Alleen als de overheid de markt corrigeert en langjarig aanvult met vergoedingen voor ecosysteemdiensten ontstaat er voor boeren perspectief op een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Op die manier gaat de overheid naast de boer staan in plaats van tegenover hem bij het realiseren van ambitieuze doelen op het gebied van klimaat, stikstof, biodiversiteit, water, luchtkwaliteit en de gezondheid van mens en dier. Dat is de kern van een advies van de initiatiefgroep Regie op Ruimte aan zowel het kabinet als alle andere betrokken organisaties.  

De markt faalt

De grote problemen in zowel de natuur als bij boeren hebben alles te maken met het feit dat duurzaamheid op dit moment onvoldoende door de markt wordt beloond. Er is een systeemprobleem. De markt stuurt nu vooral op prijs en op grote hoeveelheden. Toeleverende bedrijven, industrie en supermarkten zitten gevangen in een lage prijzenmodel. Daarvan zijn zowel de boer als de natuur de pineut.

Tegelijkertijd wordt maatschappelijk, ecologisch en juridisch van boeren verwacht dat zij flink bijdragen aan forse emissiereducties en aan bevordering van biodiversiteit en een aantrekkelijk landelijk gebied. Dat vraagt om een fundamenteel andere benadering van de landbouw- en voedselproductie. De overheid heeft daarbij een belangrijke richtinggevende en sturende rol.

Naast de boer niet tegenover de boer

De initiatiefgroep Regie op Ruimte, een groep boeren, bestuurders en experts die door de Transitiecoalitie Voedsel bijeen is gebracht, doet in haar rapport Toekomst zoekt Boer voorstellen voor hoe het anders kan.

Daarvoor wordt van de overheid een integrale lange termijn visie verwacht. Zij moet naast de boer gaan staan en niet tegenover de boer. De boer moet veel meer in zijn kracht worden gezet om bij te kunnen dragen aan de nieuwe maatschappelijke en ecologische eisen. De initiatiefgroep stelt dat de overheid de markt moet corrigeren zodat de boer wordt betaald voor zijn inspanningen voor duurzaamheid. Dat kan op meerdere manieren. Zo zou de overheid de agro- en voedselindustrie kunnen verplichten om in hun producten een substantieel aandeel duurzame grondstoffen te gaan bijmengen, zoals ook bij benzine al jarenlang wordt gedaan. Daardoor wordt de vraag naar duurzaam vergroot, kan de prijs voor duurzame landbouwproducten omhoog en krijgt de boer een beter inkomen.

Daarnaast dient de overheid structureel te gaan betalen voor ecosysteemdiensten. Dat zijn diensten die de kwaliteit van klimaat en natuur bevorderen. Deze overheidsbijdragen moeten langjarig beschikbaar komen. Ze kunnen worden aangevuld met extra beloningen of kortingen vanuit waterschappen, verpachters van land, de industrie en financiers. Ook dat kan de boer structureel meer inkomen opleveren.

Certificering

Om dit alles goed te realiseren is een vergaande certificering van agrarische bedrijven nodig op basis van kritische prestatie indicatoren. Daarmee kan de boer sturen naar een zo duurzaam mogelijk bedrijfsmodel en naar emissieniveaus die tegemoet komen aan de doelen die gelden voor het gebied waar hij is gevestigd. Hoe duurzamer het bedrijf des te meer de boer hiervoor wordt beloond.

Voorts is van groot belang dat de overheid stevig bijdraagt aan een goede en onafhankelijke ondersteuning van boeren om de omslag te kunnen maken die van hen wordt gevraagd. Een groeiend aantal vaak gebiedsgerichte organisaties en kennisinstellingen doen hier al goed werk. Zij hebben het vertrouwen van de boer. De overheid zou dat soort bottom up initiatieven langjarig een enorme impuls moeten geven. Vanuit een aantal boerenorganisaties zijn hiervoor onder de naam Boerenperspectief voorstellen in ontwikkeling waarover inmiddels met het ministerie van LNV wordt gesproken.

Presentatie

Het rapport Toekomst zoekt Boer is vandaag aan het kabinet aangeboden. Het rapport is ook voorgelegd aan alle andere betrokken partijen in het debat over de toekomst van de landbouw, zoals boeren- en natuurorganisaties en provincies. Het rapport is voorts gepresenteerd aan de heer Remkes die op dit moment poogt partijen bij elkaar te brengen om de impasse rond het landbouw-, natuur- en stikstofbeleid te doorbreken.

Leden van de initiatiefgroep Regie op Ruimte zijn: Alex Datema (melkveehouder), Cees Veerman (vm minister LNV), Frans Keurentjes (boer en bestuurder), Jan Willem Erisman (hoogleraar), Jos Verstraten (melkveehouder), Krijn Poppe (landbouweconoom) en Willem Lageweg (Transitiecoalitie Voedsel).

De initiatiefgroep deed eerder voorstellen op dit terrein via een breed onderschreven manifest dat vorig jaar door ruim 300 organisaties is onderschreven: https://transitiecoalitievoedsel.nl/regie-op-ruimte/