Na een jaar vol onzekerheid zorgt 2026 eindelijk voor duidelijkheid in de Europese duurzaamheidsrapportage. Organisaties weten nu waar ze aan toe zijn: of ze onder de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) vallen, welke standaarden van toepassing zijn en welke tijdlijnen gelden.

Voor veel bedrijven stond 2025 in het teken van afwachten. Maar wie werkzaamheden heeft stilgelegd in afwachting van meer duidelijkheid, kan nu niet langer op de pauzeknop blijven drukken. Dit is het moment om opnieuw richting te kiezen en in beweging te komen.

Waar staan we nu? De stand van zaken in het kort

Reikwijdte van de CSRD

  • Binnen de scope: bedrijven met een omzet van ≥ €450 miljoen EN > 1.000 voltijdse werknemers
  • Niet-EU-bedrijven met een sterke aanwezigheid in de EU: €450 miljoen EU-omzet in de EU +  €200 miljoen EU-omzet via een EU-dochteronderneming
  • Beursgenoteerde mkb-bedrijven: vallen nu buiten het toepassingsgebied

Tijdlijn

  • Wave 1 (grote beursgenoteerde ondernemingen) blijft rapporteren over boekjaar 2025
  • Wave 2 krijgt twee jaar uitstel: het eerste CSRD-rapport‑rapport verschijnt in 2028, over boekjaar 2027

Standaarden

EFRAG publiceerde ESRS 2.0, waarin het aantal datapunten met circa 60% is teruggebracht. Formele goedkeuring door de EU wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2026.
Tot die tijd geldt:

  • Wave 1 blijft werken met de huidige ESRS
  • Wave 2 kan kiezen tussen de huidige ESRS en ESRS 2.0

Minder rapportage is niet automatisch meer impact

Na de aankondiging van de Omnibus‑wijzigingen was de opluchting bij veel organisaties groot: “Eindelijk kunnen we ons richten op impact in plaats van rapportage.”
Die reactie is begrijpelijk. De eerste DMA’s en voorbereidingen voor dataverzameling waren ontzettend administratief zwaar: lange lijsten met IRO’s, stakeholderenquêtes, eindeloze datapunten om te interpreteren, gevolgd door uren aan auditorreview.

Maar de gedachte dat minder rapportage automatisch leidt tot meer impact, is misleidend. Een goed ingericht rapportagesysteem verbindt duurzaamheidsimpact juist aan financiële risico’s en kansen. Als dat goed gebeurt, staat rapportage-impact niet in de weg, het versterkt die juist.

Rapportage dwingt samenwerking af tussen duurzaamheid, finance, risk, inkoop, operations en uiteindelijk de strategie. ESG-kpi’s‑KPI’s worden zo onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering in plaats van een losstaand thema. Precies waar duurzaamheidsprofessionals al jaren voor pleiten.

Met ESRS 2.0 ontstaat meer ruimte om te focussen op wat écht relevant is, zonder het strategische fundament los te laten.

Wat organisaties nu concreet kunnen doen

  1. Herijk de dubbele materialiteitsanalyse

Veel eerste analyses waren sterk technisch ingestoken. Nu is er ruimte om impacts, risico’s en kansen opnieuw en meer kwalitatief te beoordelen. Het bedrijfsmodel en de strategische prioriteiten vormen daarbij het vertrekpunt, met oog voor wat stakeholders daadwerkelijk beslissingsrelevant vinden.
Een scherpe materialiteitsanalyse vormt de basis voor alles wat volg, inclusief de strategie.

  1. Herzie disclosures richting ESRS 2.0

Voor Wave 2-organisaties‑organisaties geldt:

  • Ben je al ver gevorderd, dan kan doorgaan met de huidige ESRS een pragmatische keuze zijn.
  • Sta je nog aan het begin, dan biedt ESRS 2.0 een lichter en flexibeler kader.
  1. Bouw of verbeter het ESG ‑datasysteem

Voor Wave 2 ‑bedrijven is dit de belangrijkste stap.stap.
Excel kan onder tijdsdruk werken, maar is geen duurzame oplossing. Geautomatiseerde ESG-datasystemen‑datasystemen zorgen voor:

  • Audit‑readiness
  • Consistente en betrouwbare data
  • Minder handmatig werk
  • Herbruikbare data voor de hele organisatie

Omdat datacollectie in 2027 start, is 2026 hét jaar om dit zorgvuldig in te richten en te testen, inclusief (gedeeltelijke) assurance.

  1. Versterk eigenaarschap van KPI’s

Doelen formuleren is relatief eenvoudig. Ze realiseren is iets anders.
Belangrijke vragen zijn:

  • Is duidelijk wie eigenaar is van welke KPI?
  • Hebben teams hun data tijdig beschikbaar om bij te sturen?
  • Zijn duurzaamheids-KPI’s geïntegreerd in businessdashboards?

Pas dan kan het management daadwerkelijk sturen op ESG-data‑data en verder kijken dan rapportage alleen.

Niet (meer) in scope: stoppen of doorgaan?

Veel organisaties die inmiddels buiten scope vallen, kiezen ervoor hun CSRD voorbereidingen‑voorbereidingen toch voort te zetten. Dat doen zij niet zonder reden. Zij zien voordelen zoals:

  • Gecentraliseerde en beter toegankelijke informatie
  • Soepelere klantinteracties
  • Operationele verbeteringen
  • Een volwassenere governance

Wie twijfelt over de waarde van CSRD, doet er goed aan ESRS 2.0 opnieuw te bekijken. Het framework is aanzienlijk vereenvoudigd en blijft strategisch relevant. Organisaties kunnen bovendien kiezen voor (gedeeltelijke) assurance om hun geloofwaardigheid te behouden.

VSME is daarbij geen volwaardig alternatief voor middelgrote en grote organisaties. Het is niet gebaseerd op materialiteit en niet geschikt voor rapportage op accountingniveau. ESRS 2.0 is daarmee toekomstbestendiger.
Hoewel EFRAG werkt aan een vrijwillige tussenstandaard, is ESRS 2.0 al teruggebracht tot circa 300 datapunten. De ruimte voor verdere vereenvoudiging lijkt beperkt.

Waar bewegen we naartoe?

De richting is duidelijk. Duurzaamheidsrapportage wordt de norm, los van formele verplichtingen. Niet-financiële‑financiële data zullen net zo vanzelfsprekend worden als financiële cijfers.

Organisaties die verder kijken dan compliance en duurzaamheid integreren in strategie, governance, risicomanagement en financiële planning, bouwen aan structureel voordeel. De keuzes die in 2026 worden gemaakt, bepalen hoe volwassen, geloofwaardig en voorbereid organisaties zijn op het moment dat duurzaamheidsrapportage onderdeel wordt van het dagelijks zakendoen.

Camilla de Nardis, Manager ESG Compliance bij BearingPoint