Alles is eigenlijk al bedacht. Het is vooral belangrijk dat we het met elkaar gaan doén.’ Dat zegt Mirjam Schmüll, Circular Hero 2026. Zij werkt met haar bedrijf Brokkenmákers aan oplossingen voor circulair bouwen. Van verantwoord hergebruik van Dom-materiaal tot nieuwe afspraken in materiaalketens. Haar inzet: laten zien dat het anders kan. En ervoor zorgen dat dat ook echt gebeurt.

We spreken Mirjam Schmüll op een tropisch warme dag. Een goed moment om het meteen te hebben over circulair bouwen en klimaatadaptatie. Oftewel beter omgaan met hitte, droogte en veel regen. Een onderwerp waarvoor Mirjam warmloopt. ‘Het is zo snikheet doordat we de aarde uitputten en nog te veel nieuwe, fossiele grondstoffen gebruiken. Daardoor raken we zelf ook uitgeput. Dat rem ik graag af. Daar kom ik mijn bed voor uit en werk ik elke dag aan.’

Voor haar gaat circulair bouwen niet alleen over materialen, maar ook over leefbare wijken. Ze wijst op de grote verschillen tussen buurten in een stad. De vaak wat armere wijken zijn wel vijf tot tien graden warmer dan andere. ‘Hoe zorg je nou dat je wijken echt kan vergroenen en die temperatuur naar beneden krijgt? Want dat kan echt!’, zegt ze stellig.

Eerst groen, dan stratenplan

Ze noemt in dit kader het Merwede LAB in Utrecht. Daar werken ontwikkelaars, bouwers en andere partijen samen aan circulair bouwen, minder uitstoot van CO2, meer natuur, beter omgaan met hitte en regen en fijne buurten om in te wonen. ‘We zijn hier begonnen met omdenken: eerst het groen invullen, dan de kabels en leidingen en daarna pas het stratenplan en de woningen. Zo worden groen, hergebruik van materialen en leefbaarheid vanaf het begin onderdeel van het ontwerp’, aldus Mirjam.

Van architect naar circulair aanjager

Mirjam studeerde architectuur aan de TU Delft en werkte onder meer bij William McDonough + Partners, RAU en Turntoo. Daar groeide haar overtuiging dat ontwerpen niet alleen gaat over nieuwbouw en gebouw, maar over gebied en behouden, hergebruiken en waarde geven aan wat er al is. Precies die blik zie je terug bij het hergebruik van het puin van de Utrechtse Domtoren. Het materiaal zou worden fijngemalen en als onderlaag onder een weg belanden. Maar wat voor de één 600 kuub puin, gruis, blokken en ornamenten was, werd voor Mirjam materiaal met een verhaal. ‘Dat Dom-puin heeft niet alleen materiaalwaarde, maar heeft ook cultuurhistorische waarde. Het vertelt iets over de geschiedenis van de Dom en de stad’, aldus Mirjam.

Om dat verhaal niet te laten verdwijnen, nodigde ze Utrechters uit om mee te denken over een herbestemming. Die oproep leverde verrassende plannen op. Zo kwamen er nestkasten, sieraden, kerstballen, bankjes en schoolpleinen. En realiseerde ze met Brokkenmákers zelf een kunstwerk in het Máximapark en nieuwe bakstenen voor gebiedsontwikkeling Merwede. ‘In die stenen is een klein Domtorentje verwerkt, zodat de herkomst zichtbaar blijft.’

Verbeeldingskracht en daadkracht

Die aanpak typeert Mirjam: ze ziet waarde waar anderen alleen maar afval zien. En ze brengt mensen in beweging. Precies daarom werd zij in april 2026 uitgeroepen tot Circular Hero 2026. De prijs overviel haar. ‘Ik was vooral echt weggeblazen, maar natuurlijk ook ontzettend trots dat eerdere hero’s mij uit alle genomineerden hebben verkozen ’, vertelt ze hierover. De erkenning past bij wat zij belangrijk vindt: ‘Je hebt verbeeldingskracht nodig om te laten zien waar we heen kunnen. Aan de andere kant gaat het om daadkracht: de partijen bij elkaar brengen om het ook te doen.’ En dat doet ze graag.

Gebouwen als grondstoffenvoorraad

Die daadkracht is hard nodig, want voor Mirjam ligt de grootste kans in wat er al is. Allereerst in laten staan van wat er is. Daarna gebouwen, stenen, beton, hout en kunststof niet als afval beschouwen, maar als grondstoffen. ‘Ik zou willen dat we over tien jaar onze eigen gebouwde omgeving echt als grondstoffenvoorraad gaan gebruiken.’

Daarvoor zijn volgens haar vaste afspraken nodig. Producenten hebben een voorspelbare stroom secundaire materialen nodig om circulaire producten (met een lage CO2-voetprint) te maken. Mirjam: ‘Nu zijn het allemaal batches die af en toe komen. Er is kortom geen voorspelbare stroom secundair materiaal. Dus kan de industrie niet innoveren of investeren in machines. Daarom werken we met het Material Impact Fund aan een voorspelbaar volume van secundair materiaal. Innoveren kan nu eenmaal alleen bij voldoende volume.’ Daarmee helpt het Material Impact Fund om vaste afspraken te maken over gebruikte bouwmaterialen. Zo komen deze materialen op tijd en in genoeg hoeveelheid bij producenten terecht. Die kunnen er dan nieuwe circulaire producten van maken.

Als het systeem tegenwerkt

Dat het niet altijd lukt, merkte ze bij het recyclen van steigernetten. De hele keten deed mee: van inzameling op de bouwplaats tot een perslocatie. Maar voor het wassen en versnipperen moesten de netten naar Denemarken en daar begon het probleem. Het project liep vast op kosten door ongelijke concurrentie met nieuw plastic. ‘Je hebt dan de hele keten voor elkaar, iedereen werkt mee en iedereen is enthousiast, maar dan loopt het vast op oneerlijke concurrentie door lage kosten van, nieuwe, maar vervuilende grondstoffen.’

Voor Mirjam is dat overigens geen reden om te stoppen. Het voorbeeld laat volgens haar vooral zien dat regels, eigenaarschap en marktprikkels beter bij circulair werken moeten passen.

Afspraken die blijven staan

Mirjam vindt dat circulair bouwen niet alleen in goede bedoelingen moet blijven hangen. De juiste mensen moeten aan tafel zitten, met mandaat, middelen en de wil om te doen. ‘Naast motivatie van binnenuit moet circulair bouwen uiteindelijk ook in afspraken worden vastgelegd.’

Haar oproep aan anderen is helder: begin gewoon, start met een echt project en maak het schaalbaar. ‘We moeten veel meer uit die rapporten en papieren werkelijkheid komen en het daadwerkelijk doen’, aldus de Circular Hero 2026. Voor haar is die titel dan ook zeker geen eindpunt, maar een uitnodiging om samen verder te gaan. Mirjam: ‘Eén ding weten we zeker: de toekomst gaat er anders uitzien. Laten we onszelf zo opstellen dat we kunnen meebewegen en elkaar helpen in dat pad.’

Bron: Nederland circulair in 2050