De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) heeft de afrekening van de CO₂-heffing industrie over 2025 afgerond. De opbrengst bedraagt circa € 36 miljoen en ligt daarmee net onder de eerder verwachte opbrengst, die tussen de € 37 en € 97 miljoen was geschat. Het is voor het eerst in vijf jaar dat industriële installaties die ook deelnemen aan het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) moeten betalen voor de nationale CO₂-heffing.
Hoe werkt de CO₂-heffing industrie?
Bedrijven betalen een vast tarief per ton CO₂eq die ze uitstoten, maar krijgen een vrijstelling in de vorm van dispensatierechten (DPR’s) waarmee ze een deel van hun totale uitstoot kunnen afdekken. Alleen over het verschil (uitstoot minus DPR’s) is de CO₂-heffing verschuldigd. Bedrijven met een tekort aan DPR’s kunnen er ook voor kiezen om DPR’s van bedrijven met een overschot over te nemen en zo de totale omvang van de uitstoot waarover zij het heffingstarief verschuldigd zijn, te reduceren.
Per resterende ton uitstoot is vervolgens het CO₂-heffingstarief verschuldigd. Voor installaties onder het EU ETS wordt de ETS-prijs voor CO₂ van het tarief afgetrokken. Het CO₂-heffingstarief bedraagt in 2025:
- € 87,90 per ton voor die bedrijven die geen EU ETS emissierechten hoeven in te leveren (12 afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) en 2 fabrieken waar lachgas vrijkomt).
- € 21,14 per ton voor bedrijven die wel EU ETS emissierechten moeten inleveren (€ 87,90 minus de gemiddelde EU ETS-prijs van 2025 van € 66,76).
Bedrijven kunnen DPR’s niet opsparen. Wel kunnen zij betaalde CO₂-heffing uit eerdere jaren terugkrijgen als zij in latere jaren een overschot aan DPR’s hebben. Tekorten in het verleden kunnen zo worden gecompenseerd door toekomstige overschotten. .
Verschil met eerdere opbrengstraming verklaard
De gerealiseerde opbrengst van € 36 miljoen ligt zeer dicht bij het scenario van ideale handel in DPR’s. Bedrijven hebben hiervoor volop gebruik gemaakt de vraag- en aanbodpagina van het CO2-heffingsregister. Het kleine verschil met de eerdere minimale opbrengstraming van € 37 miljoen wordt veroorzaakt door enkele uitgevoerde correcties die hebben geleid tot een licht hogere storting van DPR’s. Daardoor zou er bij ideale handel een minimale opbrengst zijn van bijna € 35 miljoen. De opbrengst van € 36 miljoen laat zien dat niet alle bedrijven met een restsaldo aan DPR’s dit hebben weten te verhandelen aan partijen met een tekort.
Tijdig aangifte en betaling
Alle 250 belastingplichtigen hebben tijdig, uiterlijk 1 oktober 2026, aangifte gedaan over het kalenderjaar 2025. Van de 90 belastingschuldigen hebben er 85 voor 1 oktober 2026 en 4 binnen de coulanceperiode betaald. Eén belastingschuldige heeft niet voldaan vanwege faillissement en heeft een naheffing ontvangen.
Afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) compenseerden de CO2-heffing volledig met DPR’s
Voor AVI’s geldt onder het EU ETS op dit moment uitsluitend een monitorverplichting; zij hoeven op Europees niveau niet te betalen voor hun uitstoot. Zij vallen wel onder de nationale CO2-heffing. Daarom moeten zij over een eventueel tekort aan DPR’s wel afrekenen tegen het voor dat kalenderjaar geldende tarief (€ 87,90). Voor 2025 was voor enkele AVI’s een tekort aan DPR’s verwacht met een totale maximale te betalen heffing van € 5,9 miljoen. Zij hebben dit echter volledig weten af te dekken met DPR’s in de markt en hebben daarmee de heffing over 2025 tot nul weten te reduceren.
Vooruitblik kalenderjaar 2026
Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord 2026-2030 het voornemen uitgesproken om de CO2-heffing industrie af te schaffen. Vooruitlopend hierop is in het Belastingplan 2026 het tarief voor EU ETS-installaties en lachgasinstallaties vanaf 2026 verlaagd en de vrijgestelde uitstoot verruimd. Hierdoor wordt het tarief voor de exploitant van een industriële installatie die ook onder het EU ETS valt, net als in 2024, weer € 0.
Voor exploitanten van een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) geldt dat echter niet: zij betalen in 2026 € 103,66 per ton CO₂eq. Of zij ook in 2027, over 2026, hun heffing weer volledig tot nul kunnen reduceren, valt nu nog niet te voorspellen.
Vanaf belastingjaar 2026 gelden er aparte CO2-heffingstarieven voor AVI’s en EU ETS-installaties of lachgasinstallaties. AVI’s kunnen vanaf het overdrachtstijdvak in 2027 daardoor alleen dispensatierechten overdragen aan, of ontvangen van, andere AVI’s. Ditzelfde geldt voor EU ETS-installaties of lachgasinstallaties.
Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord 2026-2030 het voornemen uitgesproken om de CO2-heffing industrie af te schaffen. Vooruitlopend hierop is in het Belastingplan 2026 het tarief voor EU ETS-installaties en lachgasinstallaties vanaf 2026 verlaagd en de vrijgestelde uitstoot verruimd.
Bron: Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)
