We hebben onszelf iets wijsgemaakt. Dat als we maar genoeg meten, rapporteren en publiceren, duurzaamheid vanzelf volgt. Dat transparantie en marktwerking samen de klus klaren. In mijn artikel in ESB betoog ik dat dit een te comfortabele gedachte is.

De logica achter veel Europees beleid is helder: zorg dat bedrijven transparant zijn over hun impact, geef beleggers de juiste informatie, en de markt verschuift kapitaal naar duurzame activiteiten. CSRD, taxonomie, ESG-scores; het zijn allemaal instrumenten die dit idee dragen.

Maar transparantie en marktwerking werken alleen als de betrokken partijen ook wíllen verduurzamen. Als bestuurders en eigenaren primair sturen op financieel rendement, verandert extra informatie weinig aan hun fundamentele afweging. Dan wordt duurzaamheid iets dat moet worden gemanaged, niet iets dat de kern van het bedrijfsmodel raakt.

Een vervuilende activiteit die hoge winsten oplevert, blijft aantrekkelijk zolang die winstprikkel intact is. Een pdf met klimaatdata verandert daar weinig aan. De markt corrigeert niet wat zij nog steeds beloont.

En dan de ongemakkelijke vraag: wat als bedrijven en hun eigenaren duurzaamheid niet als prioriteit zien, behalve voor zover het hun rendement ondersteunt? Dan is transparantie hooguit een spiegel. En een spiegel verandert geen gedrag als degene die erin kijkt tevreden is met wat hij ziet. Want hij ziet vaak dat die vervuiling gespiegeld wordt in de winst. Slechte arbeidsomstandigheden ergens in de keten staan gelijk aan hogere marges. Minder controle op ontbossing betekent goedkoper hout. Dus leuk, die transparantie, maar het mag niets kosten.

Dat betekent niet dat transparantie overbodig is. Zonder informatie geen publieke controle, geen rechtszaken, geen maatschappelijke druk. Maar het is een middel, geen sturingsmechanisme.

Wie duurzaamheid echt wil versnellen, moet kijken naar de onderliggende prikkels en machtsverhoudingen. Naar winstdoelstellingen, beloningsstructuren, eigendomsvormen en de vraag wat wettelijk nog winstgevend mag zijn. Pas als vervuiling structureel minder aantrekkelijk wordt, financieel én juridisch, zal kapitaal daadwerkelijk verschuiven.

Zolang we doen alsof betere informatie genoeg is, ontlopen we die discussie. Dat is begrijpelijk. Het debat over grenzen, verboden en andere vormen van eigendom is politiek veel gevoeliger dan het debat over rapportage-eisen.

In het ESB-artikel werk ik uit waarom die stap toch nodig is. Transparantie kan helpen. Maar zonder de wil én zonder aangepaste spelregels leidt marktwerking niet vanzelf tot duurzaamheid.

Lees het ESB-artikel

Hans Stegeman, Hoofdeconoom Triodos Bank