Morgen verloopt de termijn waarbinnen Havenbedrijf Rotterdam N.V. kan reageren op de sommatiebrief van Advocates for the Future. De juridische NGO heeft het Havenbedrijf op 12 mei 2026 gesommeerd om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn rol in de klimaatcrisis en te komen met een concreet plan voor de gecontroleerde, maar snelle afbouw van fossiele activiteiten in de Rotterdamse haven.
Advocates for the Future kondigde op 12 mei de Zaak voor de Toekomst aan: een nieuwe klimaatzaak tegen het Havenbedrijf Rotterdam. In die zaak staat de vraag centraal of een publieke onderneming die een cruciale rol speelt in de fossiele economie, mag blijven sturen op de voortzetting daarvan terwijl duidelijk is dat fossiele activiteiten bijdragen aan gevaarlijke klimaatverandering.
Het Havenbedrijf Rotterdam is geen gewone private onderneming. Het is een publieke deelneming: een niet-beursgenoteerde N.V. waarvan de aandelen volledig in handen zijn van de gemeente Rotterdam en de Nederlandse Staat. Daarmee is het Havenbedrijf in wezen een bedrijf van ons allemaal.
“Juist van een publiek bedrijf mag worden verwacht dat het verantwoordelijkheid neemt voor de toekomst,” zegt Maikel van Wissen, directeur van Advocates for the Future. “Wij vragen iets volstrekt logisch: een plan waarmee het Havenbedrijf Rotterdam de klimaatdoelen van het Parijsakkoord kan behalen. De Rotterdamse haven is het grootste haven- en industriecomplex van Europa en nog altijd sterk afhankelijk van de fossiele industrie. Dan kun je niet volstaan met algemene klimaatambities. Juist daarom kan niet worden volstaan met algemene klimaatambities. Een concreet fossiel afbouwplan draagt bij aan een toekomst waarin de haven koploper is in duurzame energie, welvaart creëert voor Nederland en werkgelegenheid biedt aan Rotterdammers en ver daarbuiten.”
Volgens Advocates for the Future
“Een gecontroleerde afbouw is geen bedreiging voor de haven,” aldus Van Wissen. “Het is juist de voorwaarde om de haven toekomstbestendig te maken. Wie nu geen keuzes maakt, schuift de rekening door naar werknemers, Rotterdammers en toekomstige generaties.”
Van Wissen wijst ook op de huidige afhankelijkheid van Nederland van buitenlandse mogendheden en oliebedrijven. “Laat dit de laatste oliecrisis zijn,” zegt hij. “Juist door zo snel mogelijk de energietransitie in te zetten, bouwen we aan onze autonomie en veiligheid. Een belang dat een overheidsbedrijf als het Havenbedrijf ook zou moeten nastreven.”
Advocates for the Future wijst erop dat het Havenbedrijf verschillende instrumenten heeft om de transitie vorm te geven, waaronder gronduitgifte, contractuele voorwaarden, infrastructuurontwikkeling, investeringsbeslissingen, tariefstructuren en financiële prikkels. Die instrumenten worden nu al gebruikt om bepaalde vormen van verduurzaming te stimuleren, maar volgens Advocates for the Future
In de sommatiebrief vraagt Advocates for the Future het Havenbedrijf onder meer om zijn klimaatbeleid in lijn te brengen met de 1,5°C-doelstelling, sectorspecifieke afbouwpaden vast te stellen, de totale klimaatimpact van fossiele activiteiten in de haven in kaart te brengen en binnen zes maanden een effectief en uitvoerbaar klimaattransitieplan op te stellen.
Als het Havenbedrijf morgen niet bevestigt aan de sommatie te zullen voldoen, beraadt Advocates for the Future zich op vervolgstappen. Een civiele procedure blijft nadrukkelijk een optie.
“Wij blijven bereid tot overleg,” zegt Van Wissen. “Maar overleg kan geen vervanging zijn voor verantwoordelijkheid. De haven van de toekomst vraagt om regie. Juist een bedrijf van ons allemaal moet laten zien dat het niet vasthoudt aan fossiele afhankelijkheid, maar stuurt op een veilige en rechtvaardige transitie.”
Bron: Advocates for the Future
