Van moeten naar willen naar doen. Hoe Cornelissen Aannemingsbedrijf duurzaamheid praktisch maakt en er strategisch sterker van wordt!

Duurzaamheid. In de bouwsector roept het woord nog vaak gemengde gevoelens op. Het is belangrijk, jazeker. Maar het voelt ook als extra werk. Als corvee. Als wetgeving die “er ook nog bij” komt. Bij Cornelissen Aannemingsbedrijf – een middelgrote bouwer met 140 medewerkers in de utiliteitsbouw – begon het inderdaad met een verplichting. Europese regelgeving rondom duurzaamheidsrapportage (CSRD) kwam op hen af. Er moest inzicht komen in ESG-prestaties: milieu, sociale impact en goed bestuur om er vervolgens over te kunnen rapporteren.

Michiel van Summeren, directeur Cornelissen Aannemingsbedrijf verwoordt het eerlijk: “Het voelde in eerste instantie overweldigend. Veel informatie, veel juridische termen. En ja, ook best saai.”

Toch werd juist dát het begin van een beweging die verder ging dan voldoen aan regels en ook doorgegaan is na de afzwakking van de CSRD. In de podcastreeks Bouwpraat van Scab (afleveringen 9, 10 en 11) vertellen Michiel en Tim Adriaanse (van Scab) hoe Cornelissen de stap maakte van moeten naar willen – en uiteindelijk naar doen. Het begon tijdens het traject van de Dubbele Materialiteitsanalyse (DMA) ter voorbereiding op de CSRD, die door Hanneke, Elise in samenwerking met Tim begeleid werd.

De vraag komt toch

Tim Adriaanse, duurzaamheidsadviseur Scab: “Als je er nu niet mee aan de slag gaat, komen die vragen alsnog. En waarschijnlijk sneller dan je denkt. Grote opdrachtgevers, financiers en ketenpartners stellen hun duurzaamheidsvragen alsnog in de keten. Vroeg of laat komen ze bij jou terecht.”

Dat besef was een eerste kantelpunt voor Cornelissen. Dit is namelijk geen partij die defensief wil reageren op eisen uit de markt, maar die juist vooruit wil kijken: wat betekent dit voor de strategie? Wat willen we zelf? Daarom begonnen we bij Cornelissen niet met rapporteren, maar met scherpstellen: Welke thema’s zijn écht relevant voor dit bedrijf? Waar raken ze de strategie? Wat past bij hun bouwpraktijk?

Vertaalslag in concrete, begrijpelijke thema’s

Uit de veelheid aan ESG-onderwerpen kwamen een aantal duidelijke speerpunten naar voren, waaronder energieverbruik, afval, veiligheid op de bouw en duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Zaken waar Cornelissen al mee bezig was – maar zonder duidelijke structuur of samenhang. Dat inzicht werkte bevrijdend: ‘we doen al best veel’ en nog beter weten waar het bedrijf voor staat.

Michiel: “Toen we het concreet maakten voor ons bedrijf, ging het leven. Het werd herkenbaar en voelbaar.”

Hanneke tijdens de Round Table met diverse stakeholders van Cornelissen.

Het gesprek als versneller

Een volgende stap was het betrekken van medewerkers én stakeholders. Geen dikke rapporten, maar interactieve sessies. Met visualisaties, geeltjes op de muur, discussie, ruimte voor vragen én voor een lolletje. Door medewerkers actief te betrekken ontstond eigenaarschap. Duurzaamheid werd geen project van de directie, maar van het bedrijf.

Daarna volgde een ronde tafel met 10 verschillende soorten stakeholders zoals leveranciers, klanten, partners, overheid en de OR. En daar gebeurde iets interessants. Iedereen bleek met duurzaamheid bezig – maar op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Grote leveranciers hadden al uitgebreide ESG-structuren. Een overheidsrelatie stond nog aan het begin. Andere bouwpartners herkenden dezelfde zoektocht. Door het gesprek ontstond wederzijds begrip. En vooral inzicht in elkaars’ verwachtingen.

Een voorbeeld: een klant in de voedingsmiddelenindustrie waar waterverbruik een cruciaal thema is. Voor Cornelissen zelf minder relevant, maar door het gesprek werd duidelijk hoe belangrijk het voor die klant is. Dat maakt dat het bedrijf nu in projecten voor deze klant hierin meedenkt.

Waarmaken in de praktijk

Maar, de echte winst zit ‘m in het doen. Na het aanscherpen van de strategie besloot Cornelissen door te pakken met de CO₂-prestatieladder. Niet alleen omdat het gevraagd werd in de markt, maar omdat het logisch aansloot op hun koers.

Een analyse liet zien dat een groot deel van de uitstoot in het wagenpark zat. Dus daar begon de actie:

  • Investeren in elektrische bedrijfswagens waar dat praktisch kan
  • Medewerkers stimuleren om elektrisch te rijden
  • Laadpalen op het terrein plaatsen

Geen grote woorden, maar concrete stappen.

Michiel: “Je kunt niet alles tegelijk. Maar elk stapje is er één.”

Belangrijk is dat die keuzes passen bij het bedrijf. Duurzaamheid betekent niet dat je morgen alles anders moet doen. Het gaat om gezond zakendoen. Het betekent dat je bewust investeert waar het effect én de relevantie het grootst zijn.

Op naar meer voorsprong

Wat begon als een Europese verplichting, groeide bij Cornelissen uit tot een strategisch kompas. Het traject bracht focus, interne betrokkenheid en sterkere gesprekken in de keten. En misschien nog belangrijker: het gaf richting aan investeringskeuzes.

In de podcastreeks Bouwpraat (aflevering 9 t/m 11) hoor je het volledige verhaal van Michiel en Tim: hoe de beweging van moeten naar willen naar doen er uit zag – en wat het Cornelissen concreet heeft opgeleverd.

Door Elise Vonk (Vonk, sprankelend MVO) in samenwerking met Hanneke Oude Elberink Schieving (HOESO), participanten in De Zwerm.