De Universiteit Twente kent vier eredoctoraten toe bij haar 65-jarig bestaan. Ze gaan naar materiaalwetenschapper Molly Stevens van de University of Oxford, econoom Klaus Deininger van de Wereldbank, directeur-bestuurder Marjolein Demmers van Natuur & Milieu en Martin van den Brink, voormalig president en chief technology officer van ASML.
De uitreiking is op vrijdag 27 november tijdens de Dies Natalis in Enschede. De universiteit kent eens in de vijf jaar eredoctoraten toe. De vier staan voor de terreinen waarop de universiteit naar eigen zeggen impact wil maken: gezondheid, veiligheid, klimaat en chiptechnologie.
Stevens is hoogleraar bionanoscience in Oxford. Zij ontwerpt materialen die weefselherstel op gang brengen en sensoren die ziekte eerder zichtbaar maken. Deininger is lead economist bij de Wereldbank en onderzoekt wat landregistratie doet met economie en veiligheid, onder meer in Ethiopië, India en Oekraïne. Demmers leidt Natuur & Milieu sinds november 2017 en werkt ruim dertig jaar op het snijvlak van klimaat, bedrijfsleven en beleid. Van den Brink speelde bij ASML een centrale rol in de ontwikkeling van EUV-lithografie, de techniek waarmee de meest geavanceerde chips worden gemaakt. Hij studeerde technische natuurkunde in Twente en trad in april 2024 terug bij het bedrijf.
Eredoctoren mogen de titel doctor honoris causa voeren.
Marjolein Demmers
Marjolein Demmers is sinds november 2017 directeur-bestuurder van Natuur & Milieu. Zij werkt ruim 30 jaar op het snijvlak van klimaat, milieu, bedrijfsleven en beleid. Ze studeerde industrieel ontwerpen aan de TU Delft, behaalde een MBA aan INSEAD en begon als specialist in ecodesign en levenscyclusanalyse. Ze werkte als onderzoeker aan het ecodesign programma in Nederland en Victoria, Australië (Centre for Design van RMIT). Daarna werkte ze bij McKinsey, Essent en Royal HaskoningDHV, en leidde ze De Groene Zaak, een vereniging van bedrijven die de economie wilde verduurzamen.
Demmers richt zich op de transitie van de systemen die klimaatverandering en biodiversiteitsverlies veroorzaken, en zoekt de tafel op waar de strategische besluiten vallen. Regels en beleid over schoon water, duurzame landbouw, en transities in de industrie worden mede door Natuur & Milieu beïnvloed. Dat Demmers en haar naaste medewerkers met grote regelmaat worden uitgenodigd door bewindslieden en Kamerleden, zegt iets over het gewicht van die inbreng. Samen met Bouwend Nederland, VNO-NCW en Natuurmonumenten presenteerde de organisatie de afgelopen jaren regelmatig een plan voor het terugdringen van stikstofuitstoot, dit jaar wederom aan de formatietafel
“Ze is heel duidelijk over wat er moet gebeuren, en ze betrekt daarin altijd meerdere perspectieven”, zegt erepromotor Cheryl de Boer. “Daardoor krijgt ze veel mensen mee, met minder weerstand.”
Die werkwijze sluit aan bij het pas opgerichte UT Climate Centre. De vraag daar is hoe kennis over klimaat, water, waterveiligheid, natuur en landbouw zo kan worden ingezet dat er ook echt iets verandert. Demmers doet dat vanuit een maatschappelijke organisatie. Met erepromotor Gerard van der Steenhoven zit zij in de stuurgroep van het Klimaatonderzoek Initiatief Nederland, waarvan het UT Climate Centre een van de knooppunten is.
De Boer ontdekte bij hun eerste kennismaking dat ze een vergelijkbaar pad hadden afgelegd. Allebei begonnen ze met een opleiding waarin je leert systemen te doorgronden en te verbeteren, en allebei kwamen ze tot de slotsom dat je meer mogelijkheden creëert door het in een breder perspectief te plaatsen. Een dag voor de uitreiking organiseren zij samen een bijeenkomst over de vraag hoe kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties elkaar in transities kunnen versterken.
Erepromotoren: dr. Cheryl de Boer, universitair hoofddocent en strategisch directeur van het UT Climate Centre (faculteit ITC), prof.dr.ir. Joanne Vinke-de Kruijf, adjunct-hoogleraar Climate-Resilient Infrastructure Systems (faculteit ET), en prof.dr. Gerard van der Steenhoven, emeritus hoogleraar (faculteit ITC) en voorzitter van de stuurgroep van het Klimaatonderzoek Initiatief Nederland.
Bron: Universiteit Twente
