Kleine bedrijven moeten dringend aan de slag met verduurzaming. Ze willen wel, maar een complex aan factoren maakt dat er nog niet veel gebeurt, terwijl de noodzaak groeit. In de ondersteuning mist vaak de samenhang, is niet altijd op orde en werkt weinig samen. Bij veel ondernemers zelf staat verduurzaming niet hoog op de agenda.
Belangrijk voor leefbaarheid
Dit zijn de belangrijkste inzichten uit het rapport ‘Werk aan de winkel’ dat het Nationaal Klimaat Platform (NKP) aan minister Van Veldhoven overhandigde. Het NKP constateerde dat kleine ondernemingen als bakkers, fietsenmakers, slagers, horeca en ander mkb in de centra van steden en dorpen vaak buiten beeld blijven in het klimaat- en energiebeleid. Met name bedrijven die flink energie gebruiken staan hierdoor onder toenemende druk, worden kwetsbaar met gevaar voor hun bestaanszekerheid. Het zijn vaak ook de ondernemingen die grote waarde hebben voor de leefbaarheid en veiligheid in steden, wijken en dorpen.“Verduurzaming van deze bedrijven helpt ze om klaar te zijn voor de toekomst. De wil om stappen te zetten is aanwezig, maar de ondersteuning daarbij moet beter. Dan zorgen we dat ook dit deel van het Nederlands bedrijfsleven mee kan in de transitie. Het gaat hierbij om rechtvaardigheid, bestaanszekerheid en samenhang in de samenleving.”
Werk aan de winkel
Het NKP heeft zeven aanbevelingen voor versnelling.
- Werk structureel, meer dan 10 jaar achter elkaar, aan versterking van de bestaanszekerheid van de kleine ondernemingen. Focus daarbij op besparen van en stoppen met fossiele energie. Koppel dit aan bestaande programma’s als Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV), en het programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB)
- Zorg dat dit type ondernemers actiever aan de langere termijn toekomst van hun bedrijf gaan werken. Er zijn genoeg voorbeelden dat het kan. Brancheorganisaties hebben een belangrijke rol in het zichtbaar maken van voorbeelden en die verspreiden onder ondernemers en hun warme netwerk.
- Verleng bestaande Landelijk Ontzorgingsprogramma tot minimaal tot 2035. Continuïteit is noodzakelijk voor verduurzaming. Met een groter budget kunnen er ook meer kleine ondernemers gebruik van maken.
- Activeer het warme netwerk om de ondernemer meer en beter te ondersteunen bij verduurzaming. Accountants, financiers, adviseurs, installateurs, verhuurders en regionale netbeheerders hebben allemaal een nauwe band met deze bedrijven. Zij zijn beter in staat ze te helpen bij de juiste inzichten en keuzes dan de Rijksoverheid.
- Zet meer in op collectieve aanpak bij energiebesparing en verduurzaming. Neem daarbij belemmeringen weg die het individuele ondernemers nu moeilijk maken mee te doen in collectieve verduurzamingsprojecten. Brancheorganisaties en gemeenten kunnen hun deze ondernemers meer ontzorgen met collectieve programma’s, gezamenlijk leren en ondersteuning.
- Zorg voor een actievere rol door gemeentes. Zorg voor contactpersonen die een goede langdurige vertrouwensrelatie opbouwen met deze doelgroep. Zet in op gebiedsgerichte samenwerking tussen ondernemers, pandeigenaren en gemeentes. En zorg ervoor dat ondernemers op lokaal niveau van elkaar kunnen leren.
- Maak vaart om de aanbevelingen van de Interdepartementale werkgroep verduurzaming MKB (IWVM) uit te voeren. Die maken bestaande regelingen toegankelijker en creëren de goede randvoorwaarden vanuit de Rijksoverheid.

