De achttien grootste beursgenoteerde ondernemingen in Nederland kosten de samenleving gezamenlijk bijna evenveel als ze opleveren. Tegenover de totale financiële waarde van deze AEX-bedrijven staat een negatieve sociale en ecologische waarde van 80 procent, blijkt uit het vandaag gepubliceerde DAX-AEX Futureproof Index Report 2025, de opvolger van het eerste Futureproof Index Report. Waar de index vorig jaar alleen AEX-bedrijven omvatte, worden dit keer voor het eerst ook 34 DAX-ondernemingen beoordeeld.

Uit de nieuwe gepubliceerde index blijkt dat de onderzochte ondernemingen weinig progressie tonen in het verminderen van hun negatieve milieu-impact. Hoogleraar Dirk Schoenmaker (RSM), hoogleraar Financiën Willem Schramade (Nyenrode), Assistent Professor Moritz Wiedemann (RSM) en econometrist Wander Marijnissen (ftrprf) constateren dat tussen de eerste AEX Futureproof Index van vorig jaar en de uitgebreide DAX-AEX-beoordeling van dit jaar, bedrijven in impactvolle sectoren zoals energie, materiaal en transport, niet adequaat hebben opgetreden. Zo liet Unilever, dat van oudsher bekendstaat als relatief vooruitstrevend op het gebied van duurzaamheid, een hogere uitstoot zien dan het jaar ervoor. Terwijl de wereldwijde vooruitgang op het gebied van klimaatverandering en de bescherming van biodiversiteit stagneert, blijven de geschatte kosten van milieuschade stijgen. Zonder maatregelen zal de rekening die deze ondernemingen presenteren aan de maatschappij steeds verder oplopen.

“Hoewel 31 van de 52 geanalyseerde bedrijven daadwerkelijk een positieve integrale waarde genereren, zorgt een klein aantal bedrijven met zeer grote negatieve impact voor een negatieve totaalbalans,” stelt hoogleraar Dirk Schoenmaker (RSM). Deze concentratie van impact is zo aanzienlijk dat het resulteert in een netto maatschappelijk verlies, waarbij 80% van de totale financiële waarde van deze bedrijven feitelijk ten koste gaat van de samenleving.

Toevoeging biodiversiteit aan index leidt tot lagere score

Philips behoudt zijn toppositie en blijft het hoogst genoteerde AEX-bedrijf met een Futureproofing Ratio van 4,1. Dit betekent dat de maatschappelijke waarde van Philips meer dan vier keer zo hoog is als de financiële waarde van het bedrijf. Randstad volgt met 3,4, dankzij verbeteringen in het terugdringen van onderbetaling. Daartegenover laten AkzoNobel (-0,8), Heineken (-1,2), Shell (-6,8) en ArcelorMittal (-24,6) een verslechtering zien.

De lagere scores van deze ondernemingen zijn grotendeels het gevolg van methodologische aanpassingen; feitelijke veranderingen in de bedrijfsactiviteiten bleven beperkt. Het opnemen van biodiversiteitsverlies in de index verklaart circa 80% van de daling. De hogere schaduwprijzen voor luchtverontreiniging en uitstoot van broeikasgassen dragen elk ongeveer 10% bij. De belangrijkste data en berekeningen zijn opgenomen in het vandaag gepubliceerde DAX-AEX Futureproof Index Report.

Robuuster rapport door toevoeging DAX en CSRD

Het rapport is een nieuwe stap richting een geïntegreerde Europese benchmark. Na de AEX Futureproof Index van vorig jaar wilden de onderzoekers hun scope uitbreiden. Door de methodologie toe te passen op de Duitse markt, de grootste economie van Europa, konden meer bedrijven en sectoren in de analyse worden betrokken. De opname van systemisch relevante ondernemingen en nieuwe sectoren leidde tot verdere verfijning van de methodologie voor het berekenen van de integrale waarde, evenals tot de toevoeging van belangrijke thema’s zoals biodiversiteitsverlies, R&D-spillovers en de loonkloof tussen mannen en vrouwen.

Daarnaast bleek de toegevoegde waarde van de invoering van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) in de EU: “Tot mijn verrassing kon ik meer gestandaardiseerde data vinden dan ik had verwacht. Dus in die zin werkt CSRD,” zegt hoogleraar Financiën Willem Schramade.

Oproep aan de EU: gebruik deze informatie

Willem Schramade, Dirk Schoenmaker, Moritz Wiedemann en Wander Marijnissen benadrukken dat het uitbreiden van de Futureproof Index naar Duitse bedrijven beleidsmakers kan helpen bij het ontwikkelen van robuustere standaarden. ” De Integrated Value-methodologie is gericht op de toekomst in plaats van het verleden,” zegt Wander Marijnissen (ftrprf). “Het omvat een breder scala aan factoren die zakelijk succes op de lange termijn bepalen, niet alleen financiële prestaties, maar ook sociale en ecologische dimensies. Daarmee maakt het vaak verborgen positieve en negatieve externe effecten zichtbaar. De EU zou deze inzichten moeten benutten om haar industriebeleid nú aan te passen, zodat we de boot niet missen om een veerkrachtigere en concurrerendere economie op te bouwen.”

Methode en terminologie

De Integrated Value-methodologie is ontwikkeld om de sociale en ecologische impact van een groep ondernemingen in werkelijke kosten en baten uit te drukken. In de meetlat komen financiële, sociale en ecologische waarde van de bedrijven samen in één getal: de integrale waarde. Bovendien kan de relatie tussen maatschappelijke impact en financiële waarde worden bepaald. Deze verhouding, de futureproofing ratio, biedt zowel bedrijven als investeerders inzicht in de toekomstbestendigheid van een onderneming.

Bron: ftrprf