Uit het vandaag gepubliceerde ‘Chief Sustainability Officers Outlook’-rapport van het World Economic Forum blijkt dat de wereldwijde duurzaamheidstransitie duidelijke tekenen van vooruitgang vertoont, ondersteund door commercieel en technologisch momentum, ondanks aanzienlijke belemmeringen door geopolitieke versnippering en een sterke focus op kortetermijnprestaties.
In dit eerste onderzoek – uitgevoerd terwijl escalerende conflicten in het Midden-Oosten de Straat van Hormuz verstoorden en de wereldmarkten deden wankelen – blijkt dat Chief Sustainability Officers (CSO’s) met meer overtuiging dan voorzichtigheid door de geo-economische volatiliteit navigeren. Ongeveer 63% verwacht dat de wereldwijde vooruitgang op het gebied van duurzaamheid de komende twaalf maanden stabiel blijft of versnelt. Drie op de vier verwachten een vergelijkbare trend in transitiegerelateerde investeringen door bedrijven, gedreven door duidelijke economische argumenten (64%) en technologieën die steeds breder toepasbaar zijn (56%). Het resultaat is volgens het rapport een “groene divergentie”: een transitie die uiteenvalt in sectoren en regio’s die zich in zeer uiteenlopende tempi ontwikkelen. Dit gebeurt terwijl de wereldwijde groene economie – nu goed voor meer dan 5 biljoen dollar per jaar – op koers ligt om tegen 2030 de grens van 7 biljoen dollar te overschrijden en een van de snelst groeiende segmenten van de wereldeconomie blijft.
“Chief Sustainability Officers geven aan dat de transitie niet langer een kwestie van ambitie is, maar van uitvoering,” aldus Sebastian Buckup, Managing Director van het World Economic Forum. “Nu bedrijven duurzaamheidsstrategieën bewust verankeren in behoeften op het gebied van groei, veiligheid en veerkracht, lopen de uitvoeringssnelheid en prioriteiten steeds verder uiteen per regio en sector.”
Een toenemende groene divergentie
Ondanks geopolitieke volatiliteit is het momentum niet tot stilstand gekomen, maar wel versnipperd geraakt. Ongeveer 78% van de CSO’s verwacht dat geopolitieke en macro-economische tegenwind – variërend van conflicten tot inconsistent beleid en afnemend multilateralisme – de vooruitgang in het komende jaar zal remmen. In plaats van een uniforme vertraging zien CSO’s een groene divergentie: sommige sectoren en markten lopen voorop dankzij duidelijke economische voordelen, terwijl andere stagneren door beleidsonzekerheid of terughoudende besturen.
De tweeledige impact van AI
Ongeveer 73% van de CSO’s verwacht dat kunstmatige intelligentie (AI) de vooruitgang op het gebied van duurzaamheid het komende jaar aanzienlijk zal versnellen, met name op het vlak van metingen, rapportage, efficiëntie en risicomodellering. Tegelijkertijd wijst 77% van de CSO’s op het energie- en grondstoffenverbruik van de AI-infrastructuur zelf als de grootste negatieve impact; datacenters zijn immers nu al goed voor ongeveer 1,5% van de wereldwijde elektriciteitsvraag. Dit illustreert een groene divergentie die zich binnen één enkele technologie afspeelt.
Adaptatie wordt de volgende duidelijke prioriteit.
Ongeveer 85% van de Chief Sustainability Officers (CSO’s) verwacht dat adaptatie de komende drie jaar een grotere wereldwijde prioriteit zal worden, en 77% stelt dat investeringen vanuit de private sector doorslaggevend zullen zijn om dit op te schalen. Bedrijven die nu al proactief werken aan veerkracht, zien dat hun investeringen in adaptatie vruchten afwerpen. CDP schat dat bedrijven die actief risico’s in de toeleveringsketen beheren tot nu toe 13,6 miljard dollar hebben bespaard, terwijl er nog eens voor 165 miljard dollar aan potentiële financiële voordelen in het verschiet ligt.
“De discussie verschuift van de vraag ‘of’ we actie moeten ondernemen op het gebied van duurzaamheid, naar de vraag hoe snel we kunnen aantonen dat het loont. Van CSO’s wordt tegenwoordig verwacht dat ze voor veerkracht, AI en de transitie als geheel een businesscase presenteren die net zo degelijk is als bij elke andere investeringsbeslissing. De organisaties die dit zien als een groeikans – en niet slechts als een verplichte oefening om aan regels te voldoen – zullen een voorsprong hebben wanneer de balans uiteindelijk wordt opgemaakt,” aldus Katharina Beumelburg, Chief Sustainability and New Technologies Officer bij Heidelberg Materials.
Zoals het rapport benadrukt: “de uitdaging is niet langer het herkennen van fysieke risico’s, maar het aantonen van de waarde van investeren in veerkracht.” Deze verschuiving werd dit jaar pijnlijk duidelijk toen extreme hitte en bosbranden zowel bedrijven als verzekeraars dwongen de kosten van een gebrekkige voorbereiding onder ogen te zien. Het duidelijkste signaal komt uit Californië. Begin 2026 hadden verzekeraars al 22,4 miljard dollar aan schadeclaims uitgekeerd voor de bosbranden in Los Angeles (2025); nieuwe analyses wijzen uit dat het herbouwen van getroffen gemeenschappen volgens normen voor bosbrandbestendigheid de verwachte toekomstige verliezen met ongeveer een derde zou kunnen verminderen.
Over de ‘Chief Sustainability Officers Outlook’
De ‘Chief Sustainability Officers Outlook’ van het World Economic Forum brengt in kaart hoe de rol van de CSO evolueert en welke factoren vooruitgang op het gebied van wereldwijde duurzaamheid stimuleren of juist belemmeren. Dit eerste rapport is gebaseerd op de ‘Chief Sustainability Officers Outlook Survey’, uitgevoerd tussen 10 februari en 18 maart 2026. Hierin werden reacties verzameld van 103 duurzaamheidsleiders van vijf continenten – leden van de CSO-gemeenschap van het Forum, bijeengebracht door het Centre for Nature and Climate van het Forum.
Bron: World Economic Forum

