De Nederlandse bouw- en vastgoedsector staat aan de vooravond van een fundamentele transitie. De druk op het beschikbare koolstofbudget neemt snel toe, terwijl de sector verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van de nationale CO₂-uitstoot. Om effectief bij te dragen aan het behalen van de klimaatdoelen introduceert DGBC, samen met Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) en Climate Cleanup, een gezamenlijke Net Zero-standaard voor de bouw- en vastgoedsector. Deze standaard biedt richting, duidelijkheid en concrete handvatten om toe te werken naar netto nul uitstoot.
De noodzaak voor een gezamenlijke standaard is groot. Alleen het reduceren van emissies blijkt onvoldoende om binnen de Nederlandse klimaatdoelen te blijven. Tegelijkertijd groeit de urgentie van compensatie richting 2040. Zonder tijdige investeringen in reductie én betrouwbare vormen van CO₂-opslag en -verwijdering dreigt een tekort aan capaciteit om resterende emissies te neutraliseren. De Net Zero-standaard speelt hierop in door duidelijke kaders te stellen: emissies moeten eerst zoveel mogelijk worden vermeden en gereduceerd binnen de eigen keten. Compensatie buiten de keten is pas aan de orde wanneer verdere reductie niet meer haalbaar is. Daarmee sluit de standaard aan bij internationale klimaatprincipes én bij de praktijk van de Nederlandse bouw- en vastgoedsector.
Net Zero in de praktijk
In de context van deze standaard betekent Net Zero dat een gebouw of portefeuille op jaarbasis netto geen broeikasgassen uitstoot. Dat vraagt om een integrale aanpak, waarin zowel operationele, als materiaalgebonden emissies over de levenscyclus van een gebouw worden meegenomen. De standaard onderscheidt drie niveaus waarop een Net Zero Aligned-claim mogelijk is: ontwerp, gebouw en portefeuille. Elk niveau kent eigen eisen, indicatoren en rapportagemomenten. Zo kan al in de ontwerpfase worden gestuurd op toekomstige prestaties, terwijl op gebouwniveau en portefeuilleniveau daadwerkelijk gemeten en gerapporteerd wordt over gerealiseerde emissies.
Concrete handvatten
Een belangrijk uitgangspunt van de Net Zero-standaard is de vertaling van abstracte klimaatdoelen naar concrete en toepasbare handvatten. Voor directe reductie sluit de methodiek aan bij bestaande kaders zoals WENG, WEii en de Paris Proof materiaalgebonden grenswaarden van DGBC. Hiermee wordt duidelijk welke prestaties van nieuwbouw, renovatie en bestaand vastgoed worden verwacht.
Voor de onvermijdelijke resterende emissies beschrijft de standaard heldere spelregels voor compensatie. Denk aan materiaalgebonden CO₂-opslag in gebouwen, de inkoop van hernieuwbare energie via Garanties van Oorsprong en het gebruik van hoogwaardige carbon credits gebaseerd op permanente CO₂-opslag. Transparantie en controleerbaarheid staan hierbij centraal, zodat claims aantoonbaar en geloofwaardig zijn.
Volgens Eefje Stutvoet (Programmamanager bij DGBC), is juist deze combinatie van ambitie en uitvoerbaarheid essentieel: “De sector wil stappen zetten richting Net Zero, maar heeft behoefte aan duidelijkheid. Met deze standaard bieden we praktische handvatten die laten zien wat er op welk moment nodig is. De methodiek helpt organisaties om onderbouwde keuzes te maken, prioriteit te geven aan reductie en resterende emissies op een betrouwbare manier te compenseren. Dat maakt Net Zero concreet en toepasbaar.”
Transparante rapportage als fundament
De Net Zero-standaard hecht grote waarde aan transparantie. Daarom zijn duidelijke rapportageperiodes en -momenten vastgelegd voor elk niveau. Een ontwerpclaim wordt bijvoorbeeld gedaan bij de vergunningsaanvraag en geeft inzicht in de verwachte emissies. Een gebouwclaim volgt na minimaal één jaar ingebruikname en is gebaseerd op gemeten prestaties. Voor portefeuilles worden emissies jaarlijks opgeteld en beoordeeld in samenhang. Deze systematiek maakt prestaties vergelijkbaar en stimuleert continue verbetering, zowel op gebouwniveau als binnen complete vastgoedportefeuilles.
Volgende stappen
In 2026 start een pilotfase waarin de Net Zero-standaard wordt toegepast op gebouwen in Nederland. Deze fase biedt ruimte om ervaring op te doen, feedback uit de markt op te halen en de methodiek verder te verfijnen. Daarmee zet DGBC samen met de sector een belangrijke stap richting een breed gedragen, robuuste standaard.
Totstandkoming van de Net Zero-standaard
De Net Zero-standaard voor de bouw- en vastgoedsector is ontwikkeld door een projectteam bestaande uit DGBC (Dutch Green Building Council), Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) en Climate Cleanup. Bij de totstandkoming is intensief samengewerkt met marktpartijen uit de bouw- en vastgoedsector, waaronder vastgoedeigenaren, ontwikkelaars, bouwbedrijven, adviseurs en kennisinstellingen.



