Op 4 november vond een rondetafelgesprek plaats over de Algemene maatregel van Bestuur (AMvB) Dierwaardige veehouderij. Kamerleden, de veehouderij, ketenpartijen, maatschappelijke organisaties en deskundigen spraken met elkaar over de uitwerking van de nieuwe wettelijke regels. LTO Nederland nam deel namens vijf organisaties om het perspectief van ondernemers onder de aandacht te brengen. Op basis van het gezamenlijke position paper van LTO, POV, SBK, NAJK en ZuivelNL lichtte LTO de inzet toe.
Wie zaten er aan tafel?
Aan het gesprek namen onder meer verschillende Kamerleden, vertegenwoordigers van de veehouderijsector, ketenorganisaties, dierenwelzijnsorganisaties en kennisinstellingen deel. Aanwezige kamerleden waren Renate den Hollander (VVD), Jan Arie Koorevaar (CDA), Caroline van der Plas (BBB), Esther Ouwehand (PvdD), Laura Bromet (PRO) en Anne-Marijke Podt (D66, tevens voorzitter rondetafelgesprek).
Het gesprek maakte duidelijk dat veel Kamerleden worstelen met een dilemma. Aan de ene kant willen zij de agrarische sector duidelijkheid bieden door in de AMvB helder vast te leggen wat er richting 2040 wordt verwacht. Aan de andere kant begrijpen zij dat het volledig dichtregelen van de opgave in wet- en regelgeving de prikkel voor de keten kan wegnemen om mee te bewegen. In dat geval dreigt de rekening opnieuw vooral bij de boer terecht te komen.
Ook wetenschappers van WUR en Universiteit Utrecht benadrukten dat het te snel en te strikt invoeren van hoge eisen averechts kan uitpakken. Volgens hen leidt dat niet automatisch tot de gewenste beweging in de gehele keten.
Kortom: iedereen onderschrijft het doel van een dierwaardige veehouderij, maar er is brede overeenstemming dat deze transitie ook economisch haalbaar moet blijven. De kosten kunnen niet uitsluitend bij boeren worden neergelegd, maar zullen uiteindelijk ook moeten worden gedragen door de keten en de consument
Dit was de gezamenlijke inzet
LTO maakte namens de vijf organisaties duidelijk dat zij de ontwikkeling naar een dierwaardige veehouderij volledig steunen. Daar hoort wel een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheden en kosten bij. Boeren kunnen een dierwaardige veehouderij niet alleen realiseren. Ook verwerkers, retailers, financiers, de overheid en consumenten moeten bijdragen.
Volgens de organisaties moet de AMvB de wettelijke ondergrens vastleggen. Zij mag niet het instrument worden waarmee alle ambities direct bij ondernemers terechtkomen. Worden maatregelen wettelijk verplicht, dan verdwijnt volgens de organisaties vaak de bereidheid van de markt om er extra voor te betalen. Het risico is dan dat boeren moeten investeren, terwijl het verdienmodel ontbreekt.
De sleutel ligt volgens de organisaties juist in het Convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’. Daarin nemen overheid, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties samen verantwoordelijkheid voor de uitvoering én financiering van verdere stappen in dierenwelzijn. LTO riep de politiek daarom op om vast te houden aan de afgesproken balans tussen de AMvB, het convenant en de onafhankelijke autoriteit. De onafhankelijke autoriteit monitort en bewaakt het totale proces om tot een dierwaardige veehouderij te komen. Alleen dan kunnen stappen naar meer dierenwelzijn haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar blijven voor boerenbedrijven.
Vervolg
De inbreng uit het rondetafelgesprek wordt meegenomen in de verdere besluitvorming over de AMvB. Naar verwachting debatteert de Tweede Kamer in januari over de plannen voor de dierwaardige veehouderij en de uitwerking van de AMvB. Kamerleden spreken zich dan uit over de voorgestelde maatregelen en de verdere koers.
De organisaties blijven zich inzetten voor een dierwaardige veehouderij die goed is voor het dier, en haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar blijft voor ondernemers. Want een succesvolle transitie is alleen mogelijk als de hele keten verantwoordelijkheid neemt voor de benodigde aanpassingen én de bijbehorende kosten.
Foto: Minister Wiersma tekent het ‘Convenant Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’ in juni 2025
Bron: LTO Nederland
