Volgens een nieuw rapport van de World Meteorological Organization (WMO) bereikten de concentraties van kooldioxide (CO2) en andere belangrijke broeikasgassen in de atmosfeer in 2025 een ongekend hoog niveau. Dit betekent dat een verdere temperatuurstijging op de lange termijn voor de planeet onvermijdelijk is geworden.

In het ‘Greenhouse Gas Bulletin’ van de WMO wordt vermeld dat de wereldwijd gemiddelde concentratie van CO2 aan het aardoppervlak in 2025 uitkwam op 426,8 deeltjes per miljoen (ppm) – oftewel 153% van het pre-industriële niveau van 1750. Ook de concentraties van methaan en lachgas – na CO2 de belangrijkste broeikasgassen die door menselijke activiteiten in de atmosfeer terechtkomen – bereikten een nieuw record.

“Alweer een jaar, alweer een nieuw record. Broeikasgassen houden een ongekende hoeveelheid warmte vast in de atmosfeer; deze energie voedt extremer weer en brengt daarmee risico’s met zich mee voor onze economieën en samenlevingen. De afgelopen 11 jaar waren de warmste ooit gemeten, en deze trend zal zich naar verwachting voortzetten. Omdat CO2 een zeer lange verblijftijd heeft, zal het niet slechts jaren, maar decennia en zelfs eeuwen invloed blijven uitoefenen op het wereldklimaat”, aldus Ko Barrett, plaatsvervangend secretaris-generaal van de WMO.

De WMO brengt dit bulletin – een van haar belangrijkste jaarlijkse publicaties – uit om betrouwbare wetenschappelijke informatie te bieden aan onderhandelaars tijdens de VN-klimaatconferentie. De COP 31-conferentie, die van 9 tot 20 november 2026 in Antalya (Turkije) plaatsvindt, is erop gericht om klimaatbeloften om te zetten in concrete acties.

Toename van CO2 verdrievoudigd

Het bulletin rapporteert over de concentraties van broeikasgassen – oftewel de hoeveelheid gas die zich in de atmosfeer ophoopt – en niet over de jaarlijkse uitstoot. Ongeveer de helft van de totale hoeveelheid CO2 die jaarlijks wordt uitgestoten, blijft in de atmosfeer achter; de rest wordt geabsorbeerd door ecosystemen op het land en door de oceanen.

De wereldwijd gemiddelde CO2-concentratie (links) en de bijbehorende groeisnelheid (rechts) van 1984 tot 2025. De toenames in de opeenvolgende jaargemiddelden worden weergegeven als gearceerde kolommen (rechts). De rode lijn (links) geeft het maandgemiddelde weer, waarbij de seizoensvariatie is verwijderd; de blauwe stippen en de blauwe lijn (links) tonen de maandgemiddelden. Voor deze analyse zijn waarnemingen van 179 meetstations gebruikt.

Toen het Bulletin in 2004 voor het eerst werd gepubliceerd, bedroeg het jaarlijkse gemiddelde CO2-gehalte, gemeten door het ‘Global Atmosphere Watch’-netwerk van meetstations van de WMO, 377,5 ppm.

De ‘Annual Greenhouse Gas Index’ van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) laat zien dat de stralingsforcering – het opwarmende effect op ons klimaat – door langlevende broeikasgassen tussen 1990 en 2025 met 56% is toegenomen, waarbij CO2 verantwoordelijk is voor ongeveer 81% van deze stijging.

De groeisnelheid van de CO2-concentratie is sinds de jaren zestig verdrievoudigd: van een gemiddelde toename van 0,8 ppm per jaar naar 2,4 ppm per jaar in het decennium 2011–2020. Tussen 2024 en 2025 steeg de wereldwijde gemiddelde CO2-concentratie met 2,8 ppm – dit ligt boven het gemiddelde over het decennium, maar is iets lager dan de uitzonderlijke piek van 2023/2024.

“De meer bescheiden groeisnelheid tussen 2024 en 2025 weerspiegelt het herstel van de koolstofopslag op het land en een afname van de CO2-uitstoot door bosbranden in 2025. Dit volgt op de sterke El Niño van 2023/2024, die de efficiëntie van de biosfeer verminderde door meer droogte, drogere vegetatie en een toename van het aantal bosbranden”, aldus Oksana Tarasova, senior wetenschappelijk medewerker bij de WMO. “Een jaarlijkse toename van 2,8 ppm door de verbranding van fossiele brandstoffen betekent echter nog steeds een aanzienlijke toevoeging van koolstof aan de atmosfeer. We kunnen in 2026 een verdere stijging van de concentraties verwachten, zowel door het gebruik van fossiele brandstoffen als door de ontwikkeling van een krachtige El Niño. Dit zal, net als in 2023/2024, gevolgen hebben voor de koolstofopname door het landoppervlak. In ons veranderende klimaat neemt bovendien het risico toe dat de oceaan minder CO2 kan opnemen”, aldus Oksana Tarasova.

Methaan en lachgas

Methaan is verantwoordelijk voor ongeveer 16% van het opwarmingseffect van langlevende broeikasgassen, al is de verblijftijd in de atmosfeer veel korter dan die van CO2. Ongeveer 35% van het methaan in de atmosfeer is afkomstig van natuurlijke bronnen (zoals wetlands), die zelf ook gevoelig zijn voor klimaatveranderingen. De overige 65% is afkomstig van menselijke activiteiten, waaronder veeteelt, rijstbouw, de winning van fossiele brandstoffen, stortplaatsen en het verbranden van biomassa.

De wereldgemiddelde concentratie van methaan bedroeg in 2025 1948 deeltjes per miljard (ppb) – oftewel 267% van het niveau in 1750.

Lachgas (distikstofmonoxide, N2O) is het op twee na belangrijkste langlevende broeikasgas. Het is afkomstig van zowel natuurlijke bronnen als menselijke activiteiten, zoals het verbranden van biomassa, het gebruik van kunstmest en diverse industriële processen.

De wereldgemiddelde concentratie van N2O bereikte in 2025 339,1 ppb, wat 126% hoger is dan in 1750.

Bijdrage van de belangrijkste langlevende broeikasgassen aan de toename van de mondiale stralingsforcering (radiative forcing) sinds het pre-industriële tijdperk tot 2025.

Slimme overgang naar schone energie

Het ‘Global Atmosphere Watch’-netwerk van de WMO (Wereld Meteorologische Organisatie) monitort kooldioxide, methaan, lachgas en andere langlevende gassen die mogelijk zorgwekkend zijn.

Terwijl landen maatregelen nemen om hun energiesystemen te transformeren en koolstofvrij te maken, is extra aandacht vereist voor twee krachtige, maar in mindere mate aanwezige sporengassen die nauw verbonden zijn met de opwekking en distributie van elektriciteit: moleculaire waterstof (H2) en zwavelhexafluoride (SF6).

De concentratie van SF6 is de afgelopen drie decennia gestaag toegenomen, parallel aan de wereldwijde elektrificatie; SF6 wordt namelijk hoofdzakelijk gebruikt als vonkblusser bij de distributie van elektriciteit.

Dit gas heeft een atmosferische levensduur van meer dan 1000 jaar en een ‘aardopwarmingsvermogen’ (global warming potential) over een periode van 100 jaar dat ongeveer 24.300 keer zo groot is als dat van CO2. In 2025 bereikte de toename van SF6 een recordhoogte.

De concentratie van waterstof is tussen 2010 en 2024 met 5,3% gestegen. Waterstof wordt ingezet als opslagmedium voor energie in sectoren die lastig te verduurzamen zijn – zoals de staalindustrie, de scheepvaart en grootschalige, langdurige energieopslag – en dient bovendien als energiebron voor transport en bij het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Het weglekken van waterstof in de atmosfeer – vanuit productiefaciliteiten, pijpleidingen, opslagtanks en brandstofcellen – vormt echter een groeiend punt van zorg. Hoewel waterstof zelf geen broeikasgas is, beïnvloedt het de atmosferische chemie, waardoor het een aanzienlijk indirect effect heeft op de opwarming van de aarde.

SF6 illustreert de problematiek van de onomkeerbare ophoping van langlevende broeikasgassen door industriële processen, terwijl H2 wijst op de subtiele, maar potentieel significante indirecte klimaateffecten van een gas dat als energiedrager wordt gebruikt. Zowel het weglekken van H2 als de hardnekkige aanwezigheid van SF6 vormen potentiële bedreigingen die de klimaatvoordelen van de energietransitie teniet kunnen doen. Zorgvuldige monitoring van de samenstelling van de aardatmosfeer is essentieel om onbedoelde gevolgen van deze veranderingen tijdig op te sporen, te begrijpen en te voorkomen.

Via het ‘Global Atmosphere Watch’-programma coördineert de WMO wereldwijde waarnemingen van beide gassen. Daarnaast ondersteunt de organisatie een stabiele en internationaal erkende kalibratieschaal voor atmosferische metingen van SF6 en H2. Het robuuste WMO-GAW-kader maakt gezamenlijk datagebruik mogelijk binnen diverse programma’s wereldwijd; hierdoor kunnen onderzoekers met zekerheid veranderingen in de concentraties van SF6 en H2 in de atmosfeer volgen en verschuivingen in de bijbehorende bronnen en putten onderzoeken.

Bron: World Meteorological Organization (WMO)