Institutionele beleggers stemmen zelden voor duurzaamheid

Uit een analyse van de VBDO blijkt dat grote institutionele beleggers sociale en milieu belangen zelden ondersteunen met hun stemgedrag op aandeelhoudersvergaderingen. In de meeste gevallen stemmen zij zelfs tegen die belangen.

De VBDO heeft het stemgedrag van zeven grote Nederlandse institutionele beleggers onderzocht waaronder de pensioenfondsen ABP, PGGM en het Spoorwegpensioenfonds. Ook het stemgedrag van de vermogensbeheerders van ABN AMRO, Robeco, ING en Aegon is onderzocht. Daarvoor heeft de VBDO speciaal gekeken naar het stemgedrag bij de zogenaamde voorstellen van aandeelhouders (‘shareholder proposals’) op aandeelhoudersvergaderingen van Amerikaanse ondernemingen. Veel van deze voorstellen gaan over mensenrechten en milieu. In 2005 zijn er ongeveer 280 van dergelijke voorstellen door aandeelhouders in de VS ingediend.

De VBDO constateert dat in twaalf procent van de gevallen de institutionele beleggers vóór deze voorstellen stemmen. In verreweg de meeste gevallen stemt men dus tegen voorstellen die van een onderneming een inspanning vragen op milieu of sociaal gebied. Soms betreffen het voorstellen om internationale afspraken na te komen zoals de ILO richtlijnen voor rechten van werknemers. ABP en Aegon hebben daar bij de aandeelhoudersvergadering van E.I. Du Pont tegen gestemd. Andere voorstellen gaan bijvoorbeeld over het rapporteren over milieuschade bij het boren naar olie in natuurgebieden. Geen van de institutionele beleggers heeft vóór gestemd toen dit punt in stemming kwam bij de aandeelhoudersvergadering van Exxon Mobil.

“De VBDO weet dat deze institutionele beleggers het inhoudelijk vaak eens zijn met deze voorstellen maar ze durven daar niet openlijk voor uit te komen.” Aldus Piet Sprengers, directeur van de VBDO. Hierdoor blijft het volgens de VBDO onduidelijk waar deze institutionele beleggers nu precies staan als het om duurzaamheid gaat. Sprengers vervolgt: “Als het om de inrichting van het bestuur van een onderneming gaat of de beloning van de directie zijn deze instellingen bereid een harde confrontatie niet uit de weg te gaan. Gaat het om duurzaamheid dan worden de instellingen ineens een stuk milder en wil men het management vooral niet kwetsen.”

De onderstaande tabel laat de cijfers uit het VBDO onderzoek zien. In totaal heeft de VBDO meer dan 500 stemmingen onderzocht (één stemming is de stem van één instelling bij één agendapunt.)

Lang niet alle institutionele beleggers brengen een stem uit op een aandeelhoudersvergadering of maken hun stembeleid openbaar. Van de meeste pensioenfondsen is niet te achterhalen of en hoe ze stemmen. Van de banken stemt SNS Bank bijvoorbeeld alleen in Europa en Fortis stemt wel maar maakt niet openbaar hoe. De onderzochte institutionele beleggers zijn dus een positieve uitzondering wat betreft het uitoefenen van hun stemrecht en het openbaar maken van hun stemgedrag.

In Nederland, maar voor zover bekend ook in Europa, is door aandeelhouders in 2005 geen enkel voorstel voor een agendapunt aangevraagd over sociale of milieukwesties. Volgens de VBDO is dat voor een deel te wijten aan de regels die het aandeelhouders moeilijker maken dergelijke voorstellen in te dienen. Maar het komt ook omdat aandeelhouders de mogelijkheden die ze hebben nog niet benutten. De VBDO vindt het hoog tijd dat daar verandering in komt en blijft zich inzetten voor het verduurzamen van de kapitaalmarkt.

Iets wat de VBDO overigens al 10 jaar lang met veel succes doet en in 2006 groots viert met het lustrumevenement ‘Show your Colour’.

Het rapport over het stemgedrag van de institutionele beleggers verschijnt onder de titel:

“VBDO Quick Scan Series – Voting on sustainability by seven large Dutch institutional investors”

Share Button