De verduurzaming van de energie-intensieve industrie komt moeizaam op gang. Dat probleem zit niet aan de aanbod-, maar aan de vraagkant. Gerichte vraagcreatie kan de opschaling van groene waardeketens versnellen. Vanuit die overtuiging organiseerde NPVI een inspiratietour over dit onderwerp.
Subsidies, EU-ETS-prikkels en innovatieregelingen leidden de afgelopen jaren tot forse investeringen in schone productietechnologieën. Zonder een structurele afzetmarkt voor groene producten blijft de businesscase echter kwetsbaar. Bedrijven kunnen hun productie wel verduurzamen, maar zolang afnemers deze producten niet actief vragen, blijft de transitie steken in kleinschalige pilots.
Tijdens de Online Inspiratietour van NPVI verkenden 3 sprekers de uitdagingen en oplossingsrichtingen voor vraagcreatie. Ijmert Muilwijk lichtte een onderzoek toe dat Deloitte uitvoerde in opdracht van onder andere een aantal brancheverenigingen.
Europese vraagcreatie als strategisch instrument
IJmert Muilwijk (Energie-Nederland) presenteerde de uitkomsten van het onderzoek van Deloitte naar de rol van energie-intensieve sectoren – waaronder chemie, staal, raffinage en kunstmest – bij het vergroenen van waardeketens. Deze bedrijven opereren aan het begin van de keten en maken hoge meerkosten om groen te produceren. Zij kunnen deze kosten momenteel nauwelijks doorberekenen aan hun directe afnemers.
Wanneer partijen de extra kosten echter toerekenen aan het eindproduct, blijft de impact beperkt. In de meeste gevallen stijgt de kostprijs met slechts één tot enkele procenten. Beleidsmakers kunnen dit organiseren door aan het einde van de keten – bijvoorbeeld bij de detailhandel – normen vast te stellen, zoals een vergroeningsnorm of een EU-oorsprongseis. Die eisen moeten ook gelden voor geïmporteerde eindproducten. Voor succesvolle implementatie zijn schaalbaarheid, effectiviteit en concurrentiekracht essentieel. Het onderzoek laat zien dat vraagcreatie langs deze route de verduurzaming van ongeveer de helft van alle producten mogelijk maakt. Muilwijk benadrukte dat vraagcreatie geen afzonderlijk beleidsdossier vormt, maar een leidende filosofie. Die filosofie vraagt om politieke keuzes die verduurzaming en ‘made in Europe’ actief ondersteunen.
Mobilizing consumer demand for sustainable investments
Staal: kosten actief doorleggen in de keten
Erik van Straaten (Tata Steel Nederland) schetste de positie van de staalindustrie in Nederland, Europa en wereldwijd en gaf een overzicht van de Europese verduurzamingsplannen. De sector bevindt zich vrijwel volledig in transitie, mede door de hoge emissiekosten vanuit het EU-ETS. In de komende tien tot vijftien jaar verwachten bedrijven in de EU 25 tot 35 grote investeringen in groen staal. De plannen omvatten circa 20 Electric Arc Furnaces (EAF), 13 Direct Reduction Plants (DRP) en één Electric Smelter Furnace (ESF). Tata Steel Nederland kiest in IJmuiden bewust voor de EAF-route.
De sector discussieert nog over de definitie van ‘groen staal’. Veel bedrijven, waaronder Tata Steel, hanteren inmiddels de term LESS: Low Emission Sustainable Steel. Ook hier staat de vraag centraal hoe bedrijven de extra kosten verantwoord kunnen verdelen over de keten. Wanneer beleidsmakers of marktpartijen deze kosten via een verplichting aan het einde van de keten neerleggen – bijvoorbeeld bij autofabrikanten, dealers of kopers – blijken zij beheersbaar. Voor een auto gaat het om circa 400 tot 600 euro.
Plasticrecycling: mandaten creëren marktvraag
Lysanne van der Lem (Verpact) ging in op het gebruik van recyclaat in consumentenverpakkingen, met name plastics. Zij benadrukte het belang van het verplicht stellen van een minimumpercentage gerecycled materiaal, gecombineerd met prikkels voor betere recyclebaarheid. Anders dan staal laten plastics zich niet volledig recyclen. Om de uitstoot in de plasticketen tot nul te reduceren, blijft een aandeel biobased grondstoffen noodzakelijk.
De sector kampt met grote uitdagingen op het gebied van technologie en opschaling. Daarnaast zorgen mismatches in sortering en verwerking, beperkte beschikbaarheid van biomassa en de verdeling van extra kosten voor knelpunten. Voor dat laatste zetten wetgever en markt inmiddels stappen. Via een mandaat bij detailhandel en merkeigenaren, vastgelegd in de wettelijke Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV), leggen zij de kosten expliciet in de keten. Verpact organiseert en coördineert de uitvoering van dit systeem voor de gehele keten.
Kernboodschap
Over alle sectoren heen komt één beeld scherp naar voren: niet het gebrek aan technologie of investeringsbereidheid remt de verduurzaming, maar het ontbreken van structurele marktvraag. Door vraagcreatie actief te organiseren en kosten transparant door te leggen naar het einde van de keten, kunnen bedrijven groene investeringen opschalen tot robuuste businesscases. Dat vraagt om duidelijke keuzes en consistent beleid – en om gezamenlijk leiderschap van industrie en overheid.
Bekijk de registratie van de tour en de presentaties
Bron: Nationaal Programma Verduurzaming Industrie
