Bedrijfswinsten voor milieubescherming

Bedrijven moeten zich veel meer inzetten voor het behoud van de biodiversiteit. Ze realiseren zich te weinig dat ze zelf ook afhankelijk zijn van goede functionerende ecosystemen in de wereld. Er moet een speciaal biodiversiteitsfonds komen waarin de 500 grootste bedrijven van de wereld 1% van hun winst storten. Dat zegt Willem Ferwerda, directeur van de milieuorganisatie IUCN Nederland in een interview voor de nieuwe televisiezender Het Gesprek. IUCN is onder andere opsteller van de zogenoemde rode lijst waarop de bedreigde diersoorten staan.

De miljoenen van bedrijven moeten gebruikt worden om kwetsbare gebieden te beschermen, maar ook om de mensen die afhankelijk zijn van de grote natuurgebieden een kans te geven om zich economisch te ontplooien zonder dat ze hun natuurlijke leefomgeving schade toebrengen.

Ferwerda vindt dat bedrijven een steeds grote rol moeten spelen in de bescherming van natuur en milieu. Hij heeft afgelopen zomer tachtig toonaangevende bestuursvoorzitters en andere ondernemers zo ver gekregen om een brief te ondertekenen waarin het kabinet werd opgeroepen meer maatregelen te nemen ter bevordering van duurzaamheid en biodiversiteit. Zij staan nu bekend als de ‘Leaders for Nature’ en hebben ook toegezegd zich in te zetten voor meer duurzaamheid. Onder hen Jan Zuidam van DSM en Jan Hommen, commissaris bij Reed Elsevier en TNT.

Ferwerda erkent dat bestuurders van bedrijven nog flink gebonden zijn aan de wensen van hun aandeelhouders, die graag resultaat op de korte termijn willen zien. ‘Aandeelhouders denken aan de korte termijn en aan snel cashen. Dat staat in schril contrast met de bescherming van de biodiversiteit. Maar bedrijven kunnen er niet meer onderuit dat hun rol in de samenleving de komende jaren gaat veranderen.’

Hij ziet al voorbeelden van ondernemingen die binnen de marges van hun dagelijkse activiteiten steeds meer rekening houden met de wereld om hun heen. Hij noemt Unilever, DSM en Shell. ‘Shell houdt bij zijn grote projecten, bijvoorbeeld de aanleg van grote pijpleidingen al rekening met de natuur.’ Maar ook Ferwerda moet erkennen dat het voornemen mooier is dan de dagelijkse praktijk, zoals bijvoorbeeld de pijpleidingen in de Nigerdelta in Nigeria.

Hij maakt zich intussen zorgen over de rol van staatsbedrijven als Gazprom die ook in de olie-en gaswinning zitten, maar die minder gevoelig zijn voor de druk van maatschappelijke organisaties.

Ferwerda is de eerste gast in ‘een duurzaam gesprek’, dat de komende twaalf weken wordt uitgezonden op dinsdagavond.

Share Button