De Nederlandse industrie staat voor belangrijke veranderingen in de komende decennia. Het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) brachten de ontwikkelingen en uitdagingen voor de industrie in kaart op vijf domeinen: economie, energie en grondstoffen, leefomgeving, sociaal-maatschappelijke context en industriebeleid. De analyse richt zich op de industrie als geheel, met waar nodig extra aandacht voor de basisindustrie, zoals de raffinage-industrie, de chemie en de metaalindustrie.

Economische positie van de industrie

De industrie speelt een belangrijke rol in de Nederlandse economie, maar die centrale rol neemt geleidelijk af. Het aandeel van de dienstensector groeit en industriële activiteiten verschuiven deels richting dienstverlening. Tegelijk staan met name energie-intensieve sectoren onder druk door onder andere relatief hoge kosten voor energie in Nederland.

Grote opgave voor verduurzaming

De afgelopen decennia gaat de industrie steeds efficiënter om met energie, maar de basisindustrie is nog sterk afhankelijk van fossiele energie en grondstoffen. De overgang naar klimaatneutrale productie vraagt om grote investeringen en gaat gepaard met onzekerheid over kosten en marktperspectieven. In sommige sectoren hebben hoge energiekosten en internationale concurrentie al geleid tot sluiting van fabrieken.

Druk op fysieke ruimte en leefomgeving

De uitstoot van luchtvervuilende stoffen door de industrie is sterk gedaald, maar nieuwe milieuvraagstukken, zoals PFAS, waterkwaliteit, en waterbeschikbaarheid vragen om scherpere keuzes in het industriebeleid. Tegelijk is de fysieke ruimte voor industriële activiteiten beperkt, terwijl verduurzaming vaak juist extra fysieke ruimte en nieuwe infrastructuur vereist.

Maatschappelijke eisen en impact

De maatschappij stelt hogere eisen aan de industrie om schoner en rechtvaardiger te produceren. Tegelijkertijd hebben veranderingen door de industrie- en energietransitie impact op regionale werkgelegenheid en de lokale identiteit. Dit kan leiden tot spanningen tussen maatschappelijke verwachtingen en lokale belangen.

Veranderend industriebeleid

Geopolitieke spanningen en toenemende handelsblokvorming zorgen ervoor dat strategische autonomie en verdienvermogen een grotere rol spelen in het industriebeleid. Hierdoor verschuift de aandacht mogelijk deels weg van andere doelen, zoals klimaat en milieu. Hoe deze verschillende beleidsdoelen worden afgewogen, zal de komende jaren verder vorm krijgen.

Stevige opgaven voor de toekomst

De Nederlandse industrie en de economie worden dus in toenemende mate geconfronteerd met uiteenlopende schaarstes. Vanuit de maatschappij is er een brede discussie over hoe deze schaarse middelen verdeeld moeten worden en wat de rol van de industrie daarin is. Al deze schaarstes samen zorgen ervoor dat de industrie niet altijd kan voldoen aan de randvoorwaarden voor een succesvolle industrietransitie. Dit zorgt voor een grote opgave voor de industrie richting de toekomst, met name voor de basisindustrie.

Bron: CPB