Nederland heeft alles in huis om internationaal voorop te blijven lopen in landbouw- en voedselinnovatie, maar dreigt zijn voorsprong kwijt te raken aan landen die sneller schakelen. Dat concludeert Invest-NL in een rapport dat vandaag is gepubliceerd. Of het nu gaat om alternatieven voor chemische bestrijdingsmiddelen, gewassen die klimaatverandering aankunnen of nieuwe eiwitten uit fermentatie: de kennis zit in Nederland. Maar de bedrijven die deze oplossingen op de markt willen brengen, groeien hier moeilijk door.

Lukt het om die bedrijven sneller op de markt te krijgen en te laten opschalen, dan kunnen Nederlandse agrifood-biotechbedrijven in 2040 zo’n € 17 miljard extra omzet per jaar halen, becijfert Invest-NL. Het rapport is gebaseerd op gesprekken met ruim 150 ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers en op vijftien jaar investeringsdata, en brengt de belangrijkste groeikansen en belemmeringen in kaart.

Tien jaar wachten op een alternatief voor chemische gewasbescherming

Waarom deze bedrijven moeilijk doorgroeien, maakt het rapport onder andere duidelijk aan de hand van biologische gewasbescherming, waarin Nederland wereldwijd koploper is. De toelating voor een nieuw middel kan in Europa acht tot tien jaar duren. De regels zijn grotendeels geschreven voor chemische middelen en sluiten daardoor niet altijd goed aan op biologische alternatieven. Mede hierdoor kiezen bedrijven ervoor hun producten daarom eerst in Brazilië en de VS op de markt te brengen. Volgens de deskundigen groeit Nederland hierdoor niet mee met een markt die tot 2040 zeven tot tien keer zo groot wordt.

Geld voor de eerste fabriek ontbreekt

Bij nieuwe voedselingrediënten, zoals eiwitten uit fermentatie, speelt dezelfde uitdaging. Ze wachten in Europa één tot drie jaar langer op toelating dan in de VS. En wie wil opschalen, loopt aan tegen de kosten van een eerste fabriek: al snel tientallen tot honderden miljoenen euro’s. Een financieringsroute daarvoor ontbreekt. Bestaande steunregelingen passen vaak niet, en sluiten deze bedrijven soms zelfs uit, juist omdat ze jarenlang verlies lijden. Met de juiste keuzes verdienen Nederlandse bedrijven in 2040 zo’n € 8 miljard per jaar aan deze ingrediënten. Bij ongewijzigd beleid blijft het bij ongeveer € 2 miljard.

“De wetenschap werkt steeds beter. De echte uitdaging is de financiering van de weg naar commerciële schaal,” zegt Corjan van den Berg, medeoprichter van Revyve, dat eiwitten gist maakt. “Investeerders alleen kunnen dat niet dragen. Bedrijven hebben ook leningen, garanties en subsidies nodig om de stap naar industriële productie te zetten.”

Convenant gewasbescherming

Het rapport raakt direct aan het convenant gewasbescherming, dat nu wordt uitgewerkt. Wie minder chemische middelen op het land wil, heeft alternatieven nodig. Ook binnen bestaande Europese regelgeving kan Nederland stappen zetten. Het Ctgb, dat in Nederland gewasbeschermingsmiddelen toelaat, kan meer capaciteit vrijmaken voor biologische middelen, bedrijven eerder adviseren en groene middelen voorrang geven. En telers zouden nieuwe middelen al in de praktijk moeten kunnen testen terwijl de beoordeling nog loopt.

Samen het risico dragen

Volgens Invest-NL is samenhangende actie nodig. Er moeten meer bedrijven ontstaan, de regels en de toegang tot testfaciliteiten moeten beter, klanten dienen eerder aan te schuiven en publiek kapitaal kan helpen de risico’s van een eerste fabriek te delen en zo private investeringen mogelijk maken. Dat betekent niet dat de veiligheidseisen omlaag gaan, benadrukt het rapport. Wel moeten de regels passen bij wat er wordt beoordeeld. Nederland hoeft ook niet alles zelf te produceren. Het gaat erom dat kennis, bedrijven en strategische onderdelen van de keten in Nederland blijven.

De kans wacht niet

“Nederland staat er goed voor om voorop te lopen in agrifood biotech, maar die kans wacht niet,” zegt Jellie Banga, Chief Business Officer van Invest-NL. “Nieuwe technologie heeft toezichthouders nodig die haar willen toelaten, boeren die haar willen testen, consumenten en voedingsbedrijven die haar willen kopen, en investeerders die haar willen financieren. Hiervoor is samenwerking in de hele keten nodig.”

Het rapport is vrijdagochtend tijdens een bijeenkomst met zo’n honderd ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers overhandigd aan Marten van den Berg, directeur-generaal bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

 

Bron: Invest-NL