Het steeds grotere afvalprobleem

Europa’s consumptie van fast fashion versnelt de klimaatcrisis, en er zijn geen tekenen dat dit vertraagt. Volgens het Europees Milieuagentschap kocht de gemiddelde EU-burger in 2022 19 kilo  textiel. Slechts drie jaar eerder was dit nog 17 kilo Alleen al in Nederland wordt jaarlijks ongeveer 215.000 ton post-consumer textiel weggegooid, ongeveer 12 kilo per persoon.

Op grote afstand van  de catwalks en winkelstraten is het lot van deze aankopen somber. In 2024 belandde naar schatting 80% van de afgedankte kleding op de vuilstort of in de verbrandingsoven. Ongeveer 12%werd hergebruikt, terwijl veel minder dan 1% werd gerecycled tot nieuwe vezels. Wereldwijd was gerecycled textiel goed voor minder dan 1 procent van de vezelmarkt.

In grote delen van Europa ligt de uitdaging niet bij een gebrek aan bereidheid om textiel te recyclen, maar bij de praktische uitvoerbaarheid. Gemengde stoffen, verschillende kleuren en vervuiling zorgen ervoor dat grote hoeveelheden kleding moeilijk te sorteren zijn, en nog moeilijker om te zetten in nieuwe vezels. Daardoor hebben gemeenten vaak weinig andere opties dan afgedankte kleding te verbranden voor energieterugwinning, wat ertoe leidt dat ongeveer de helft van de afgedankte kleding wordt verbrand.

Het ontbrekende puzzelstuk: leren van de natuur

Wij geloven dat een radicaal andere aanpak mogelijk is, en die begint bij de natuur. Door het voorbeeld van de natuur te volgen, zien we dat er daadwerkelijk duurzame end-of-life oplossingen bestaan voor ons groeiende textielprobleem. Natuurlijke ecosystemen kennen geen afvalprobleem. In plaats daarvan wordt, via een balans tussen producenten, consumenten en afbrekers, alle materie verplaatst en getransformeerd. Verwijder één element en het systeem raakt uit balans.

Maar juist de laatste fase – afbraak, het vermogen van materialen om uiteen te vallen – blijft het ontbrekende stuk in de reis van de mode-industrie naar echte circulariteit.

Om een positieve impact te maken, zou de mode-industrie dezelfde principes moeten volgen als ecosystemen. Het doel is niet simpelweg om textiel om te zetten in meer kleding, maar om ervoor te zorgen dat elk kledingstuk bijdraagt aan een bredere, regeneratieve cyclus, en waarde creëert die het systeem als geheel versterkt.

Nederland loopt voorop

Wat misschien een radicale oplossing lijkt voor een decennia oud take-make-waste systeem, gebeurt in stilte al in Nederland. Als onderdeel van het Nature of Fashion-initiatief heeft Circle Economy laten zien dat zelfs de meest “niet-recyclebare” of laagwaardige textielstromen een tweede leven kunnen krijgen met de juiste processen.

Door biologische en thermochemische technieken te combineren, kunnen opkomende innovaties in Nederland onverkoopbaar en moeilijk te recyclen textiel transformeren tot materialen, zoals biologisch afbreekbare kunststoffen en methanol.

Deze outputs kunnen als inputs gebruikt worden in bestaande industriële toeleveringsketens, van verpakkingen en coatings tot landbouwproducten zoals zaadcoatings. Afbraaktechnologieën kunnen de  net-zero ambities van zware industrie aanvullen, en duurzame grondstoffen leveren zonder bestaande processen te verstoren.

Een nieuwe economie van afval

Nederland heeft een ambitieuze Extended Producer Responsibility (EPR)-doelstelling vastgesteld: 75% van het ingezamelde textiel moet tegen 2030 worden hergebruikt of gerecycled. Maar begin 2025 is slechts 0,3% onder deze regelgeving ingezameld.

Het is onwaarschijnlijk dat we deze kloof kunnen dichten zonder onze kijk op textielafval fundamenteel te herzien. Naast de enorme milieueffecten vertegenwoordigt textielafval dat jaarlijks wereldwijd wordt gestort, verbrand of geëxporteerd een verlies van ongeveer $150 miljard aan grondstoffen. Dat is een financiële kans die moeilijk te negeren is.

De opkomende innovators in Nederland pakken deze kloof direct aan door cruciale, vaak niet voor de hand liggende verbindingen te leggen tussen klimaatdoelstellingen en industriële groei. Door te bewijzen dat het textiel dat we vandaag verbranden de materialen kunnen worden die we morgen nodig hebben, bouwen zij aan een milieuvriendelijke oplossing die is ontworpen voor de lange termijn. De aanpak is flexibel genoeg om zich aan te blijven passen, en waarde uit afval te blijven halen, ongeacht welke nieuwe technologieën ontstaan.

Wat volgt er nu?

Circle Economy en haar partners (EV Biotech, BioFashionTech en TNO) maken nu de overstap van experimenten op labschaal naar integratie op pilotschaal. De visie: een regionaal ecosysteem waarin textielafval continu door zowel biologische als industriële systemen stroomt, ondersteund door de Nederlandse innovatie-infrastructuur, en in lijn met nationale circulaire economie-doelen.

Er is duidelijk bewijs dat de concepten  werken, maar succes op de lange termijn hangt af van steun van regelgevers en beleidsmakers. Met de huidige EPR-kaders is vooruitgang geboekt, maar ze schieten nog tekort. Het erkennen van de waarde van outputs die niet bestaan uit vezels kan nog veel meer potentieel uit textielafval ontsluiten. Ook zou de EPR regelgeving in de mode-industrie de de werkelijke kosten van kleding aan het einde van de levensduur moeten meenemen, waarbij  ervoor gezorgd wordt dat materialen voor de meest waardevolle toepassing worden gebruikt . Als dit goed wordt uitgevoerd, kan dit zorgen voor een voorspelbare vraag naar circulaire oplossingen, waarbij afval wordt omgezet in kansen.

Hilde van Duijn, CEO Circle Economy Foundation