Bij Kabinetsmissive van 8 april 2026, no.2024001458, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Staatssecretaris Rechtsbescherming en Gevangeniswezen, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerp van een derde nota van wijziging bij het voorstel van wet tot wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2464 met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (Wet implementatie richtlijn duurzaamheidsrapportering), met toelichting.
De nota van wijziging strekt tot implementatie van Richtlijn (EU) 2026/470. De nota van wijziging bevat bepalingen die te maken hebben met wijzigingen van de vereisten inzake duurzaamheidsrapportering, met name wat betreft de categorieën ondernemingen die onder de rapporteringsverplichtingen van de oorspronkelijke Richtlijn (EU) 2022/2464 vallen. Tevens bevat de nota van wijziging een reparatieclausule over de wijze waarop ondernemingen worden geacht te hebben voldaan aan de implementatiewetgeving.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert in de toelichting dragend te motiveren waarom terugwerkende kracht noodzakelijk en gewenst is en anders daarvan af te zien. Ongeacht het verlenen van terugwerkende kracht, adviseert de Afdeling de noodzaak van de reparatieclausule nader te onderbouwen en bij handhaving daarvan de formulering van de reparatieclausule aan te passen.
Bron: Raad van State
