De tijdelijke verkoopstop van koptelefoons met mogelijk schadelijke stoffen, laat zien dat productveiligheid allang geen kwestie meer is van enkel voldoen aan de wet. Consumenten verwachten transparantie, zorgvuldigheid en degelijk onderzoek, en de oplossing ligt in het versneld invoeren van het digitale productpaspoort en strengere eisen aan materiaalgebruik.

De recente media-aandacht rondom koptelefoons waarin onder andere de stof bisfenol A (BPA) is aangetroffen, toont hoe gevoelig het onderwerp productveiligheid is geworden. Hoewel er geen sprake lijkt van een acuut gezondheidsrisico, raakt dit een bredere maatschappelijke discussie: wat mag er wettelijk, en wat is daadwerkelijk veilig en verantwoord? Zeker bij producten die langdurig contact maken met de huid verwachten consumenten terecht dat risico’s serieus worden genomen, ook bij lage concentraties van stoffen.

Dat BPA al dertig jaar onderwerp is van debat onder toxicologen en milieuorganisaties, maar pas sinds vorig jaar is verboden in voedselverpakkingen, illustreert hoe traag regelgeving soms meebeweegt met wetenschappelijke inzichten. Koptelefoons vallen niet onder dezelfde regels als voedselcontactmaterialen, maar dat betekent niet dat de zorgen minder legitiem zijn. De maatschappelijke lat ligt inmiddels hoger dan de wettelijke ondergrens.

Juist daarom is meer transparantie over de samenstelling van producten noodzakelijk. Bedrijven kunnen formeel binnen de wet opereren en tóch het vertrouwen van consumenten verliezen wanneer zij onvoldoende inzicht geven in gebruikte materialen en mogelijke risico’s. Dat is niet alleen een communicatievraagstuk, maar vooral een verantwoordelijkheid voor degelijk productonderzoek en bewuste materiaalkeuzes.

De Europese Commissie zet met de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) een belangrijke stap. Deze wetgeving introduceert het digitale productpaspoort: een systeem dat producenten verplicht inzicht te geven in onder meer duurzaamheid, reparatiemogelijkheden en mogelijk schadelijke stoffen. Hoewel koptelefoons op dit moment nog niet expliciet onder de ESPR vallen, is duidelijk dat deze behoefte aan transparantie breed wordt gevoeld, in vrijwel alle productcategorieën.

Het probleem is helder: zolang we blijven redeneren vanuit minimale naleving van regels, blijven consumenten onzeker over de veiligheid van producten die zij dagelijks gebruiken. De oplossing ligt dan ook bij een bredere implementatie van transparantie-instrumenten zoals het digitale productpaspoort, aangevuld met striktere eisen aan onderzoek en materiaalgebruik. Ook wanneer wetgeving nog in ontwikkeling is.

Als bedrijven, producenten en beleidsmakers hier niet tijdig op voorsorteren, riskeren ze niet alleen consumentenvertrouwen, maar ook toekomstige nalevingsproblemen en aanzienlijke reputatieschade. Productveiligheid begint niet bij wat verplicht is, maar bij wat verantwoord is.

Albert-Jan Knol, Partner Sustainability at BDO Nederland