In 2040 meer CO₂ opslaan dan uitstoten, dat is de stip op de horizon voor Interface, wereldwijde pionier in modulaire vloeroplossingen en koploper op het gebied van duurzaamheid. Eline Oudenbroek, Vice President Supply Chain & Operations EMEA, vertaalt dit ambitieuze doel met haar team naar de dagelijkse praktijk.

Vanuit het kantoor bij de productielocatie in Scherpenzeel vertelt ze hoe Interface de gehele bedrijfsvoering zo duurzaam mogelijk inricht, van inkoop en productie, tot transport en hergebruik. Ze is ervan overtuigd dat dit niet alleen de meest verantwoorde aanpak is, maar ook de enige houdbare strategie voor de toekomst: “Bij Interface is duurzaamheid geen los project of modewoord. Het vormt de kern van onze bedrijfsstrategie en zit verweven in alles wat we doen.”

Dertig jaar duurzame innovatie

Interface is een sleutelspeler binnen de industrie. De modulaire tapijttegels, LVT- en rubbervloeren van de fabrikant zijn overal terug te vinden: in kantoren, zorginstellingen en openbare gebouwen. Daarbij is de visie van Interface-oprichter Ray Anderson al meer dan 30 jaar leidend. Oudenbroek: “Anderson liet een enorme erfenis na. Zijn gedachtegoed dat je winst kunt maken als bedrijf én goed kunt doen voor de planeet, vormt nog steeds ons kompas.”

Interface kiest dan ook bewust voor een all-in-aanpak zonder CO₂-compensatie. De fabrikant wil de eigen voetafdruk dusdanig verkleinen dat het bedrijf tegen 2040 volledig CO₂-negatief is. “Bij elk besluit stellen we onszelf dezelfde vragen: draagt dit bij op de lange termijn? Is het goed voor onze klanten én voor de planeet?”

Radicale productinnovatie

De grootste kansen liggen volgens Oudenbroek in de supply chain en operations: “Hier kunnen we radicale stappen zetten. Alles wat te maken heeft met het maken en verplaatsen van materiaal, valt hieronder.”

Een cruciale mijlpaal was de overstap naar backings (de onderzijde van tapijttegels) gemaakt van biobased en gerecyclede materialen in 2021. Na zeven jaar onderzoek slaagden onze chemisch-technologen erin de perfecte samenstelling te vinden, een enorme stap richting een CO₂-negatief product. Oudenbroek herinnert zich het moment dat de nieuwe backing werd gepresenteerd nog goed: “Onze directeur stond op het podium en zei: “We hebben de belofte van Ray Anderson waargemaakt.” Dat raakte me persoonlijk.”

Efficiëntie tot in de laatste vezel

Op de productielocatie in Scherpenzeel wordt deze visie concreet. In de fabriek wordt bijvoorbeeld garen gebruikt dat deels afkomstig is uit oude visnetten. Dankzij geavanceerde berekeningsmodellen is het garenverlies bovendien inmiddels nagenoeg nul; zelfs de laatste restjes op een rol worden gebruikt. “Minder verspilling betekent minder uitstoot, zo simpel is het.”

Ook het energieverbruik ligt onder de loep. “We kijken heel kritisch naar onze ovens,” legt Oudenbroek uit. “In plaats van meerdere ovens continu op verschillende temperaturen op te stoken, laten we producten op verschillende niveaus meerdere keren door dezelfde oven gaan. Zo minimaliseren we de energie die nodig is per product.”

Het ‘en-en’ van duurzaam ondernemen

Voor Oudenbroek is er geen sprake van een tegenstelling tussen commercieel succes en ecologische verantwoordelijkheid. “Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is niet of-of, het is en-en. Je kunt geen langdurige waarde toevoegen voor je klanten als je niet nadenkt over hoe je dat in de toekomst doet zonder de aarde te schaden. En je hebt geen impact als je geen geld verdient. Jaar op jaar tonen we aan dat deze strategie werkt.”

Als beursgenoteerd bedrijf wil Interface laten zien dat een CO₂-negatieve bedrijfsvoering de nieuwe standaard kan zijn. “Duurzaam ondernemen is voor ons geen losstaand project. Het is de basis van alles wat we doen. We willen niet prediken, maar inspireren door te laten zien wat er mogelijk is en zo een rimpeleffect creëren.”