ahead-markt. Dat regelen we via hun platform EnDeal, waarin we zelf een maximumprijs kunnen instellen waartegen de productie mag draaien. Dat was niet de oplossing die wij direct voor ogen hadden, maar het bleek precies de aanpak die we nodig hadden.
Nederland kampt met netcongestie. Jullie noemen jezelf een “netverzachter”. Hoe werkt dat?
Waterstof kan juist helpen bij die netcongestie. Waar je elektriciteit maar beperkt kunt opslaan, kunnen wij waterstof eenvoudig bufferen. Op momenten dat er een overschot aan groene stroom is en het net het zwaar heeft, draaien onze elektrolysers harder en slaan we de waterstof op. Is er juist krapte en is stroom duur, dan schakelen we af. Zo werken we als een soort netverzachter. In Groningen zijn we daarover in gesprek met netbeheerder Enexis, en in Oosterwolde hebben we een koppeling met het naastgelegen zonnepark: piekt daar de productie, dan krijgen wij het signaal om op te schalen. Dat past mooi bij elkaar, want wij willen toch al produceren op de momenten dat er veel wind en zon is. Dat we onze installaties zo flexibel kunnen aansturen, en dat onze systemen daarvoor rechtstreeks met die van ENGIE communiceren, maakt ons ook een aantrekkelijke partner voor de netbeheerders.
Waarom kiezen jullie klanten nu al voor groene waterstof?
We zien de vraag naar groene waterstof jaar op jaar harder groeien dan we zelf voorspellen, en de redenen daarvoor lopen uiteen. Ongeveer zestig procent van onze afzet gaat naar de industrie: laboratoria, de glas- en RVS-industrie en bedrijven die staal snijden. De rest gaat naar zwaar transport en mobiliteit. Een deel van onze klanten móét groen zijn. Aannemers die in Natura 2000-gebieden werken en daar geen stroomaansluiting voor hun machines hebben, kiezen voor gecertificeerde groene waterstof om stikstofvrij door te kunnen bouwen. Anderen nemen het mee in hun CO2-prestatieladder of leggen het zichzelf op vanuit hun duurzaamheidsbeleid. Wat ons daarbij onderscheidt, is dat we de hele keten groen houden. We leveren onze waterstof met waterstof- en groengasvoertuigen, zodat het certificaat ook onderweg behouden blijft, van productie tot aan de klant. Zou je met een dieseltruck rijden, dan is je groene waterstof onderweg in feite grijs geworden. Doordat onze locaties strategisch verspreid liggen, hoeven we bovendien nooit ver te rijden.
Naast grote spelers zijn jullie een relatief klein bedrijf. Waar zit jullie kracht?
Onze kracht zit juist in dat we klein en wendbaar zijn. Ik noem ons weleens het speedbootje in de energietransitie: als we zien dat iets nodig is, pakken we door. We zijn niet alleen producent, maar ook handelaar, en dat maakt ons flexibel. We kunnen waterstof in een trailer laden en direct bij een klant afleveren, inclusief het bijbehorende certificaat. Grote fabrieken leveren vaak via een vaste pijpleiding rechtstreeks aan één afnemer; wij hebben als het ware een virtuele pijpleiding op wielen en kunnen morgen leveren waar vandaag om gevraagd wordt. Daarnaast staan we op meerdere poten: industrie en transport, meerdere locaties, meerdere markten. Dat maakt ons minder kwetsbaar. Als familiebedrijf met een lange geschiedenis in gassen weten we dat je nooit op één been moet staan.
Wat zijn jullie ambities voor de komende jaren?
We hebben de groei echt te pakken. Op dit moment schalen we onze elektrolysecapaciteit stap voor stap op over onze drie locaties, met de ambitie om richting zeven megawatt te gaan. En eerlijk gezegd denken we nu al na over hoe we daarna verder kunnen uitbreiden. Het mooie is dat ons energiecontract met ENGIE daarin meebeweegt: de stroomafname schaalt mee met de opbouw van onze productie, en tegen 2028 gaat het om zo’n 30 GWh hernieuwbare energie per jaar. Zo hoeven we niet vanaf dag één een volledig volume af te nemen, maar kunnen we groeien in ons eigen tempo. Dat is voor mij precies wat de energietransitie nodig heeft: partijen die durven door te pakken, met partners die dat tempo kunnen bijbenen.


