De technologiesector bevindt zich op een kantelpunt. Digitale groei versnelt nog altijd, maar kan niet langer los worden gezien van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om die groei ook met oog voor duurzaamheid mogelijk te maken. De software die onze samenleving draaiende houdt, heeft namelijk een zeer tastbare impact op energieverbruik en CO₂-uitstoot.
Bij Visma zetten we daarom vol in op een aanpak die we “GreenOps” noemen: het verduurzamen van cloud- en softwareontwikkeling zonder in te leveren op performance of innovatie.
GreenOps voegt een nieuwe dimensie toe aan hoe we software bouwen en beheren. Waar DevOps zich richt op snelheid en betrouwbaarheid en FinOps op kostenbeheersing, draait GreenOps om CO₂-efficiëntie. Het uitgangspunt is eenvoudig: elke regel code en elke server die we draaien, verbruikt energie. Door bewuster om te gaan met hoe we cloudresources inzetten – of dat nu bij AWS, Microsoft Azure of Google Cloud is – kunnen we de ecologische voetafdruk van digitale diensten aanzienlijk verkleinen.
Schaal brengt verantwoordelijkheid
Bij Visma ondersteunen onze applicaties inmiddels meer dan twee miljoen klanten in Europa en Latijns-Amerika. Met een jaarlijkse groei in dubbele cijfers neemt ook ons cloudgebruik toe. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Datacenters verbruiken veel energie, en die energie is niet altijd afkomstig uit hernieuwbare bronnen.
Daarom kijken we kritisch naar inefficiënties: waar gebruiken we meer rekenkracht dan nodig? En waar kunnen we workloads verplaatsen naar regio’s met schonere energie? Wat daarbij helpt, is dat duurzaamheid en kostenbesparing vaak hand in hand gaan. De schoonste energie is immers de energie die je niet gebruikt. Door verspilling van rekenkracht te verminderen, dalen automatisch ook de cloudkosten. GreenOps is daarmee geen kostenpost, maar juist een kans om efficiënter te opereren, zowel financieel als ecologisch.
Meer doen met minder: efficiëntie in infrastructuur
Binnen onze groep, die bestaat uit bijna 180 softwarebedrijven in 28 markten, zien we hoe uiteenlopende initiatieven samen een groot verschil maken. Zo optimaliseerde de machine learning-afdeling van Visma Group hun zogeheten ‘node pools’ – de groepen servers waarop applicaties draaien – door over te stappen op efficiëntere instance types en het aantal actieve servers beter af te stemmen op de daadwerkelijke belasting.
Ook Nmbrs realiseerde een duidelijke efficiëntieslag door de overstap te maken van traditionele virtual machines naar containers. Hierdoor kunnen applicaties veel dichter op de hardware draaien en wordt voorkomen dat capaciteit, en dus energie, verloren gaat aan systemen die feitelijk niets doen. Zo leidde de migratie van Azure App Services naar Azure Container Apps tot een reductie van circa 22 procent in cloudgerelateerde uitstoot; van 3,5 ton naar 2,7 ton CO₂.
De grootste winst zit in hoe en waar je draait
Tegelijkertijd zit er veel winst in ogenschijnlijk kleine aanpassingen. Door het aantal en de frequentie van uptime checks binnen Google Cloud Monitoring terug te brengen, en minder regio’s te gebruiken voor deze controles, wist Therapieland niet alleen onnodig verbruik te beperken, maar ook kosten te elimineren. Het resultaat: een reductie van circa 12 kg CO₂-uitstoot en een maandelijkse besparing van €635.
Daarnaast speelt de locatie waar software draait een belangrijke rol. Energie-intensiteit verschilt sterk per regio, afhankelijk van de lokale energiemix. Door workloads te verplaatsen naar regio’s met een schonere energievoorziening – een aanpak die we ‘region hopping’ noemen – kunnen we de uitstoot aanzienlijk verlagen.
Zo verplaatste InFakt, ons Poolse boekhoudplatform voor ondernemers, een deel van zijn AI-modeldeployments van Polen naar Finland, waar de energievoorziening aanzienlijk groener is. Ook Visma e-conomic realiseerde verbeteringen in CO₂-efficiëntie door workloads te verschuiven naar regio’s met betere toegang tot duurzame energie. Zelfs ogenschijnlijk kleine keuzes, zoals het dichter bij de gebruiker opslaan van data, kunnen bijdragen aan lagere uitstoot doordat lange-afstandsdatatransport wordt beperkt.
Een andere belangrijke stap is de verschuiving naar publieke cloudplatforms. Hyperscalers zoals Microsoft, Amazon en Google opereren met een zeer hoge energie-efficiëntie, investeren in hernieuwbare energie en hanteren strikte recyclingprogramma’s. In de praktijk zien we dat dit grote impact kan hebben: bij een recente migratie van HRM-oplossing Flex Applications naar Microsoft Azure leidde dit bijvoorbeeld tot een CO₂-reductie van 93 procent ten opzichte van een eerdere private cloudomgeving.
Van initiatief naar standaard
Individuele initiatieven lijken misschien beperkt in omvang, maar op groepsniveau is de impact aanzienlijk. Als al onze bedrijven hun hostingstrategieën zouden afstemmen op de groenste beschikbare energienetwerken, kunnen we meer dan 1.000 ton CO₂ per jaar besparen. Dit kan je vergelijken met het van de weg halen van bijna driehonderd benzineauto’s.
We hebben inmiddels aangetoond dat het mogelijk is om emissies te verlagen én kosten te besparen. De volgende stap is opschaling. We verschuiven van snelle optimalisaties naar diepgaandere verbeteringen in de kern van onze softwareontwikkeling.
Ons doel is helder: GreenOps moet net zo vanzelfsprekend worden als DevOps. Door deze werkwijzen verder te verfijnen en de voordelen concreet te maken voor onze teams, zorgen we ervoor dat duurzame softwareontwikkeling geen uitzondering is, maar de norm.
Alexander Lystad, CTO van Visma

