De risico’s voor de voorzieningszekerheid van elektriciteit in Nederland nemen de komende jaren aanzienlijk toe. Dat blijkt uit de “Monitor Voorzieningszekerheid 2026” een jaarlijks advies van TenneT aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). In de onderzochte scenario’s wordt de Nederlandse voorzieningszekerheidsnorm* van gemiddeld maximaal vier uur tekort per jaar vanaf 2030 overschreden. TenneT roept daarom op om snel maatregelen te nemen en adviseert te starten met de invoering van een capaciteitsmechanisme.

De Monitor Voorzieningszekerheid (voorheen de Monitor Leveringszekerheid) is een jaarlijks advies aan het Ministerie van EZK waarin TenneT onderzoekt of het Nederlandse elektriciteitssysteem ook in de toekomst voldoende productiecapaciteit heeft om aan de vraag te voldoen. In deze editie is gekeken naar de periode tot en met 2035, op basis van scenario’s voor 2028, 2030, 2033 en 2035. Daarbij is gekeken naar de verwachte ontwikkeling van productiecapaciteit, opslag, import en vraagrespons.

Omdat onzeker is wanneer de vraag naar elektriciteit in Nederland precies gaat stijgen, gebruikt het rapport twee verschillende scenario’s. In deze scenario’s wordt onderscheid gemaakt tussen een snellere en een tragere groei van de Nederlandse elektriciteitsvraag in de onderzochte jaren. Ook is als gevoeligheid gekeken naar een situatie waarin de elektriciteitsvraag in heel Europa minder snel groeit. Voor elk van deze scenario’s worden tientallen weersituaties en uitval situaties van centrales beoordeeld. Mogelijke tekorten worden gemeten met twee indicatoren: LOLE (het verwachte aantal uren met een tekort) en EENS (de verwachte omvang van het tekort). Samen laten deze zien hoe vaak en hoe groot elektriciteitstekorten zouden kunnen zijn.

Conclusies

De risico’s voor de voorzieningszekerheid van het Nederlandse elektriciteitssysteem nemen in de periode tot en met 2035 aanzienlijk toe. In de beschouwde scenario’s wordt de Nederlandse voorzieningszekerheidsnorm van gemiddeld maximaal 4 uur tekort per jaar vanaf 2030 overschreden. In 2028 is de overschrijding van de norm afhankelijk van de aangenomen elektriciteitsvraag, met LOLE-waarden tussen 0,7 en 4,5 uur per jaar. Vanaf 2030 ontstaat met een grotere mate van zekerheid een structurele overschrijding van de norm. Na 2030 nemen de verwachte tekorten snel toe, met LOLE-waarden die in 2035 oplopen naar 37 tot 46 uur per jaar. De verslechtering van de voorzieningszekerheid wordt vooral veroorzaakt door een combinatie van een sterk groeiende elektriciteitsvraag door elektrificatie en een afname van regelbaar productievermogen in binnen- en buitenland. Hoewel de productie uit zon en wind blijft groeien en ook flexibiliteitsopties zoals batterijen en vraagrespons toenemen, blijken deze ontwikkelingen onvoldoende om de daling van thermisch productievermogen (gas- en kolencentrales) en de stijgende vraag volledig op te vangen. Met name bij langdurige situaties met tekorten blijft de bijdrage van batterijen en vraagrespons beperkt.

De Nederlandse voorzieningszekerheid wordt sterk beïnvloed door ontwikkelingen in het buitenland. Tijdens tekorten neemt de bijdrage van import van elektriciteit toe van ongeveer 1 gigawatt in 2028 tot bijna 9 gigawatt in 2035. Omringende landen zoals België, Duitsland en Denemarken krijgen in de toekomst ook te maken met tekorten, waardoor zij een beroep kunnen doen op Nederlandse productiecapaciteit. De afhankelijkheid tussen landen neemt daarmee sterk toe.

Benodigde extra productiecapaciteit in 2030 lijkt beperkt. De nieuwe ‘missing capacity analyse’ laat zien dat in 2030 ongeveer 0,4 GW vermogen nodig is om aan de voorzieningszekerheidsnorm te voldoen ten opzichte van het aangenomen scenario. Wanneer omringende landen geen maatregelen zouden nemen om aan hun voorzieningszekerheid te borgen, kan dit oplopen tot 3,7 GW. Extra capaciteit in Nederland zou dan grotendeels geëxporteerd worden.
Advies

Maarten Abbenhuis, COO TenneT: “Met de Monitor laat TenneT al jaren zien dat niet alleen de groei van de elektriciteitsvraag belangrijk is, maar ook de beschikbaarheid van voldoende regelbaar vermogen in Nederland en omringende landen. De energietransitie vraagt om vooruitkijken en tijdig handelen. Door op tijd keuzes te maken en bindende afspraken te maken over de uitvoering van oplossingen, zorgen we ervoor dat Nederland ook in de toekomst beschikt over een duurzaam, betrouwbaar en onafhankelijk elektriciteitssysteem.”

TenneT heeft drie adviezen aan het Ministerie van EZK:

  • Start met de implementatie van een capaciteitsmechanisme. Daarbij kan worden gekozen voor een marktbreed capaciteitsmechanisme, een strategische reserve of een combinatie van beide. Zorg voor een mechanisme dat operationeel is vanaf de winter van 2029–2030, omdat de voorzieningszekerheid juist in de winterperiode cruciaal is.
  • Zet in op expliciete deelname van vraagrespons in een capaciteitsmechanisme. Zo kan een concrete bijdrage van vraagrespons ten behoeve van voorzieningszekerheid worden zeker gesteld, en krijgt het financiële waarde wat belangrijk is voor investeringen door marktpartijen.
  • Volg actief ontwikkelingen in de buurlanden en zoek aansluiting bij landen die al een capaciteitsmechanisme hebben of overwegen. Een zo goed mogelijke aansluiting van capaciteitsmechanismen leidt tot snellere implementatie, betere vergelijkbaarheid en biedt mogelijkheden tot internationale harmonisatie.

* De Monitor Voorzieningszekerheid is een studie gebaseerd op gemiddelden van 360 simulaties per peiljaar, gebaseerd op verschillende weerscenario’s in combinatie met uitvalscenario’s van centrales en interconnectoren. De resultaten zijn in grote mate afhankelijk van deze weers- en uitvalscenario’s. Een gemiddeld LOLE-bereik geeft een indicatie van het risico op tekorten in Nederland voor dat peiljaar, maar is geen exacte voorspelling. In de praktijk kan, afhankelijk van het weer en beschikbaarheid van centrales en interconnectie met het buitenland, het daadwerkelijke tekort binnen of buiten het aangegeven bereik vallen of zelfs helemaal niet optreden.

Bron: TenneT