Slechts 26 procent van de Nederlandse organisaties is op dit moment grotendeels of volledig circulair. Daarmee groeit het aandeel circulaire organisaties nauwelijks. In 2025 was 23 procent volledig of grotendeels circulair. Dit blijkt uit onderzoek van afval- en grondstoffenmanager Milgro onder ruim driehonderd beslissers en beïnvloeders in Nederlandse organisaties op het gebied van inkoop, facilitair, management, milieu en duurzaamheid. Circulair werken is een belangrijk antwoord op de toenemende grondstoffenschaarste, en de urgentie groeit. Zo laat eerder onderzoek onder 1.000 consumenten zien dat driekwart vreest dat producten steeds duurder en uiteindelijk onbetaalbaar worden als grondstoffenschaarste niet wordt aangepakt.
Doelstellingen blijven hangen
Circulariteit leeft wel in het bedrijfsleven. Bijna twee derde (65%) zegt circulaire doelstellingen te hebben voor de komende twee jaar. Toch worden deze ambities nauwelijks strategisch verankerd. Slechts 27 procent van de organisaties heeft circulaire doelstellingen meetbaar gemaakt en streeft ze actief na. Bijna vier op de tien (38%) hebben doelstellingen op papier, maar niet geïntegreerd in de strategie. Eén op de vijf (21%) werkt wel aan circulaire initiatieven, maar zonder formele doelen en 14 procent heeft helemaal geen circulaire doelstellingen. De intentie tot circulariteit is er, maar het knelpunt lijkt te zitten bij het laten doorwerken in strategie en sturing.
Operationeel versus structureel
Op operationeel gebied gebeurt er rondom circulariteit naar eigen zeggen veel in organisaties. De meest genoemde maatregel is het verminderen van afval (71%). Ook koopt ruim de helft van de organisaties (59%) duurzaam in en gebruikt 49 procent gerecyclede materialen. Maar structurele circulaire veranderingen, bijvoorbeeld in productontwerp, blijven achter. Zo is circulair ontwerp bij slechts een op de vijf bedrijven (21%) een vast of leidend onderdeel in het ontwerpproces van producten.
Gijs Derks, directeur Milgro: “Het is opvallend om te zien dat we een jaar verder zijn en dat er minimale verschuivingen zijn in het aantal organisaties dat grotendeels of volledig circulair is. Tegelijkertijd is dit een zelfinschatting en is het soms onduidelijk wat circulair werken precies inhoudt. Organisaties lijken zich vooral te richten op slimmer omgaan met reststromen achteraf. Terwijl echte circulariteit juist ontstaat door ook vooraf te focussen op waardebehoud. Bijvoorbeeld door het implementeren van een terugnameprogramma of door producten vanaf de start zo te ontwerpen dat onderdelen gerepareerd en vervangen kunnen worden. Het wordt tijd om meer aandacht te schenken aan welke maatregelen daadwerkelijk tot circulariteit leiden.”



